Van Zuylen: de slaaf van het kind heet vader

Voorstelling: One Pair-Split. Idee, tekst, regie: Erik van Zuylen; spel: Simone van Ettekoven en Luc Boyer; lichtontwerp: Ronald Nord; decor: Henk van Schuppen; kostuums: Zita Winnubst, Laura Dols; geluid: Rob Galdermans. Gezien: 15-4 Theater Frascati, Amsterdam.

Aan de vierde aflevering van One Pair-Split, een serie 'instant performances' rond de mimespeler Luc Boyer en een actrice, is duidelijk de hand van een filmregisseur te herkennen. Erik van Zuylen suggereert op het kleinste speelvlak van Theater Frascati een onmetelijke ruimte, die hij weer vult met absurdistische beelden.

Anders dan zijn voorgangers gaat Van Zuylen in de eenmalige voorstelling One Pair-Split niet uit van een aflopende relatie tussen man en vrouw, maar neemt hij de verwijdering tussen ouder en kind op de korrel. De fantasieen van zijn driejarig dochtertje dienen als basis voor het surrealistische sprookje, dat als ondertitel heeft: “En toen waren wij woeste kanaries”.

Een fragment uit de openingsspeech van Richard, de hertog van Gloster, uit Shakespeare's koningsdrama Richard III vormt de hilarische inleiding. Luc Boyer brengt de tekst schallend, alsof zijn stem de uithoeken van een plein moet bereiken. Zijn gestalte is grotesk, een kruising tussen Ali Baba en Quasimodo, de klokkeluider van de Notre-Dame.

Onder luid gekerm brengt Boyer even later vanuit zijn bochel de dochter Esmeralda ter wereld. Simone van Ettekoven ontpopt zich in recordtempo van amorfe baby, het vlies als een badmuts over het hoofd getrokken, tot een sublieme, kleine tiran op muziek uit Fellini's Casanova. De vader is haar slaaf, die zich verbijsterd afvraagt of hij soms behekst is.

One Pair-Split is niet het eerste theater-experiment van de cineast Van Zuylen. In februari 1990 realiseerde hij de produktie Alissa in Concert, waarin film in een theatraal kader werd geplaatst. Kort geleden regisseerde hij Einstein meets Bohr van Flip Jan van Oenen bij Villa del Caos. Deze keer houdt hij echter zijn eerste volledige toneelkind ten doop.

Hierin valt vooral Van Zuylens gevoel voor stilering op. Aan sommige bewegingsmotieven, zoals de wandeling van vader en kind, herkent men zijn - weliswaar kortstondige - ervaring als danser bij de Dansgroep Pauline de Groot (1966). Het is echter jammer dat na het fascinerende begin het tempo terugloopt. Halverwege verandert het karakter van de voorstelling, waarin kwaardaardigheid met een knipoog wordt gepresenteerd in een soort kneuterig jeugdtoneel.

Lodewijk de Boer en Paul Binnerts regisseren de twee laatste afleveringen in mei en juni in Theater Frascati, Amsterdam.