Bonden dreigen met CAO-acties in haven Rotterdam

ROTTERDAM, 16 APRIL. Het overleg over een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst voor de machinale sector in de Rotterdamse haven (1250 werknemers) is gisteravond vastgelopen. Vakbonden en werkgevers werden het niet eens over verhoging van de lonen en uitbreiding van de werkgelegenheid.

Door het mislukken van het CAO-overleg in de machinale sector is volgens de vervoersbonden van FNV en CNV de kans gestegen dat het tot acties in de Rotterdamse haven komt. Beide bonden zullen hun leden deze week raadplegen over het 'eindbod' van de Rotterdamse havenwerkgevers, verenigd in de SVZ.

De havenwerkgevers boden gisteren voor een tweejarig contract bovenop de prijscompensatie een loonsverhoging van 3,5 procent met ingang van april dit jaar, van 1,5 procent per april 1992 en twee eenmalige uitkeringen van een procent. Over korter werken en uitbreiding van werkgelegenheid waren volgens onderhandelaar K. van der Linden van de Vervoersbond FNV geen afspraken te maken. “Er viel alleen te praten over vervanging van mensen die bedrijven zouden verlaten door bijvoorbeeld vervroegd uitreden. Aan de werkdruk van onze leden willen ze geen donder doen.”

Onderhandelaar C. van der Knaap van de Vervoersbond CNV zei na afloop van het mislukte overleg “zwaar teleurgesteld en zwaar gefrustreerd”

te zijn. “Wat betreft loonsverhoging zijn we misschien wel aardig op we, maar de voorstellen op het gebied van werkgelegenheid zijn ver onder de maat. Het bod van de werkgevers is puur en alleen een poencontract, ofschoon ze heel goed weten dat eenmalige uitkeringen bepaald niet populair zijn bij de werknemers”, aldus Van der Knaap.

Onderhandelaar P.M. van der Sluis van de SVZ zei “goede hoop” te hebben de werknemers ervan te kunnen overtuigen dat er “een heel aannemelijk bod” op tafel ligt. “Korter werken is voor ons onbespreekbaar. In de volcontinu-bedrijven ligt de basis-arbeidsduur onder de 1470 uur per jaar. Dat is aanzienlijk minder dan bij vergelijkbare bedrijven met volcontinu-diensten, zoals Hoogovens of Shell.” Het meningsverschil over werkgelegenheid spitst zich volgens Van der Sluis toe op bijna dertig arbeidsplaatsen, zijnde het verschil tussen het bod van werkgevers (29 nieuwe banen) en de eis van de bonden (58 nieuwe arbeidsplaatsen).

De machinale sector (EECV, EMO, Interstevodoring en Frans Swarttouw) was door de bonden uitgekozen als speerpunt, nadat de Vervoersbond FNV op 27 maart het CAO-overleg na twintig minuten afbrak, omdat de havenwerkgevers geen centrale afspraken voor alle 12.500 werknemers in de havens van Amsterdam, Rotterdam en Zeeland wilden maken. Volgens de werkgevers rechtvaardigen de verschillen tussen de diverse zeehavens geen centrale CAO.

Coordinator J. Verroen van de Vervoersbond FNV zei vanmorgen dat zijn bond na het mislukken van het overleg in de machinale sector een nieuwe poging wil doen met de havenwerkgevers enkele centrale afspraken te maken voor de werknemers in alle zeehavens. Deze zouden moeten gaan over prijscompensatie, vervroegd uittreden, pensioen, fusiegedragsregels en looptijd van de CAO. Volgens Van der Sluis is er weinig kans dat de havenwerkgevers hierop zullen ingaan.