'Grote schade aan haven van Asab'

NAIROBI, 16 april - Rebellen die vechten voor onafhankelijkheid van de Ethiopische provincie Eritrea hebben bij een aanval vanuit de Rode Zee grote schade toegebracht aan de haven van Asab. Dat heeft een woordvoerder van het Volksbevrijdingsfront voor Eritrea (EPLF) gisteren verklaard in een uitzending van het radio-station van de rebellen.

De operatie zou vorige week zijn uitgevoerd. De haven van Asab, de enige belangrijke haven die nog in handen was van de Ethiopische regering, vervult een sleutelrol in de voedselvoorziening vanuit het noorden. Asab fungeert als doorvoerhaven voor hulpgoederen die afkomstig zijn van westerse organisaties.

De operatie is onderdeel van het grootscheepse offensief dat het EPLF twee maanden geleden heeft ingezet. Het EPLF zei de aanval te zien als een keerpunt in de dertig jaar durende strijd tegen de Ethiopische regering. Het EPLF controleert op dit moment het grootste deel van Eritrea.

De afgelopen zes weken is het regeringsleger van Ethiopie tevens voortdurend bestookt door het Ethiopische Volksfront voor Democratie (EPRDF), een guerrilla-organisatie die in het noorden en westen van het land actief is. De organisatie maakte gisteren bekend dat het twee steden heeft ingenomen: Maychew, in de noordelijke provincie Wollo, en Jarso, in de westelijke provincie Wollega. Het EPRDF, aangevoerd door het Volksbevrijdingsfront van Tigre (TPLF) trekt steeds verder op naar het zuiden van het land, in de richting van de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba. (Reuter, AP, AFP)