Staatje Lesotho laaft Zuid-Afrikaanse economie

Opheffing van de internationale sancties tegen Zuid-Afrika kan de economie van dat land een impuls geven. Om te gedijen heeft het belangrijke industriegebied rondom Johannesburg dringend behoefte aan een grondstof: water uit Lesotho.

Lesotho, 'Het Koninkrijk van de Hemelen', zoals het zichzelf afficheert, is geheel omgeven door Zuid-Afrika. Het belangrijkste exportprodukt van het land bestaat uit menselijke arbeid. Ruim zestig procent van de mannelijke beroepsbevolking werkt in de Zuidafrikaanse goud- en diamantmijnen.

Vanaf 1996 komt er nog een exportprodukt bij: schoon, helder water. Via een ingewikkeld stelsel van dammen en tunnels moet de motor van de Zuidafrikaanse (blanke) welvaart - het industriegebied Vereeniging-Witwatersrand met als centrum Johannesburg - zich kunnen laven aan water afkomstig uit het hooggebergte van Lesotho.

De vrouw - gehuld in de traditionele deken - kijkt niet op of om als we vlak langs haar heen rijden in onze four wheel drive. De tweebaans asfaltweg loopt dwars tussen de 'rondavels' van haar erf door.

Rondavels zijn ronde lemen hutten, bedekt met een rieten, en tegenwoordig vaak een golfplaten, dak. Vermoedelijk behoort de vrouw, met haar familie, tot de ruim honderd families die - tegen hun zin - moeten verhuizen. De vooruitgang eist, ook in prachtige berggebied van Lesotho, zijn tol.

De weg - dan weer wel, dan weer niet geasfalteerd - slingert zich tussen de toppen van de Centrale Bergketen door en is bedoeld om het gebied te ontsluiten. Via deze weg moeten de materialen, gereedschappen en mensen worden aangevoerd voor een van de grootste civieltechnische projecten die op dit moment in de wereld worden uitgevoerd: het Highlands Water Scheme. De bedoeling is dat later ook toeristen worden aangevoerd die in de bergen kunnen paardrijden, motorcrossen, vissen en naar fossielen kunnen zoeken.

De kosten van het Highlands Water Scheme bedragen een kleine acht miljard gulden. Ter vergelijking: de stormvloedkering in de Oosterschelde kostte ons ruim vijf miljard gulden. De eerste fase van het plan moet zijn afgerond in 1996. De vierde en laatste fase in 2020.

De contracten voor de eerste fase - een stuwdam en een tunnel - zijn eind vorig jaar getekend. De Katse Dam, de centrale stuwdam in het project, is gegund aan een consortium onder leiding van de Italiaanse aannemingsmaatschappij Impregilo. In het consortium nemen ook enkele andere Europese bedrijven delen, naast een tweetal Zuidafrikaanse bedrijven. De aanleg van de tunnel is gegund aan een consortium onder leiding van de Franse aannemer Spie Batignolle. Ook hier gaat het om een combinatie van Europese en Zuidafrikaanse firma's.

Dat Europese bedrijven zo'n voorname rol spelen in het project heeft alles te maken met de genereuze kredietfaciliteiten die de Europese Gemeenschap heeft geboden. Of daarmee een arm Afrikaans Frontlijnstaatje - anderhalf miljoen inwoners, formaat Belgie - wordt geholpen, of dat er sprake is van indirecte steun aan Zuid-Afrika is iets voor politieke fijnproevers. De Basotho (inwoners van Lesotho, JvK) zelf maken zich daar niet zo druk over.

Al jaren is bekend dat het industrie- en mijnbouwgebied rond Johannesburg te kampen zal krijgen met een tekort aan water. Het industriegebied ligt in het stroomgebied van de Vaalrivier en die voert onvoldoende water aan om te voorzien in de behoefte van een groeiende industrie en een groeiende bevolking.

Pag. 20:

Zuid-Afrika kijkt smachtend uit naar water van Lesotho

Terwijl het stroomgebied van de Vaal steeds minder in staat is om het gebied van water te voorzien, is er ruim voldoende water in de bergen van Lesotho. Daar ligt het stroomgebied van de Senqu- en Oranjerivier ('Senqu' in Lesotho en 'Oranje' in Zuid-Afrika). Vele tientallen rivieren en bergbeekjes in de hooglanden voeden deze rivier die uiteindelijk 1500 kilometer verder in de Atlantische Oceaan uitmondt.

