Athene's nieuwe concertzaal brengt Grieken in extase

ATHENE, 16 april - Tientallen jaren lang heette het een 'spookgebouw', het nogal afwerende bakbeest dat naast de Amerikaanse ambassade was verrezen en dat bestemd was Athene's concertgebouw te worden.

Nog maar weinigen geloofden erin: hele jaren, inclusief de periode van de kolonelsjunta (1967-1974), lagen de werkzaamheden stil wegens gebrek aan liquide middelen. Men sprak ook van een 'Brug van Arta': zo worden in Griekenland projecten genoemd die nooit gereedkomen, naar de brug in het noordwesten van het land waaraan steeds weer opnieuw werd begonnen. De Byzantijnse legende wil dat het werk pas met succes werd bekroond, toen de bouwmeester de opdracht opvolgde zijn eigen vrouw in de fundamenten in te metselen.

In Athene liet Melina Mercouri zich niet inmetselen maar zij zette wel als minister van cultuur nieuwe vaart achter de werkzaamheden. Een vaart die door de daaropvolgende rechtse regering werd aangehouden, zodat gelukkig geen politieke partij het werk kan claimen nu het eindelijk is voltooid.

Want plotseling ging het gebouw functioneren, dezer dagen. Weliswaar voorlopig nog 'op proef': de akoestiek moet nog worden getest. De architect van het fraaie interieur, Ilias Skroumbelos, die voor het uitwendige geen verantwoording neemt, noemt zijn zaal “een instrument dat steeds moet worden gestemd”, maar eens zal zij Berlijn en Salzburg nog overtreffen.

Het ensemble 'Solisten van Moskou' onder Youri Bashmet viel de eer ten deel de eerste drie concerten te verzorgen. De Atheners waren verrukt, zowel over dit gezelschap, over de akoestiek tot in verre uithoeken, als over het inwendige van het gebouw, met zijn - niet protserige - weelde aan marmer in hallen en trappenhuis. De zaal, voor tweeduizend toehoorders, is lichtrood, ruim en behaaglijk - voor de benen is achttien centimeter meer ruimte dan in Salzburg - en het ingenieus 'gewervelde' plafond is een weldaad voor zowel oog als oor.

Op de nationale feestdag, die de 'Aanzegging van de nationale onafhankelijkheid' van 1821 herdenkt, betrad het Staatsorkest van Athene voor het eerst het nieuwe podium. De eerste programma's bevatten werken die iets met Griekenland te maken hebben, zoals fragmenten uit Rossini's opera Het beleg van Corinthe, Berlioz' weinig bekende cantate Heroische scene, geinspireerd op de Griekse Onafhankelijkheidsoorlog, Ravels suites Daphnis en Chloe en Beethovens ouverture De ruines van Athene, waarmee dus niet de toestand van het gebouw in de voorafgaande jaren werd bedoeld. Bij de eigenlijke inwijding kan nog zijn ouverture Die Weihe des Hauses worden gespeeld.

Spoedig zal ook de Kleine Zaal, met vijfhonderd plaatsen, in gebruik worden genomen. In de Grote Zaal kunnen, na kleine ingrepen, tevens opera's worden opgevoerd. Athene ontbeerde tot nu toe zowel een concert- als een operagebouw. “Istanbul en Tirana hebben wel zoiets”, meesmuilde menigeen. Het Staatsorkest van Athene speelde in een grote, akoestisch redelijk aanvaardbare bioscoopzaal, maar opera's moesten worden gegeven in een grote theaterzaal met piepende klapstoelen. “Eindelijk zijn we Europeanen geworden, muzikaal tenminste”, kon je horen verzuchten terwijl het publiek zich tijdens de eerste concertend genietend door de wijde ruimten bewoog. “En kijk eens, er zijn ook toiletten voor invaliden”. Vriendelijke ouvreuses leidden eenieder naar zijn of haar plaats, zonder een fooi te willen aannemen.

Slechts een ding verontrustte mij. Tot nu toe hadden de onbedorven Grieken nog zowat niets laten horen van het aanwensel dat 'Europa' en vooral Nederland teistert: het verwoede kuchen en hoesten tussen de delen maar ook tijdens de muziek. Tot mijn schrik bleek deze kwaal nu ook in het nieuwe gebouw te hebben toegeslagen. Worden de Grieken ook op dit gebied Europeanen?