Een gedoemde antiquaar

Het auditorium van de Universiteitsbibliotheek in Amsterdam barstte verleden week uit zijn voegen, bij een lunchcollege over het Nederlandse antiquariaat. De belangstelling voor het antiquariaat neemt toe, hoewel maar weinigen beseffen wat er allemaal te krijgen is. Als eerste aflevering van een korte serie: Historisch Antiquariaat A.G. van der Steur in Haarlem.

Het is niet moeilijk A.G. van der Steur te typeren. Dat is namelijk al gedaan. Na jaren vanuit een gesloten huis te hebben gewerkt, opende Van der Steur dik een jaar geleden een winkel in de Kruisstraat in Haarlem. Bij die gelegenheid werd hij toegesproken door Bubb Kuyper, veilinghouder te Haarlem en een van de sprekers op de door de Tiele-Stichting georganiseerde lezingencyclus. Kuyper maakte een onderscheid tussen een antiquaar van geboorte en “de man of vrouw gedoemd tot het antiquaar-zijn”.

Van der Steur behoort tot die laatste categorie en hij vindt het best zo. “Antiquarische boekhandels die van vader op zoon gaan zie je vaak binnen een paar generaties verloederen. Mij zal niemand opvolgen en dat is ook goed: je moet voor dit vak een bepaalde gedrevenheid hebben.”

Die gedrevenheid had Van der Steur (52) al vroeg. Ooit studeerde hij economie en van jongs af aan werkte hij in het familiebedrijf: een kledingwinkel die al sinds 1789 bestaat en daarmee volgens Van der Steur de oudste in Nederland is.

Het moet ruim veertig jaar geleden zijn geweest dat een amateur-genealoge aanbood een schuld in te lossen door de stamboom van de familie Van der Steur na te pluizen. “Mijn vader nam het besluit van een koopman”, vertelt de antiquaar nu, lachend. “Met een grondig onderzoek zou de schuld geheel zijn vervallen. Hij koos voor de helft van het geld en een halve stamboom.” Van der Steur junior raakte geintrigeerd door de ontbrekende helft en voltooide de stamboom tijdens de drie jaar die hem resteerden op de middelbare school. “Ik kwam al op het gemeentearchief toen ik nog een korte broek droeg.”

Historisch Antiquariaat A.G. van der Steur is een bijzondere winkel. Het is geen bedrijf waar je kunt rommelen tussen stapels stoffige boeken. De 50.000 boeken die Van der Steur in voorraad heeft staan keurig in de kast - de kostbaarste achter gaas. Uit de inhoud van de kasten blijkt de specialisatie van Van der Steur: Nederlandse geschiedenis, topografie van Nederland, genealogie en heraldiek, Nederlandse kunst en het oude boek. Brede metalen ladenkasten herbergen het andere specialisme: grafiek van oude meesters (16de tot 19de eeuw), topografie, histo-rieprenten en portretten - in totaal vele tienduizenden exemplaren.

Onlangs beleefde Nederland ongemerkt een kleine primeur: een catalogus met tweeduizend boeken met genealogieen van - voornamelijk - Nederlandse geslachten, een ander zwaartepunt in de voorraad van Van der Steur. De meeste boeken van de in deze catalogus aangeboden boeken zijn zeldzaam tot zeer zeldzaam. Veelal gaat het om publikaties die alleen voor de familie in een kleine oplage werden gedrukt.

Van der Steur kocht de kern van zijn boekenbezit in 1974 van de Haagse antiquaar Gerard Halwasse. Diens 'Genealogisch heraldisch-historisch bureau' was onder kenners ooit een begrip. Van der Steur bouwde deze collectie zorgvuldig uit en is nu zelf een begrip: van heinde en verre komen verzamelaars naar Haarlem. Vaak met opmerkelijk succes. Van der Steur vertelt van verzamelaars die er jaren over hebben gedaan om twee of drie publikaties van de een of ander bij elkaar te scharrelen.

Meermalen is het voorgekomen dat hij hier zo een handvol titels bij kon leggen, publikaties waarvan ze soms nog nooit hadden gehoord.

“Dat zijn natuurlijke prachtige momenten! Een van de aspecten die dit vak zo leuk maken.”