Zoveel water, zo dichtbij: de dorstige Afrikaanders in de Transvaal likken er al tientallen jaren hun gebarsten lippen bij af. Het probleem is alleen dat zij er niet bij kunnen. Een bergketen met toppen boven de drieduizend meter scheidt het industriegebied van het overvloedige water.

Het idee om de overvloedige hoeveelheid schoon water van Lesotho te benutten voor het industriegebied rondom Johannesburg, dateert niet van vandaag of gisteren. In de jaren vijftig al werd er een plan gelanceerd om het water uit de bovenloop van de Malibamats'o rivier via een tunnel naar de goudmijnen van Transvaal te leiden. De Wereldbank was bereid om geld te lenen. Uitvoering van het plan ketste af op het feit dat Lesotho - toen nog een Britse kolonie - en Zuid-Afrika het niet eens konden worden over de prijs van het water.

Eind jaren zeventig kwam het plan opnieuw op. In 1978 werd er een Joint Technical Committee gevormd, bestaande uit vertegenwoordigers van Lesotho en Zuid-Afrika. Deze JTC liet een haalbaarheidsstudie uitvoeren naar de mogelijkheden om water uit de bovenloop van de Senqu- en Oranjerivier om te leiden naar het stroomgebied van de Vaal.

Drie jaar en twintig miljoen rand verder stelde het gezamenlijke comite voor om in totaal vijf dammen aan te leggen, twee krachtcentrales en de nodige kilometers tunnel.

De eerste fase, die nu dus is gegund, bestaat uit de aanleg van de Katse-dam in de Malibamatso-rivier. Tegelijkertijd wordt er water onttrokken aan de Matsuko-rivier, niet ver van de Katse-dam. Via een zes kilometer lange tunnel stroomt water uit die rivier naar het grote reservoir achter de Katse-dam.

Vanuit het Katse-reservoir - dat uiteindelijk een opslagcapaciteit zal hebben van bijna twee kubieke kilometer - wordt een tunnel van 45 kilometer lengte geboord, dwars door de bergketen heen. Via natuurlijk verval stroomt het water in de tunnel naar een nog te bouwen krachtcentrale op de grens van Lesotho en Zuid-Afrika.

Nadat in deze centrale de 'witte steenkool' is gewonnen, gaat het water via een tunnel naar Zuid-Afrika. Deze zogeheten Karoo-verbinding is 37 kilometer lang, loopt onder vier rivieren door en mondt uiteindelijk uit in de Ash-rivier. De Ash is een zijrivier van de Vaal. Zo komt het water dus uiteindelijk in het gebied rondom Johannesburg. In de eerste fase van het plan heeft transport van water plaats door natuurlijk verval. In de daaropvolgende fasen zijn pompstations gepland. Het water wordt dan als het ware 'opgetild'

vanuit de lager gelegen gebieden in het stroomgebied van de Senqu- en Oranjerivier naar het hooggelegen (2040 meter) Katse-reservoir.

De volgende fase betreft de bouw van een dam in de Senquyane-rivier, nabij Mohale. Vanuit het reservoir achter die dam wordt het water, via een tunnel van ruim dertig kilometer naar het reservoir van de Katse dam gepompt. De drie dammen komen allemaal te liggen in de Senqu- en Oranjerivier, respectievelijk bij de dorpen Mashai, Tsoelike en Ntoahae. Deze dammen liggen stroomafwaarts van en derhalve lager dan de Katse-dam. Ook het water uit die reservoirs wordt opgepompt naar het Katse-reservoir.

Als het totale project is uitgevoerd, levert Lesotho zeventig kubieke meter water per seconde aan Zuid-Afrika. Dat betekent een verdubbeling van de huidige wateraanvoer naar het gebied rondom Johannesburg. Het is dus niet verwonderlijk dat de Zuidafrikanen alles in het werk hebben gesteld om het Highland Water Scheme te realiseren. Er wordt zelfs beweerd dat ruzie over de uitvoering van het Highland Water Scheme het belangrijkste motief was voor de door Zuid-Afrika gesteunde - of althans uitgelokte - coup die in 1986 in Lesotho plaatshad.

