Raad van State met Schengen in mijnenveld

DEN HAAG, 16 april - Na de resolute afwijzing van de asielparagraaf uit 'Schengen' door de Raad van State gisteren, kon bij vluchtelingenwerkers, verdragsjuristen en minderhedenlobbyisten een juichkreet worden vernomen. Zie je wel - we hebben dus toch gelijk. Het is juridisch echt onmogelijk om verdragen tussen staten onderling af te sluiten over alleen asielprocedures als niet tegelijkertijd ook de beoordelingsmaatstaven worden geharmoniseerd.

Stel je voor dat EG-land Frankrijk om nationaal politieke motieven royaal is ten opzichte van Koerdische vluchtelingen en EG-land Belgie niet. Iedere Koerd zal dan Frankrijk proberen te bereiken, maar de ongelukkige die op Zaventem bij Brussel een tussenlandig maakt wordt op basis van 'Schengen' in Belgie beoordeeld en dan teruggestuurd naar Irak. Dat, zo zal ook de Raad van State hebben gezien, is strijdig met het verbod van 'refoulement' uit het Vluchtelingen-verdrag van Geneve.

EG-landen mogen nooit vluchtelingen terugsturen naar gebieden waar ze worden vervolgd. Ze kunnen dus ook geen nieuwe onderlinge verdragen sluiten waarin dat wel mogelijk wordt gemaakt. Zo zijn we in de EG dus niet met elkaar getrouwd: als EG-landen op een zelfde manier asielverzoeken willen behandelen dan moeten ze aan dit fundamentele rechtsbeginsel voldoen.

Maar tegelijk realiseren alle betrokkenen zich dat het kabinet de ratificatieprocedure toch zal doorzetten - de kans dat de beide PvdA-staatssecretarissen Kosto en Dankert door de Kamer op de knieen worden gedwongen is niet erg groot. CDA en VVD staan in beginsel positief tegenover Schengen, alleen de eigen PvdA-fractie en de oppositie waren tot nu toe kritisch. Bovendien slikte een meerderheid in de Kamer, de PvdA incluis, tot nu toe alles van het kabinet op het terrein van asielverdragen. Op 14 juni van het vorig jaar beloofde het kabinet de Kamer expliciet om voortaan met verdragen de chique communautaire weg te volgen. Dan worden er ontwerp-verdragteksten gepubliceerd en hebben nationale parlementen inspraak. Bovendien is er dan voorzien in rechterlijke controle bij een EG-instantie. Dat was toch “opener en democratischer”, zei Kosto. Maar op 15 juni tekende Hirsch Ballin in Dublin opnieuw een in het geheim tot stand gekomen asielverdrag - de Kamer was des duivels, gebruikte zware afkeurende termen in het debat, maar bereikte niets. Het kabinet haalde de schouders op en zei dat het jammer was. Nederland mocht niet uit de boot vallen, de 'partners' zouden er maar vreemd van opkijken. De Nederlandse rechtsorde, zo was toen de conclusie, wordt tegenwoordig in Europese achterkamertjes geregeld. De Kamer staat buitenspel. Als het straks in het Europa van na 1992 zo blijft gaan, dan hoeft het voor ons dus niet, kon toen in de Kamer gehoord worden.

Waarschijnlijk heeft de unieke afwijzing door de Raad van State evenmin politiek effect. Nederland verkeert internationaal niet in een voldoende sterke positie om het akkoord vanwege de asielparagraaf open te breken. Hoewel Kosto noch Dankert het al hardop hebben gezegd, kan aangenomen worden dat het kabinet daaraan ook geen behoefte heeft. In 'Schengen' wordt immers meer geregeld dan alleen asielzoeken: politiesamenwerking, wederzijdse rechtshulp in strafzaken, uitlevering, drugsbestrijding, visa, maar boven alles transport en vervoer. Nederland Distributieland heeft grote zakelijke belangen bij het wegvallen van grenscontroles, c.q. een eenvoudiger afhandeling van goederenvervoer bij de grens. Wie opnieuw over de asielparagraaf wil onderhandelen, trekt het hele bouwwerk van wederzijdse compromissen omver. Schengen is een mijnenveld van nationale gevoeligheden - in jarenlange onderhandelingen zijn de vijf landen heel voorzichtig naar elkaar toe gekropen. Daarbij bleek het politiek onmogelijk om het behalve over drugs, wapens, politie-achtervolging, vreemdelingen en wat dies meer zij, ook nog eens te worden over de normen voor asielzoekers.

'Schengen' is toch al ambitieus en alomvattend opgezet. In de onderhandelingen had alles met alles te maken: nationale eigenaardigheden met jachtwapens of cannabis werden onderling afgewogen tegen de wensen van varkensexporteurs en bloembollentelers.

Dit alles tegen de achtergrond van de gewenste 'overstapregimes' voor Schengen- en niet Schengen-passagiers op Schiphol en het verlangen van de Bondsrepubliek om bepaalde Nederlandse veroordeelden na vrijlating in Duitsland nog maar eens te berechten. Schengen werd uiteindelijk een sneeuwbal die niet meer viel te stoppen - steeds meer onderwerpen werden door ambtenaren uit de nationale staten aangemeld. Wat is er voor de uitvoerende macht verleidelijker dan het eigen parlement buiten spel te zetten door in het geheim afspraken met andere landen voor te bereiden en die als voldongen feit te presenteren? Die les hebben de politiek verantwoordelijken alvast van Schengen geleerd: zonder een Europese rechter en een Europees parlement met stevige bevoegdheden kunnen nationale Raad van States en volksvertegenwoordigingen roepen wat ze willen. Buiten Den Haag wordt er dan niet geluisterd.