Publieke opinie moet drama Koerden beeindigen

Er zijn nu - naast tienduizenden shi'ieten - twee-en-een-kwart miljoen Koerden op de vlucht voor Saddam Hussein en zijn bewind. Niemand weet het zeker: het kunnen er ook meer zijn. Per dag sterven op dit moment naar schatting tweeduizend van hen door honger, kou en uitputting. Hoeveel er onderweg zijn dood gegaan of door Saddams troepen werden afgeslacht, weet niemand. Het moeten er erg veel zijn. Want in diverse Koerdische steden werden zelfs de patienten die in de ziekenhuizen lagen, afgeslacht.

Vrijwel alle Koerden die in Nederland wonen, hebben intussen gehoord dat naaste familieleden de afgelopen weken om het leven zijn gekomen.

De hulporganisaties verwachten dat al over een paar dagen veel en veel meer mensen om het leven zullen komen. Dan zal - dat staat vast - het grote sterven pas echt beginnen.

De vluchtelingen uit Iraaks Koerdistan die zich dagen, soms weken, met smerig sneeuwwater in leven hielden, lijden namelijk massaal aan besmettelijke dysenterie. Zij kunnen niet of vrijwel niet behandeld worden, omdat er onvoldoende artsen, onvoldoende medicijnen en geen of nauwelijks sanitaire voorzieningen zijn. Er zouden al gevallen van tyfus zijn geconstateerd en men verwacht dat cholera elk ogenblik op grote schaal uitbreekt.

De catastrofe die zich thans voltrekt, is onafwendbaar omdat Turkije - waar de Koerden absoluut niet welkom zijn - de grootscheepse internationale hulp saboteert. Turkije stelt de Koerdische vluchtelingen voor de impliciete keus: te creperen op de voor hulp slecht bereikbare berghellingen, even beneden de sneeuwgrens - waar zij in ijzige kou en regen en levend temidden van een steeds grotere laag afval en uitwerpselen met geweld worden vastgehouden - of 'vrijwillig' naar hun land terug te keren en zich daar toe te vertrouwen aan de zorgen van Saddam Hussein.

De Turkmeense vluchtelingen uit Irak en een groot aantal 'jash' mogen daarentegen onmiddellijk van de bergen afdalen en worden naar het Turkse binnenland gebracht. (Jash, oftewel ezels in het Koerdisch, zijn Koerdische huurlingen die aanvankelijk in dienst van Saddam Hussein vochten, zich vervolgens bij de Koerdische verzetsstrijders aansloten en daarna, zonder verder te vechten, op de vlucht sloegen).

Geen enkele regering of regeringsleider heeft Turkije publiekelijk tot de orde geroepen. Dat zou politiek ook zeer onverstandig zijn omdat de Westerse landen die de beschuldigende vinger zouden uitstrekken, de Koerden evenmin willen toelaten als Turkije. En bovendien: Turkije is een waardevolle, politieke vriend. Dus worden de loze gebaren van Turkije met dankbaarheid genoteerd: dat er eindelijk een tentenkamp voor twintigduizend zieke en zwangere vrouwen en kinderen beneden de bergen wordt ingericht, dat wil zeggen voor plusminus vier procent van de vluchtelingen die zich naar Turkije hebben begeven. De bedoeling is dat hun mannen, broers en vaders niet naar dat kamp worden gebracht, wat in een islamitische samenleving het ergste van het ergste is.

Journalisten van een Britse krant waren er getuige van dat naar een van de vluchtelingenkampen onder Turks beheer, opeens ruimschoots voedsel werd aangevoerd - 20 minuten voor de aankomst van een delegatie van de Europese Gemeenschap. De Turkse autoriteiten wilden daarmee ontkennen hoe dramatisch de situatie is; zij probeerden juist aan te tonen hoe voortreffelijk Turkije zorgt voor zijn 'tijdelijke gasten' uit Irak die onder geen beding vluchtelingen mogen worden genoemd.

IRAANSE GRENS

Aan Iraanse zijde is de toestand niet minder wanhopig, ook al behandelt de Iraanse overheid - volgens de eensluidende meldingen van Westerse journalisten - de vluchtelingen uit Irak veel menselijker en vriendelijker. In het hele grensgebied zijn scholen en moskeeen gevorderd ten behoeve van de vluchtelingen die ook overal in prive-huizen worden opgenomen. Het Iraanse leger heeft bruggen over rivieren geslagen en zelfs nieuwe wegen aangelegd om de mensen uit Irak die verspreid in de bergen zitten, op te kunnen vangen.

