Kellendonk spookrijder De Revisor 1991-1&2. ...

Kellendonk spookrijder De Revisor 1991-1&2. Kellendonknummer Querido, 160 blz. (f) 24,50

Dali was goddelijk in gevangenis Jose Marti-Journaal, 4de jrg. nr. 2. 55 blz. (f) 9,95. Herengracht 259 Amsterdam.

L'esprit de serieux De Gids, 154ste jrg. nr. 3. Uitg. Meulenhoff, 75 blz. (f) 14,90

Kellendonk spookrijder Onder gastredacteurschap van Jacob Groot brengt De Revisor een eerbetoon aan Frans Kellendonk. Een dubbelnummer, met een twintigtal bijdragen over de schrijver die voor zijn veertigste overleed aan Aids.

Vermoedelijk herinnert menigeen zich van Kellendonk in de eerste plaats de 'affaire Mystiek lichaam', aangezwengeld door Aad Nuis.

“Onmiskenbaar antisemitisme in sluiers van ironie”, oordeelde hij in mei 1986 over de roman - het begin van een onhollandse, beter gezegd ontwintigste-eeuwse literaire rel. Op bladzijde 41 van dit herdenkingsnummer begint Gerard Raat een korte uiteenzetting hierover.

Een cruciale rol in de hele affaire speelt een interview met de schrijver - en ook door hem geautoriseerd - van H.M. van den Brink in deze krant op 9 mei, de dag waarop Mystiek lichaam verscheen.

Ironie en ambivalentie, waarvan de roman volgens Raat “van woord tot woord doortrokken is”, werden in dit vraaggesprek niet aangebracht - de schrijver sprak openlijk zijn twijfels uit over de bestaansmogelijkheid van een multiculturele samenleving. Wie herinnert zich niet de curieuze bespreking van de roman door Carel Peeters in Vrij Nederland, die zijn oorspronkelijke oordeel na twee weken herriep in een 'herrecensie' waarin hij Kellendonks roman om zijn anti-joodse, Bijbelhartelijke en homohatelijke ideeen krachtig verwierp? (Des te curieuzer is natuurlijk Peeters' krampachtige overzichtsartikel van de Nederlandse letteren anno nu, in VN van 9 maart, waarin hij de roman van Kellendonk opeens toejuicht als “stijlvast, onverschrokken en sarcastisch”, en met Mystiek lichaam is volgens hem zelfs een hele schrijversgeneratie opgestaan “die de literatuur kwalitatief gehalte geeft”.) Peeters mag nu het Kellendonk-herdenkingsnummer openen. Hier spreekt hij van “oprecht geveinsd sarcasme”, een niet neutrale uitdrukking in de Kellendonk-studie. Nu filosofeert hij vrijelijk over de metafysica van Kellendonk - “in zijn metafysische economie is het kwaad en het lijden - het geld waarmee het goede verworven kan worden”.

Helder, meer betrokken maar aan het eind haast stamelend van emotie zijn de notities van Jacob Groot in 'Letter en lichaam'. Haast grotesk, het lijkt te gaan om een al lang geleden overleden schrijver, is de minutieuze inventarisatie van Kellendonks bibliotheek die Ernst Braches maakte: “Kast 41-E: Amerikaans proza: 500 cm; 10,07% van de totale collectie”. Anglist Kellendonk bezat 13 werken van Hermans en Murdoch, 19 van Th. Mann, 11 van Ford Madox Ford, 24 van Ezra Pound, 92 van Shakespeare, 17 van Vestdijk, 9 (!) van D.A. Kooiman - 2625 banden in totaal. De Revisor-schrijvers zijn rijkelijk vertegenwoordigd; Kellendonk was van '78 tot '83 redacteur van het blad, toen het nog spraakmakend en populair was.

Uit de verschillende bijdragen valt af te lezen dat literair Nederland met Kellendonk nog lang niet klaar is, niet met de schrijver, niet met de vertaler, niet met de geinterviewde (in dit dubbelnummer de tekst van een gesprek voor Radio Stad Amsterdam uit 1988: “Het is een tamelijk ongelukkige tijd, maar ik heb zelf het grootste geloof in de verbeelding. (...) Creativiteit = geloof.”

Verder: redes van Kellendonk en herinneringen van kennissen en vrienden, onder wie een pater en een dominee. Bas Heijne: “Hij dacht als een romanticus en voelde als een classicist. - In het sociaal verkeer was hij een onverbeterlijke spookrijder.”