Van der Steur maakt de indruk van iemand die nooit echt heeft kunnen kiezen. Hij leidt nog altijd het kledingbedrijf, reist door heel Nederland op zoek naar antiquarische boeken en prenten, hij is redacteur en mede-oprichter van Spiegel Historiael en van het tijdschrift De Boekenwereld en hij heeft vele tientallen publikaties op zijn naam staan. Bovendien is hij zelf een ijverig verzamelaar.

Gevraagd naar de onderwerpen die hij verzamelt moet Van der Steur even nadenken. Haarlem, Warmond, Le Franc van Berkhey, dichtgenootschappen, sodomievervolgingen in de achttiende eeuw, portretgrafiek, de geschiedenis van kleermakerijen en watersport, zo begint hij en later in het gesprek zullen hem nog enkele andere verzamelgebieden te binnen schieten.

En het gaat hier niet om onbenullige collecties, maar om indrukwekkende verzamelingen die het woonhuis letterlijk tot de nok toe vullen. Een en ander maakt Van der Steur tot iemand die, na enig aandringen, blijkt te beschikken over een grote parate kennis op een breed scala van onderwerpen.

Deze grote kennis komt ook tot uitdrukking in het antiquariaat. De afgelopen vijftien jaar besteedde Van der Steur talloze avonden en weekeinden aan het bijwerken van een kaartsysteem dat hij van Halwasse overnam. Het resultaat is een archief met 15.000 op naam toegankelijke publikaties van Nederlandse personen: oude dissertaties, gelegenheidsgedichten, huwelijkszangen, levensberichten maar ook brieven, akten en aantekeningen. “Sorteren is een soort gekte van me”, aldus Van der Steur, “dat houd ik echt uren vol.”

Voor de verzamelaar of wetenschapper is dit ideaal. Binnen een paar minuten kan Van der Steur nakijken of hij iets in huis heeft over een bepaalde persoon. In een ander kaartsysteem kan hij nazoeken of hij ook over een portret van die persoon beschikt. Weer in een ander systeem wordt het familiewapen nagezocht. Gaat het om een historische gebeurtenis van belang dan is het mogelijk dat er ook een historieprent in huis is. Bovendien kan een jaartal uitkomst bieden.

Van der Steur heeft dozen vol pamfletten, brochures en noem maar op, gerangschikt per jaar van 1500 tot 1900. Niets gevonden? Dan kan men het nog altijd even proberen in de dozen die naar provincie zijn geordend. Wie maken er nu in praktijk gebruik van alle deze mogelijkheden? Van der Steur: “Zo'n 80 procent van mijn klanten bestaat uit particulieren: amateur-historici, verzamelaars, wetenschappers. Voor de rest krijg ik veel archieven, instituten en bibliotheken, hoewel grote bibliotheken de laatste jaren steeds minder kopen.

Beginnende verzamelaars komen hier minder. Het gaat vooral om mensen die al jaren naar stukken zoeken, verzamelaars met veel kennis van zaken. Overigens komen die uit alle lagen van de samenleving, van hoogleraar tot timmerman; verzamelen vereist vooral een zekere bezetenheid.'' Van der Steur schat dat in Nederland zo'n vier a vijfduizend mensen zich bezighouden met regionale geschiedenis.

Vijfduizend zijn er lid van de landelijke genealogische verenigingen. “Zowel de belangstelling voor regionale geschiedenis als voor familiegeschiedenis is de laatste jaren sterk toegenomen. De belangstelling voor genealogie is in feite als sinds de jaren vijftig aan het stijgen.”

“Familiegeschiedenis kan als kapstok dienen voor de geschiedenis vanaf ongeveer 1600 - want tot zover kun je soms met behulp van kerk- en doopboeken teruggaan”, verklaart Van der Steur zijn persoonlijke belangstelling voor de genealogie. “Een verhaal over de Tiendaagse veldtocht gaat nu eenmaal veel meer leven als je weet dat je betovergrootvader daaraan heeft meegedaan.”

In zijn laatste catalogus weet hij de handel in dergelijke boeken in ieder geval flink te relativeren. Op de binnenzijde van het omslag staat een citaat van A. Edward Newton, uit The amnities of book-collecting and kindred affections (Boston, 1918): “Some catalogues annoy me exceedingly: those which contain long lists of books that are not books; genealogies; county (and especially town) histories, illustrated with portrets (...) How it is that anyone can make a living by vending such merchandise is beyond me - but so are most things.”