Aan Iraanse kant van de grens controleert men de vluchtelingen niet meer, maar laat hen gewoon door. Pas als zij verder naar het binnenland willen gaan, worden zij gecontroleerd. En elke dag gaan Iraanse Koerden met toestemming van de autoriteiten op pad om vluchtelingen vanuit het Iraakse bergland op te halen en naar de vluchtelingenkampen te brengen.

Maar in die kampen is gebrek aan alles omdat de Iraanse overheid niet over voldoende financiele middelen beschikt. Veel verbetering in de situatie hoeft men op korte termijn ook niet te verwachten omdat het Westen en de Arabische wereld nog steeds geen goede betrekkingen met Iran onderhouden. Als gevolg is er naar verhouding buitengewoon weinig internationale hulp naar Iran op gang gekomen, hoewel het vluchtelingenprobleem in dat land naar schatting driemaal zo groot is als in Turkije.

Omdat de situatie in het grensgebied zo rampzalig is na de happy ending van de oorlog die Koeweit bevrijdde en omdat het massale drama op de televisieschermen zo goed waarneembaar is, zijn de Westerse politici het gloeiend eens over een aantal dingen die alle met elkaar in tegenspraak zijn: 1) Saddam Hussein is een akelige oorlogsmisdadiger die het liefst voor een Neurenberg-tribunaal terecht zou moeten staan; 2) Tegen die misdadiger moet echter niet langer met geweld worden opgetreden. De oorlog tegen Irak is immers met de bevrijding van Koeweit afgelopen. Daarom trekken de geallieerden thans haastig hun troepen uit het gebied terug; 3) Als er wel geweld moet worden gebruikt om een eind te maken aan Saddams gruwelijke vervolgingen, dient de Veiligheidsraad van de VN daartoe het bevel te geven; 4) De Veiligheidsraad zal dat bevel echter niet geven omdat dat een inmenging betekent in de burgeroorlog in Irak, die zich volgens president Bush “al sinds tijden afspeelt”; 5) Hoewel Saddam het liefst vandaag nog zou moeten worden vervangen door een 'Saddat Hussein', een andere, wat plooibaardere dictator, is elke politieke of militaire steun aan Saddams shi'itische en-of Koerdische vijanden uit den boze omdat zulks het uiteenvallen van Irak zou bevorderen; 6) Alle aandacht moet worden geconcentreerd op het in leven houden van zo veel mogelijk Koerdische vluchtelingen - in Turkije en in Iran; 7) Dat laatste is, gezien de praktische en politieke problemen ter plaatse, in feite niet mogelijk. Daarom moeten de Koerden zo snel mogelijk terug naar Irak - het liefst onder bescherming van een troepenmacht van de Verenigde Naties; 8) Zo'n troepenmacht komt er echter niet, want dat zou een onaanvaardbare inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van Irak betekenen. Daarom is de plaatsing van VN-waarnemers ook een goed idee - dertig in totaal voor heel Iraaks Koerdistan. Die kunnen dan berichten of en wanneer er met de teruggekeerde Koerden iets verschrikkelijks gebeurt. Dat zal de vluchtelingen voldoende vertrouwen moeten geven om naar Saddam-land terug te keren.

EXCUSES

Elke paar dagen komen de Westerse politieke leiders met andere politieke formules en excuses voor de oplossing van het mega-drama dat zich thans in Koerdistan afspeelt. Het zijn allemaal schijn-oplossingen om tijd te winnen en de publieke opinie te misleiden. Hoofdzaak is dat de Koerdische en de shi'itische vluchtelingen uit Irak zo onzichtbaar mogelijk sterven voor het oog der camera's.

Vandaar de mededelingen van de Westerse regeringen dat zij alles, maar ook alles in het werk stellen om hen te redden. Die mededelingen sluiten tegelijkertijd - in naam van de territoriale integriteit van Irak en de stabiliteit van de regio - elke levensvatbare politieke oplossing uit.

De enige oplossing - niet alleen voor de problemen in Irak, maar voor zoveel dictaturen in het Midden-Oosten - is om het bloedige centrale bewind te vervangen door een federale structuur. Dat kan onder de huidige omstandigheden in Irak nog steeds met geweld gebeuren - het liefst onder supervisie van de VN. Maar als de VN verlamd blijven, zou het Westen dat ook alleen kunnen doen. Daarvoor hoeven niet per se grondtroepen te worden ingezet, want de bevrijdingsoorlog van Koeweit heeft aangetoond dat vliegtuigen het beleid van Bagdad beslissend konden beinvloeden.

