Eurofed beslissend voor financiele hegemonie in Europa; 'Finanzplatz'in Londens schaduw

FRANKFURT, 16 APRIL. “Finanzplatz Deutschland loopt achter bij Londen”, verzuchtte Karl Otto Pohl, president van de Bundesbank in juni 1989. Nu, twee jaar later, is daar ondanks verwoede pogingen van de Duitsers nog weinig verandering in gekomen - De vestiging van een toekomstige Europese centrale bank, een Eurofed, zal volgens de Duitsers beslissend zijn bij de strijd om de financiele hegemonie in Europa.

De ambitie van Frankfurt zich te scharen in het rijtje New York, Tokio, en Londen wordt gesymboliseerd door de hoogste kantoorkolos van Europa, de Messeturm, die 256 meter omhoog rijst. De Messeturm, vorige maand officieel geopend, is tot verdriet van de Duitsers eigendom van een Japanse handelsmaatschappij.

Hoewel de Duitsers de afgelopen twee jaar hun markten ijverig hebben gedereguleerd en gemoderniseerd, menen bankiers en financiele specialisten in Frankfurt dat het nog zeer lang zal duren voordat Finanzplatz Deutschland uit de schaduw van Londen zal kunnen treden.

De Britse hoofdstad heeft in veel opzichten nog steeds een grote greep op financieel Duitsland. Duitse ondernemingen gaven in 1989 voor 9,1 miljard dollar obligaties uit, waarvan 85 procent via Londen.

Op de International Stock Exchange (ISE) in Londen is de omzet in de grote Duitse aandelenfondsen dagelijks circa een derde van de totale omzet op de acht regionale Duitse beurzen.

De vestiging van een toekomstige Europese centrale bank, een Eurofed, zou dit kunnen veranderen. De gemeente Franfurt die vorige week een campagne lanceerde om de Eurofed binnen te halen, heeft als eerste aanbetaling 800.000 D-mark vrijgemaakt.

Als de Eurofed in Frankfurt zou worden gevestigd, dan zouden de belangrijkste banken ter wereld daar een kantoor moeten vestigen, of hun bestaande activiteiten uitbreiden. Dit zou op zijn beurt weer internationale financiele handel naar Frankfrurt lokken ten koste van Londen.

Het grootste verschil tussen Londen en Frankfurt is dat de Britse hoofdstad haar positie nauwelijks dankt aan de kracht van de nationale economie. Haar dominante positie in de financiele wereld dankt Londen aan de bereidheid te fungeren als gastheer voor internationale institutionele beleggers en internationale markten. De tegengestelde situatie bestaat in Frankfurt dat zijn kracht dankt aan de sterke Duitse economie, de D-mark en een spaarlustige bevolking. De gemiddelde Duitser zet zijn geld nog steeds op een spaarrekening of koopt obligaties. Duitse institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen, hebben niet meer dan vijf procent in handen van de op de beurs verhandelde aandelen. Maar liefst veertig procent van de aandelen van Duitse bedrijven is in buitenlandse handen.

“Gezien onze een uitstekende staat van dienst wat betreft monetaire politiek, de dominantie van de D-mark, de belangrijke rol van Duits kapitaal en een lage inflatie voldoet Duitsland aan de voorwaarden voor de Eurofed”, zei Pohl vorige week tegen een gezelschap Europese journalisten in het solide, zwaar bewaakte gebouw van de Bundesbank in een buitenwijk van Frankfurt.

Zelfs als Duitsland de Eurofed binnen weet te halen, zal nog het een en ander moeten veranderen voordat Frankfurt de hegomonie van Londen kan bedreigen, zo geven de Duitsers zelf toe.

Aan de vooruitstrevende minister van financien Theo Waigel, die in 1989 aantrad, heeft het niet gelegen. Hij was verantwoordelijk voor de Finanzplatzforderungsgesetz, letterlijk: wet ter bevordering van Frankfurt als financieel centrum. Waigel schrapte direct na zijn aantreden een belasting op binnenlands schuldpapier. Buitenlandse bedrijven mochten vorig jaar voor het eerst obligaties in vreemde valuta uitbrengen. De Deutsche Terminborse (DTB) kon vorig jaar gaan draaien dank zij de afschaffing van een wet die handel in afgeleide produkten (futures, opties) verbood. Ten slotte werd begin dit jaar de gehate omzetbelasting voor aandelen afgeschaft.