Lesotho zelf profiteert ook van het project, zegt minister R. Habi, lid van de regerende militaire raad en minister van Lesotho Highlands Water and Energy Affairs. Het land zal twee krachtcentrales bouwen met een vermogen van in totaal 110 megawatt. Lesotho is tot nu toe vrijwel volledig afhankelijk van Zuid-Afrika voor zijn elektriciteit. Geen erg riante positie: wanneer de vraag naar elektriciteit in Johannesburg erg groot is, wordt de schakelaar voor Lesotho op nul gezet en zit het land zonder stroom.

Dank zij de twee krachtcentrales profiteert Lesotho, aldus minister Habi, twee keer van de export van water. Ten eerste krijgt het land royalties van Zuid-Afrika ten bedrage van - uiteindelijk - zo'n 120 miljoen rand per jaar. En ten tweede bespaart Lesotho het geld dat het nu voor Zuidafrikaanse elektriciteit moet betalen. Dat is jaarlijks een bedrag van ruim tien miljoen rand.

De vraag is overigens of het land al die elektriciteit wel weet te benutten. Voor de zekerheid heeft men het vermogen beperkt tot 110 megawatt: gezien de hoeveelheid water en het verval zou er makkelijk een centrale van 700 megawatt gebouwd kunnen worden.

Zelfs die 110 megawatt opgesteld vermogen is ruim bemeten. Habi vertelt dat de elektriciteit nodig is voor de industriele ontwikkeling van het land. Tegelijkertijd voert Lesotho gesprekken met ESCOM - de Zuidafrikaanse elektriciteitsmaatschappij - om het teveel aan elektriciteit voorlopig ook maar te verkopen.

Een belangrijke vraag rondom het hele project is of in het gebied voldoende regen valt om uiteindelijk de gewenste zeventig kubieke meter water per seconde te leveren. De geschatte regenval in het gebied is zo'n duizend millimeter per jaar. Systematische metingen hebben echter pas sinds een jaar of tien, vijftien plaats.

Minister R. Habi en zijn secretaris, T.N. Thokoa, hebben er alle vertrouwen in. Volgens hen laten de (incidentele en verspreide) metingen over de laatste zestig jaar zien dat er meer dan voldoende regen valt om aan Zuid-Afrika's behoefte te voldoen. Volgens hen is de vijfde dam in de Senqu-rivier niet eens nodig. Die dam is, aldus Habi, vooral in het plan terechtgekomen om Zuid-Afrika gerust te stellen.

Eerder dan door gebrek aan regen kan het plan stuk lopen op een teveel aan zand. Als gevolg van de enorme erosie - jaarlijks spoelt 0,2 tot 1 centimeter van de bodem weg - is de kans niet denkbeeldig dat de dure reservoirs in korte tijd dichtslibben.

De oorzaak van de erosie is dat Lesotho meer stuks vee telt dan het land kan dragen. De Basotho (enkelvoud Masotho) zien zich als de cowboys van Afrika. Koeien en paarden en in mindere mate schapen en geiten betekenen niet alleen vlees, melk, huiden en tractie, maar zijn vooral ook een vorm van beleggen en een status-symbool. Als gevolg daarvan telt Lesotho twee-en-een-half maal zoveel livestock units dan het land kan dragen. Zuchtend erkent ook minister Habi dat beheer van de gronden in het voor erosie zo gevoelige berggebied onvermijdelijk zal zijn. Hoe de regering dat voor elkaar moet krijgen is nog een open vraag. Eerdere pogingen om stukken grond te omheinen ten behoeve van de bosaanplant zijn door de veehoeders teniet gedaan. De hekken werden vernield en de jonge aanplant werd in brand gestoken. Een belasting op vee leidde vijf jaar geleden bijna tot een burgeroorlog. 'Leg maar eens aan een Masotho uit dat zijn koeien moeten wijken voor water dat is bestemd voor Zuid-Afrika', zegt iemand die er al jaren woont. 'Dat lukt nooit'.