V. HALBERSTADT; PvdA moet een solide beheer voeren

Hoe komt de Partij van de Arbeid de klap van de Provinciale-Statenverkiezingen te boven? Het is een vraag die de partij in alle geledingen bezighoudt. Een serie gesprekken met mensen uit de PvdA over de toekomst. Vandaag het zevende met V. Halberstadt, Kroonlid van de SER, hoogleraar openbare financien en lid van het PvdA-economenclubje.

LEIDEN, 16 april - Een van de klachten in sociaal-democratische kring luidt dat de PvdA dezer dagen een economendebat ontbeert. Met heimwee verhalen sommigen over de felle discussies - soms waren het knallende ruzies - die in de jaren zeventig plaatshadden tussen economen als Van den Doel, Van der Zwan, Wolfson en Halberstadt. Prachtig vonden de economisch geinteresseerden in de partij dat. Het scherpte de geest en gaf zin aan hun partijpolitieke leven - ook al veranderde het weinig aan het economisch leven.

Anno 1991 bestaat er in de PvdA nog altijd een informeel gezelschap economen, dat wel het 'economenclubje' wordt genoemd. De meeste deelnemers zijn dezelfden als degenen die twintig jaar geleden de toon van de discussie zetten - nieuwkomers zijn de hoogleraren Bomhoff, De Kam en Van der Ploeg. Samen met Woltgens, Kok, Leijnse en Melkert nemen ze enige malen per jaar wat hedendaagse vraagstukken door. Het zijn bijeenkomsten waar veel wordt geknikt, vooral in de richting van partijleider Kok. “De economen zijn het voornamelijk met elkaar eens”, zegt V. Halberstadt, die regelmatig bij het economenclubje aanzit, Kroonlid is van de Sociaal-Economische Raad (SER) en hoogleraar openbare financien in Leiden. “Er is wel eens een kwestie waarover we verschillend denken, maar over de grote lijnen van beleid zijn er nauwelijks substantiele tegenstellingen.”

De PvdA-economen zijn even harmonisch geworden als de vaderlandse politiek zelf. Voor de consistentie van het beleid kan het geen kwaad, zegt Halberstadt, maar voor de PvdA kleven er nadelen aan. “De partij mist debat. Dat is overigens geen exclusief PvdA-probleem. In de andere partijen zie je het ook niet. Maar op de langere termijn kan een politieke partij niet bestaan zonder (intellectueel) debat. Zeker de PvdA niet. Het leidt tot slecht doordachte standpunten, het verkalkt je partijkader. Alleen, als je mij vraagt hoe je het debat terug krijgt, moet ik eerlijk zijn: geen idee.”

Voor de hand ligt een verandering van optreden van de partijleider. Den Uyl wist mensen in de jaren zeventig te prikkelen, Kok blijkbaar niet. Halberstadt vindt het een veel te eenvoudige parallel. “Het heeft niets met de partijleider te maken. Vondeling was midden jaren zestig niet echt een aansprekende figuur en de partij revolteerde. Het is zo gemakkelijk steeds kritiek op Kok te hebben. Je hebt nu ook de mensen die de combinatie partijleider- minister van Financien ter discussie stellen. Ze zijn anderhalf jaar te laat. Kok is bovendien een uitstekende minister van Financien. En de spanning van de combinatie van zijn positie in het kabinet met het PvdA-leiderschap is ook goed voor de partij. De PvdA leert zo dat ze niet beter is dan andere partijen. Die fout wordt nog te vaak door PvdA'ers gemaakt.

Laten ze een voorbeeld nemen aan Kok. Die man weet tenminste dat je bescheiden moet zijn in de politiek.''

De PvdA kan volgens Halberstadt van het CDA leren hoe ze met haar partijleider dient om te gaan. “Je moet flexibel met zo'n man omspringen, je moet hem ruimte geven. Bij het CDA spelen ze dat reuze handig, in de PvdA klungelt men maar wat aan.”

