Kabinet houdt onverkort vast aan Schengen

DEN HAAG, 16 april - Het kabinet is niet van plan gehoor te geven aan de zware kritiek van de Raad van State op het uitvoeringsverdrag bij het Akkoord van Schengen. Dat zegt staatssecretaris Kosto (justitie) in een reactie op een gisteren uitgelekt advies van de Raad.

Het adviescollege komt daarin tot het oordeel dat het kabinet het Schengen-verdrag niet aan de Tweede Kamer kan voorleggen. Het is de eerste keer dat de Raad van State een verdrag afwijst.

Kosto gaf aan dat het kabinet zich weinig van het advies zal aantrekken: “Met het zetten van een handtekening is de regering volkenrechtelijke verplichtingen aangegaan met andere staten om het verdrag ter goedkeuring voor te leggen aan het parlement. We moeten daar nu consequent mee doorgaan.” Het kabinet beraadt zich over het antwoord - het nader rapport - aan de Raad van State.

Het Akkoord van Schengen tussen Frankrijk, Duitsland en de Benelux kwam in 1985 tot stand. Het heeft tot doel, vooruitlopend op de Europese eenwording, de grenscontrole tussen de vijf deelnemende landen op te heffen. Het uitvoeringsverdrag dat vorig jaar na vijf jaar onderhandelen werd getekend regelt de concrete uitwerking van het Akkoord. Hierbij is onder meer over asielverzoeken bepaald dat deze nog maar bij een van de vijf verdragsstaten kunnen worden ingediend.

De toelatingsnormen blijven onderling verschillend. Verwacht wordt dat hierdoor een “negatieve spiraal” zal ontstaan waarbij 'populaire'

landen hun normen zouden afstemmen op strengere landen. De Raad van State heeft ernstige kritiek op de asielparagraaf van het verdrag, vooral op het ontbreken van inhoudelijke afstemming van het asielbeleid van de Schengen-landen. Volgens Kosto heeft Nederland in het overleg met de Schengen-partners steeds geprobeerd over die inhoudelijke kant van het asielbeleid afspraken te maken. “In november heb ik het in Parijs weer aan de orde gesteld. Maar hierin staan wij de facto alleen”, aldus Kosto.

Ook op het feit dat Schengen geen communautair-verdrag is, van de twaalf EG-landen, heeft de Raad van State kritiek. Het verdrag schiet daardoor tekort ten aanzien van de nationaal en internationaal rechterlijke toetsing. Bovendien is parlementaire controle van dit verdrag onmogelijk. Kosto noemt die kritiek “merkwaardig”. Hij wijst erop dat inmiddels bijna alle twaalf EG-landen zich bij Schengen hebben aangesloten. “Daarmee is Schengen al bijna communautair. Het Akkoord vervult een laboratorium-functie voor het Europa van na 1992.”

Pag. 3:

Het ministerie van buitenlandse zaken stelde gisteren dat de rechtmatigheid van het Akkoord van Schengen door het advies van de Raad van State niet in het geding is. Op de kritiek van de Raad van State op de bepalingen over de toelating van vreemdelingen en asielzoekers wilde het ministerie niet ingaan.

Naar wordt verwacht zal het advies van de Raad van State samen met de officiele reactie van de regering in mei naar de Tweede Kamer worden gestuurd.

Voor de grote fracties in de Tweede Kamer komt de kritiek van de Raad van State niet onverwacht. De Kamer heeft zich tot dusver tamelijk kritisch en terughoudend opgesteld tegenover de asielparagraaf van Schengen.

De PvdA wil het advies van de Raad van State eerst nader bestuderen alvorens er commentaar op te geven. De CDA'er Gualtherie van Weezel hoopt dat het kabinet de kritiek van de Raad van State weet te ontzenuwen. Volgens hem kan de regering 'Schengen' nu moeilijk de rug toekeren. Nederland zou dan een enorme verantwoordelijkheid op zich laden ten opzichte van de andere verdragspartners, aldus Van Weezel.

Ook de VVD is er niet op uit het verdrag “af te schieten”, aldus woordvoerder Dijkstal. Maar de vragen die de VVD had bij de rechtsgang en de democratische controle op het verdrag zijn na het advies van de Raad van State wel toegenomen. D66 blijft erbij dat Schengen beter niet kan worden ondertekend. D66 ziet de overeenkomst meer als een “proeftuin” voor de Europese integratie. Groen Links stemt volmondig in met de kritiek van de Raad van State. De fractie heeft het verdrag steeds gezien als een onaanvaardbare inperking van de rechten van asielzoekers.