Het Westen laat dit echter bewust na. Elke keer dat president Bush voor de camera's uitroept dat hij niet bereid is om ook maar een van zijn 'jongens' aan de burgeroorlog in Irak op te offeren, elke keer dat de Europeanen publiekelijk getuigen van hun onwil om militair in te grijpen, ontvangt Saddam Hussein de boodschap dat hij ongestraft met zijn slachtpartijen door kan gaan.

Het is een herhaling van wat er een paar weken geleden gebeurde, toen de Amerikanen - nog voordat het definitieve bestand inging - te kennen gaven dat zij niet zouden ingrijpen tegen Saddams helikopters die de opstandige burgerij bombardeerden. Ook toen kon Saddam de jacht op dissidenten en vermoede opposanten doorzetten. Met als gevolg dat in alle steden van Irak Koerden, shi'ieten en legerdeserteurs massaal werden opgepakt en even massaal om het leven werden gebracht.

RADIOZENDER

Het Westen vindt dat een betreurenswaardige situatie, maar zegt er weinig tegen te kunnen doen. Verontwaardigd wijst men alle verantwoordelijkheid af voor de gewekte indruk bij de shi'ieten en de Koerden dat het Westen hulp zou bieden aan een binnenlandse opstand tegen Saddam. In feite riep een nieuwe radiozender, Radio Vrij Irak, direct na afloop van de oorlog om Koeweit vanuit de Saoedische stad Jeddah twaalf uur per etmaal de bevolking van Irak op zowel in het Arabisch als in het Koerdisch om “Bagdad te zuiveren van het vuil van Saddam en zijn beulen”. Om de zaak geloofwaardig te verkopen, waren Koerdische zakenlui en intellectuelen naar Jeddah overgevlogen en in luxe hotels ondergebracht. Zij beloofden voor de radio aan hun landgenoten dat de geallieerden hen zouden helpen. Het was volgens radio-ingewijden een kopie van de operaties van Radio Free Europe in 1956, die onder auspicien van de CIA de Hongaarse bevolking opriep om tegen haar communistische onderdrukkers in opstand te komen.

De in Irak gevestigde indruk dat het Westen te hulp zou komen, berustte - zo zegt men nu - op een misverstand. President Bush en premier Major verklaren om strijd dat zij weliswaar de val van Saddam graag zagen, maar dat zij nooit ook maar een enkele toezegging daarover hebben gedaan. De politiek van de geallieerden is thans om gelaten af te wachten tot de een of andere generaal of een van Saddams vertrouwelingen (die per definitie medeverantwoordelijk waren voor de aangerichte bloedbaden) bereid en in staat is Saddam te verjagen.

Over het alternatief - een federale structuur in Irak - wordt niet gesproken; dat is taboe. Zo'n federale structuur zou misschien geen democratie introduceren, maar wel de overgrote meerderheid van de bevolking een minimum aan medezeggenschap en veiligheid kunnen bieden.

Die oplossing wordt echter bij voorbaat uitgesloten omdat de Westerse regeringen zich voetstoots schikken naar de wensen van hun Arabische bondgenoten en Turkije, die de Iraakse shi'ieten en de Iraakse Koerden ten koste van alles eronder willen houden.

Daarom wordt voortdurend een politiek en militair zwart-wit-beeld van de situatie geschetst. De geallieerden zouden geen keus hebben gehad, zo wordt ons meegedeeld: zij stonden voor een onmogelijke opdracht.

Zij konden niet oprukken naar Bagdad en daar een regering vestigen omdat zo'n regering per definitie geen legitimiteit zou hebben in de ogen van de Arabische wereld.

Bovendien zou medezeggenschap van de Iraakse bevolking over haar bestuur een permanente chaos en burgeroorlog in Irak uitlokken - wat het nog steeds zo gevaarlijk geachte Iran (dat volgens alle specialisten militair niets meer voorstelt) de gelegenheid zou bieden om in de toekomst in troebel water te vissen.