Sommige PvdA'ers, zegt Halberstadt, verwachten te veel van de leider omdat ze het niet kunnen zetten dat de partij haar pretenties niet weet waar te maken. “Je hebt nu eenmaal mensen die menen dat de arbeidersklasse nog geheel bevrijd moet worden. Die spreken nog voortdurend over het rechtvaardiger maken van de samenleving, zonder zich erg te bekommeren om de doelmatigheid van de maatregelen die ze voorstellen. Sommige bewindslieden lijden daar ook aan. Die lanceren het ene plan na het andere en hebben blijkbaar niet door wat voor een rommelige indruk dat op de burger maakt. De discussie over de koppeling: ook zoiets. Hoe lang wordt daar nu al niet over gedelibereerd? Vind je het gek dat mensen daar ongemotiveerd van worden? En dan de partij zelf. Er wordt te weinig gesproken over inhoud en te veel over procedures. Ik geloof dat nu al de vierde commissie is geformeerd die zich over de interne procedures buigt. Ik vind het ergerlijk.”

Het zijn professorale notities in de kantlijn, geen grootse en meeslepende voorstellen - en dat is ook de bedoeling. De geschrokken reacties van het modale partijvolk op de jongste verkiezingsnederlaag dunken hem wat overdreven. “In 1982 verloor de PvdA ook zwaar bij de Statenverkiezingen, een half jaar later was de partij er weer bovenop.

En wat stelde het CDA in die tijd nu helemaal voor? Moet je eens kijken hoe snel die club coherent en succesvol is geworden. Zo'n nederlaag is natuurlijk vreselijk voor de gedeputeerden die niet meer mogen, en sommige Kamerleden hebben misschien wel angstig zitten tellen of ze eruit vliegen als het zo doorgaat - maar die reacties, de paniekverhalen, vind ik niet erg wijs. De Tweede Kamer wordt eens in de vier jaar gekozen. Het is met tussentijdse verkiezingsuitslagen net als met de tussentijdse berekeningen van het Centraal Planbureau.

Daarvan raken ook velen opgewonden, maar de trend is eigenlijk nooit verrassend.''

Bovendien is een belangrijke reden van de jongste nederlaag “de factor pech”, zegt Halberstadt. “Lubbers en Ruding blijken de overheidsfinancien onvoldoende te hebben beheerd. Je hoeft het ze niet te verwijten, dat is ook weer zo goedkoop, maar je mag er wel op wijzen. Aan de andere kant is het voor de PvdA ook wel goed dat ze zoveel verborgen leed heeft geerfd. Want als de partij nu in de oppositie had gezeten had ze weer voor de makkelijke oplossing gekozen: stemmen trekken door lastendrukverhoging te bepleiten. Maar wat heb je aan al die stemmen als je er niets mee kunt?”

Regeren is vooral beheren, stelt Halberstadt, en in dat opzicht is er voor de PvdA een wereld te winnen. “Sinds de val van het laatste kabinet-Drees, 33 jaar geleden, heeft de PvdA zeveneneenhalf jaar geregeerd. Maar soms lijkt het wel alsof alle problemen in dit land zijn veroorzaakt door de PvdA. De partij moet dat beeld van zich afschudden door het land solide te beheren. Vooral onder kabinetten waaraan de PvdA niet deelnam is Nederland een zelfbedieningswinkel zonder kassa geworden.

“Kok is ertoe in staat daarmee af te rekenen. Hij moet zich, naast de sanering van de overheidsfinancien, richten op twee isssues: het veel te grote aantal arbeidsongeschikten en het te hoge ziekteverzuim in Nederland. Als Kroonlid van de SER kan ik nu niet ingaan op de inhoud van de te nemen maatregelen, maar ik ben ervan overtuigd dat de kiezers en het CDA de PvdA zullen beoordelen op wat wordt gepresteerd op deze twee punten. En als het lukt deels pijnlijke oplossingen door te voeren, zit de partij gebeiteld.

“Nederland is een stinkend rijk land dat zich moet schamen voor de slordige wijze waarop het met de welvaart omgaat. Burgers zijn dat beu. We zijn toch niet welvarend en tegelijk onvermogend? Een coalitie met de PvdA die daarin een breuk aanbrengt, die de overheid doelmatiger weet te organiseren, gaat een mooie toekomst tegemoet.”