De Duitsers hebben hun onderontwikkelde effectenmarkt de afgelopen jaren sterk gemoderniseerd. Twee weken geleden trad het elektronische handelsysteem IBIS in werking. Met dit systeem kan op de acht beurzen worden gehandeld in de dertig meest actieve aandelen en 28 obligaties.

Tot dan toe verliep deze handel telefonisch via de grote banken. De begin vorig jaar gestarte Deutsche Terminborse (DTB) is met de termijnmarkt LIFFE in Londen verwikkeld in een gevecht om de gunst van de belegger in 'futures' op Duitse staatsobligaties, de zogenoemde 'bunds'. DTB-voorzitter Jorg Franke voorspelt overmoedig dat de termijnmarkt voor het begin van de zomer vijftig procent van de handel in bunds voor zijn rekening zal nemen. De cijfers spreken een andere taal: in maart stond tegenover 13 bundcontracten in Londen maar een contract in Frankfurt.

In tegenstelling tot financiele centra als Londen, Parijs en Luxemburg verlenen buitenlandse banken in Frankfurt praktisch geen diensten aan niet-Duitse klanten. Zij houden zich vrijwel exclusief bezig met produkten die zijn gerelateerd aan de D-Mark. “De winstmogelijkheden voor buitelandse banken in Duitsland zijn beperkt als gevolg van hoge financieringskosten, hoge belastingen en de beperking van de werkzaamheden tot D-Mark-deals en diensten aan Duitse klanten”, verzucht dr. Hans-Georg Engel, voorzitter van de Vereniging van buitenlandse banken in Duitsland en vice-president van J.P. Morgan Duitsland. De minimum-reserve-verplichting voor bankdeposito's bij de Bundesbank zou volgens hem zo snel mogelijk moeten verdwijnen.

Ook de financiele euforie als gevolg van de Duitse eenwording en het opengaan van de Oosteuropese markt heeft plaats gemaakt voor nuchterheid. Voorlopig kost de eenwording alleen maar geld. Vorig jaar pompte de Bondsrepubliek circa honderd miljard D-mark in Oost-Duitsland.

Een handelaar op de beursvloer in Frankfurt die een stuk kleiner is dan zijn Amsterdamse tegenhanger: “Het zal een wonder zijn als een bedrijf uit oost-Duitsland binnen nu en twee jaar geschikt zal zijn voor een notering aan de beurs.”

Hij is sceptisch over de pogingen van Frankfurt zich te presenteren als een internationaal financieel centrum. “Vorig jaar was maar drie procent van de totale aandelenomzet te danken aan handel in buitenlandse aandelen. In Londen nemen de buitenlandse aandelen, waaronder veel Duitse, ruwweg een derde van de omzet voor hun rekening.”

Vol optimisme heeft de gemeente Frankfurt al een gebouw gereserveerd voor de Eurofed. De voormalige complexen van het vooroorlogse chemieconcern IG Farben in het Noordwesten van de stad worden wellicht binnen enkele jaren ontruimd door 6.000 Amerikaanse officieren. Het oude gebouw kan een groot aantal centrale bankiers huisvesten.

De andere kandidaten voor de Eurofed, waaronder Amsterdam, stellen zich voorlopig terughoudend op. Eerst moet tijdens een intergouvernementele conferentie duidelijk worden wat er gaat gebeuren en wanneer.

Op zijn vroegst zal de Eurofed pas in de tweede fase van Economische en Monetaire Unie (EMU), die op 1 januari 1994 van start gaat, zijn verwezelijkt. Als het aan de Duitsers ligt zal dit instituut er pas aan het begin van de derde, definitieve fase van de EMU komen, het moment waarop de bank een zelfstandig beleid kan gaan voeren.

Toch worden de Duitsers gekweld door twijfels. De nieuwe burgemeester van Franfurt, Andreas von Schoeler: “Onze grootste angst is dat de Eurofed als gevolg van politiek machinaties aan onze neus voorbij zal gaan. De kans bestaat dat de andere EG-lidstaten, met Groot-Brittannie vooraan, niet zullen toestaan dat Duitsland via een Eurofed nog meer macht naar zich toetrekt. Het zou me niet verbazen als de Eurofed uiteindelijk als gevolg van een compromis terecht komt in Luxemburg of Amsterdam.”