GEEN BUITENSTAANDERS

De politieke werkelijkheid is dat de nauwste Arabische bondgenoten van het Westen (de Saoediers en de Egyptenaren) in naam van hun arabisme en hun ware islam (de sunna) geen 'buitenstaanders' in 'hun' regio dulden. Zij willen Iran en Turkije zoveel mogelijk uitsluiten van het regionale veiligheidssysteem, dat president Bush op poten tracht te zetten. Van hun kant willen de Turken alles vermijden dat riekt naar zelfbestuur voor de Iraakse Koerden, uit vrees voor de besmettelijke werking van zo'n constructie op de Turkse Koerden. Het Westen voegt zich naar die wensen en offert uit gemakszucht en opportunisme de Koerden en shi'ieten op.

Vandaar dat men, in naam van de medemenselijkheid, doorgaat met het parachuteren van hulp in de bergen - ondanks de wetenschap dat de neervallende hulppakketten reeds vele mensen hebben vermorzeld, vaak in gebied terechtkomen die bezaaid zijn met landmijnen en bemachtigd worden door de sterken - zonder dat de zieken, ouderen en zwakken er iets van krijgen. Maar de parachutes leveren wel prachtige TV-plaatjes op, conform de uitspraak van een functionaris van het State Department: “Als er beelden van Koerdische kinderen op de TV komen, wil het Witte Huis dat daarop een Amerikaanse soldaat te zien is die aan ieder van hen een stuk kauwgum uitdeelt.”

Terwijl president Bush hard werkt aan de een of andere oplossing van het Palestijnse probleem, is er een nieuw vluchtelingenprobleem geschapen dat het Palestijnse probleem in afmetingen en gruwelijkheid verre overtreft. Er is een veelvoudig Gaza ontstaan, met dien verstande dat een volk zonder staat thans met massale vernietiging wordt bedreigd of een volk zonder land dreigt te worden. De oorzaken daarvan zijn simpel: de welbewuste politiek van de geallieerden is erop gericht Irak te verzwakken, maar tegelijkertijd het bedreigde bewind van Saddam Hussein in leven te laten totdat zich een politiek alternatief aanbiedt dat zowel voor het Westen, als voor de Arabische Golfstaten en Turkije aantrekkelijk is.

CORRIDORS

De consequentie van dit beleid is dat de publieke opinie in het Westen bijna elke dag met een nieuw snoepje wordt zoet gehouden. Het Britse ministerie van buitenlandse zaken heeft premier Majors politiek beladen woord 'enclave' nu vervangen door 'veilige plaaatsen en omstandigheden'. En de ministers van buitenlandse zaken van de EG namen gisteren het ferme besluit om ernaar te streven dat er 'veilige corridors' voor de vluchtelingen worden ingesteld. Zij vermeldden er niet bij naar welke onveilige oorden die corridors moeten leiden.

David Jones, de onderdirecteur van de Britse hulporganisatie Oxfam, noemde de situatie in Turkije “onmenselijk, erger dan Koren” (het ergste vluchtelingenkamp dat berucht werd tijdens de hongersnood in Ethiopie). Volgens hem zou zelfs het hele Britse leger niet in staat zijn om de noden van de vluchtelingen hoog in de bergen te lenigen.

“Wij kunnen alles proberen om iets aan de situatie te doen. Maar alleen het Westen kan deze ramp oplossen door middel van een politieke oplossing.”

Aangezien het Westen die politieke oplossing niet wil, moet de door president Bush gelanceerde operatie Provide Comfort (Geef Troost) uitkomst brengen. Deze operatie, die volgens Bush slechts tijdelijk van aard is en binnen twee maanden aan de gespecialiseerde organisaties van de VN zal worden overgedragen, moet ertoe leiden dat de Koerden veilig en wel in Irak hun toevlucht zoeken. De hoogste Amerikaanse gezagsdragers hebben echter geen antwoord gegeven op de aan hen gestelde vraag of de Koerden vertrouwen moesten hebben in de door Saddam Hussein aangekondigde amnestie. Zij konden geen ja zeggen, omdat dat - gezien de officiele Amerikaanse politiek die het Irak van Saddam als een paria heeft gedefinieerd - te ongeloofwaardig is. Maar zij wilden ook geen nee zeggen omdat zij dan opgezadeld zouden blijven met het Koerdische probleem, waarvan zij zo graag verlost willen zijn.

Alleen de publieke opinie kan uitkomst brengen. Zij kan door middel van druk op de politici een einde maken aan een van de grootste schandalen sinds de Tweede Wereldoorlog waarvan zij elke avond in de huiskamer via de televisie getuige is.