Oost-Europa Bank zowel met optimisme als scepsis begroet

LONDEN, 16 APRIL. Begroet door een mengeling van optimisme en scepsis is de Europese Bank voor Reconstructie en Ontwikkeling (EBRO) gisteren in Londen daadwerkelijk aan haar bestaan begonnen.

Tientallen regeringsleiders en staatshoofden, met als opvallende afwezige alleen bondskanselier Helmut Kohl, symboliseerden met hun komst naar de oprichtingsvergadering van de bank de idealistische bereidheid om te helpen bij de economische en ideele wederopbouw van Oost-Europa. Maar tegen de achtergrond van vrome woorden - van de bedenker van de bank, president Mitterand - over de ontwikkeling van een “groot-Europa”van een gelijkelijk democratisch en voorspoedig Oost en West, waarschuwden politici, bankiers en economen voor aanzienlijke valkuilen bij het bereiken van dat doel.

De directeur van de bank, Mitterands voormalige adviseur Jacques Attali, beklemtoonde het unieke van het nieuwe instituut: de eerste instelling voortvloeiend uit het post-Koude Oorlog-tijdperk, de eerste instelling die een verenigd Europa symboliseert en de eerste instelling die een nieuwe ordening in de wereld vertegenwoordigt.

De formele oprichting van de bank - met een beginkapitaal van 10 miljard Ecu (23 miljard gulden), aangedragen door 39 landen en twee Europese instellingen - was voor de Britse premier John Major aanleiding de verdiensten van Londen als financieel centrum bij uitstek aan te prijzen. De komst van de EBRO, die nog door premier Thatcher is afgedwongen bij president Mitterand in ruil voor de benoeming van Attali als topman van de nieuwe bank, betekent volgens Major dat Londen zich zal ontwikkelen tot “kruispunt in het (handels-)verkeer tussen Oost en West”. Major gebruikte zijn gastheerschap ook om opnieuw te beklemtonen dat de Britten van plan zijn in Europa een centrale rol te spelen.

Het vertoon van feestelijkheid en ceremoniele ontvangsten waarmee de oprichting gepaard ging, ontnam in de eerste bijeenkomsten over de gewenste werkwijze van de bank niet de bezorgdheid over de te verwachten successen. Jacques Delors, voorzitter van de Europese Commissie, die als gast aanwezig was, verwoordde de scepsis over het geringe budget van de bank door te zeggen dat meer kapitaal voor haar activiteiten dringend gewenst is. Als vele anderen - onder wie de Nederlandse premier Lubbers in een gesprek met Nederlandse journalisten - pleitte hij voor intensieve samenwerking van de EBRO met het Internationale Monetaire Fonds en de Wereld Bank. Delors pleitte er ook voor dat de bank zich zou opstellen “als in de eerste plaats een bank”. Daarmee nam hij afstand van de tweede taak, die de EBRO volgens haar statuten heeft: het (mee-)financieren van alleen die projecten die bijdragen aan het verstevigen van de democratie in Oost-Europa.

De Nederlandse vice-premier Wim Kok, die als troost voor het passeren van de Nederlander Onno Ruding als topman van de bank, als eerste de toerbeurt te vervullen kreeg om de Raad van Gouverneurs van de nieuwe bank voor te zitten, hield zijn collega-bestuurders vanmorgen voor dat tot de belangrijkste deeltaken voor de bank hervorming van het ondernemingsstelsel, modernisering van de infra-structuur en herstel van het milieu behoren.