De Revisor 1991-1&2. Kellendonknummer Querido, 160 blz. (f) 24,50

Dali was goddelijk in gevangenis Het Jose Marti-Journaal publiceert in het aprilnummer een interview van Victor Bockris met Salvador Dali uit 1974. Hij nam het af op een 'dalirieuze avond' in een Newyorks hotel. Het gesprek ging in hoofdzaak over sex en het been, le leg. “In le Middeleeuwen - of, nee, tijdens le Romeinse Rijk - zo gauw een dame een minnaar had gevonden, hakte zij de volgende dag zijn leg eraf, omdat de minnaar zonder een betere minnaar zou zijn. Al le bloed gaat dan in plaats van naar le leg naar le geslachtsdeel.”

De waanzinnige kunstenaar vertelde dat zijn leven in de gevangenis goddelijk werd: “Elke vrijheid, welke soort ook, is le slechtste voor creativiteit. Weet u, Dali heeft twee maanden in le gevangenis in Spanje doorgebracht en deze twee maanden waren le meest aangename en gelukkige in zijn leven.”

Deze tweemaandelijkse uitgave van het Centro Cultural Jose Marti schenkt aandacht aan allerlei kunsten en aan de maatschappelijke situatie van Spaanstalige landen. De literatuur gaat in dit nummer schuil tussen een veelheid aan informatie over theater, film en muziek.

Ronnie Britton bespreekt niet erg gunstig het nieuwe boek van Isabel Allende, de verhalenbundel Het goud van Tomas Vargas; en Marjolein Hohberger sprak met Julio Llamazares (1955), Spaans journalist en schrijver van De gele regen. “Ik denk dat het oudste beroep van de wereld niet de prostitutie is, zoals zo vaak wordt gezegd, maar dat van het leugens vertellen, verhalen vertellen om elkaar te vermaken.”

De schrijver wordt nauwelijks geintroduceerd, klaarblijkelijk gaat het Jose Marti-Journaal ervan uit dat zijn lezers Llamazares wel kennen.

Het blad is op ruime schaal in Nederland verkrijgbaar, maar het richt zich vooral op een beperkte groep van goed ingewijde aficionado's.

Jose Marti-Journaal, 4de jrg. nr. 2. 55 blz. (f) 9,95. Herengracht 259 Amsterdam.

L'esprit de serieux Wie maakt De Gids wakker? 'Vernieuwing in de poezie' heet het openingsartikel en het gaat over Podium en de Vijftigers. Nee, daar is niets tegen, maar het is tekenend. In het tweede artikel reageert Stefan Hertmans op Real Presences van George Steiner - hij doet het niet helder: “Hij is voor mij, die met Real Presences een beetje het verlies van een bewonderd auteur betreurt, het levend voorbeeld van de wel zeer deconstructionistische waarheid dat er veel lezingen van teksten bestaan, dat die voortdurend gewijzigd worden in het licht van nieuwe metateksten, en dat ik zonder dit publiek debat - dat is nog iets anders dan het geklets van de dag- en weekbladkritiek - niet in staat geweest zou zijn het gevaar van een dergelijke demagogisch boek te onderkennen.”

In de derde bijdrage filosofeert Frans van Zetten - zonder waarneembare aanleiding over de 'natuurtoestand' van de samenleving (waarin de volstrekt vrije mens uit noodzaak kiest voor sociale verbanden) en de 'onmogelijke samenleving' van diefachtig leentjebuur spelen. Na een opgeklopt, libretto-achtig verhaal van Kees Hensen en haast archaische gedichten van Kester Freriks (“Zo haak ik naar leidsels. Beloften zijn leidsels. [...]”) komt het gedeelte 'Kroniek & Kritiek', waarin ditmaal gediscussieerd wordt over nieuwe ontwikkelingen in de literatuurwetenschap.

Hier geven twaalf gerenommeerde letterkundigen antwoord op de vraag - in enkele subvragen - of er zich een nieuw 'paradigma' aan het aftekenen is in de literatuurwetenschap. Wordt de literatuur steeds minder 'wetenschappelijk' benaderd? Wordt de literatuurwetenschap steeds vrijer? En hoe komt dat alles dan? Tussen Bal en Van Luxemburg, Ibsch en Fokkema, Peeters, Verdaasdonk en anderen valt de oude Legionnair Em. Kummer even op een bijna prettige manier op: “Literatuurwetenschap gaat verloren door l'esprit de serieux [-] De paar uitzonderingen moeten zich helaas wel aanpassen aan dit bloedeloze en geconstipeerde, van ingebeeldheid doortrokken wereldje, anders dreigt hen hoon en uitsluiting.” Maar tussen alle onleesbare jargon door blijken de betrokkenen het toch wel op een interessante manier met elkaar oneens te zijn.

De Gids, 154ste jrg. nr. 3. Uitg. Meulenhoff, 75 blz. (f) 14,90

    • Margot Engelen