Volksuniversiteiten

Het gaat te ver om te beweren dat er geen twee volksuniversiteiten in ons land zijn die als twee druppels water op elkaar lijken.

Natuurlijk is er meer verwantschap dan de gemeenschappelijke naam.

Maar het artikel over de Bossche volksuniversiteit (NRC Handelsblad, 23 maart) wekt ten onrechte de indruk als zou een volksuniversiteit een kneuterig - vrijblijvend - clubje van kwebbelaars en bejaarden zijn, tuk op gezelligheid en geleid door excentriekelingen.

De grote(re) volksuniversiteiten daarentegen zijn veelzijdige educatieve centra waar kwaliteit in aanbod en - onder druk der omstandigheden - een zakelijke bedrijfsvoering voorop staan.

Gezelligheid is er geen Hoog Doel, maar een praktisch middel dat helpt drempels te slechten en een sfeer te scheppen die de prestatiecurve van de cursisten niet zelden doet oplopen. En senioren zijn er net zo welkom als de talrijke jongeren die ook op de tientallen talen- en creativiteitscursussen inschrijven.

Kortom: uw beeld van de Bossche volksuniversiteit is een (ouderwetse) karikatuur, staat misschien niet helemaal op zichzelf, maar is in elk geval verre van representatief voor professioneel opererende volksuniversiteiten en voor vele door vrijwilligers geleide zusterinstellingen. Met eenzijdige impressies als deze is niemand gediend, de volksuniversiteiten zelf niet, maar zeker ook niet de vele tienduizenden die jaarlijks gebruik maken van de educatieve mogelijkheden van plaatselijke volksuniversiteiten.