Ambtenaren

Tot mijn niet geringe verbazing zijn er nog steeds mensen die van mening zijn dat ambtenaren tot een bevoorrechte categorie werknemers behoren (ingezonden brief van mr. Vonk, NRC Handelsblad, 11 april).

Het is Vonk kennelijk ontgaan dat de rechtspositie van de ambtenaren in de afgelopen jaren stelselmatig is verbrokkeld. De honorering van bepaalde categorieen werknemers in de collectieve sector steekt schril af bij diegenen met vergelijkbare functies in de marktsector. De uittocht van belastinginspecteurs, politiepersoneel e.d. zijn hiervan recente voorbeelden. Door de budgettaire problemen in de gezondheidszorg (waar duizenden ambtenaren werken) worden nog steeds personeelsformaties ingekrompen. Het is niet verwonderlijk dat schoolverlaters niet meer kiezen voor de 'zekerheden' bij de overheid.

De luie loket-ambtenaar zoals Vonk kennelijk voor ogen heeft kan wel degelijk worden ontslagen. Reorganisaties, fusies, inkrimping en privatisering zijn geen onbekende fenomenen bij de overheid. Bovendien betalen ambtenaren een flink percentage van hun loon aan pensioenpremie. De premies bij het merendeel van de ondernemingen ligt veelal behoorlijk lager, afgezien van de premie-vrije pensioenregelingen, terwijl hieraan tevens een waardevastheid is gekoppeld.