Huiswerk

“IN EEN KLEIN PLAATSJE in Europa vergaderden hoge ambtenaren over toekomstige politiele samenwerking. Wat leverde dat op? Geheimzinnige teksten en vage tekens. De vorming van een ongecontroleerd databestand, het ontbreken van parlementaire en rechterlijke controle.” Zo karakteriseerde het Tijdschrift voor de Politie in een redactioneel commentaar begin vorig jaar de afspraken van Schengen. Zelfs de politie - voor wie het verdrag nota bene goeddeels is geschreven - voelt kennelijk nattigheid.

“Nach Schengen nichts neues”, luidde de kop boven het commentaar.

Maar die is toch wat minder trefzeker gebleken. De Raad van State komt nu namelijk wel degelijk met een nieuwtje: het advies aan de regering af te zien van ratificatie. Een dergelijke hoogst ongebruikelijke stap tekent de ernst van de bezwaren van het hoge college van staat, bezwaren waartegen de staatssecretarissen van buitenlandse zaken en justitie overigens ruimschoots waren gewaarschuwd toen zij tekenden.

VERSLECHTERING van de positie van asielzoekers vormt, voorzover is uitgelekt, het voornaamste punt van kritiek van de Raad van State.

Maar de bezwaren richten zich ook tegen de wijze waarop meer in het algemeen de rechtsbescherming is geregeld. Deze kritiek valt niet zomaar opzij te schuiven. Er zijn serieuze aanwijzingen dat Schengen in strijd is met het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties. De positie van de verdediging in grensoverschrijdende strafzaken wordt vrijwel compleet genegeerd. De waarborgen voor het elektronisch gegevensnetwerk hebben allerlei ontsnappingsclausules. Rechterlijke controle op de verdragsbepalingen is tot een minimum beperkt.

Daar komt dan nog wrevel bij over het democratische deficit: “Ongecontroleerd hobbyisme van hoge ambtenaren”, om nog eenmaal het Tijdschrift voor de Politie te citeren. De tegenwerping is dat Nederland het zich niet kan veroorloven Schengen-spelbreker te zijn.

Met name in het CDA overheerst - bij alle inhoudelijke twijfels die ook in deze kring zijn geetaleerd - beduchtheid voor “kleine-landen-politiek”. Kan Nederland nog wel terug? Tijdens het hele, lange onderhandelingsproces is het beleid van de regering er al een geweest van voldongen feiten. Op de valreep van zijn ambtstermijn bestond de vorige minister van justitie Korthals Altes het zelfs om de Kamerleden openlijk uit te dagen goedkeuring aan ratificatie te onthouden als ze zoveel wantrouwen hadden in de verdragspartners.

HET HEEFT een zekere poetische rechtvaardigheid dat dit door de interventie van de Raad van State opeens een stuk minder ondenkbaar is dan het steeds leek. Het wordt nu een stuk moeilijker de gebreken van het verdrag te verdoezelen. Het verdrag niet te laten doorgaan betekent ook helemaal niet dat Nederland tegen afschaffing van persoonscontroles is. De functie van Schengen als “voortrein” voor de interne markt is niet in geding. Alleen, het huiswerk moet over.

Dit keer door de Gemeenschap. En nu goed.