Van Gogh

DE OVERVAL zelf was professioneel opgezet, maar de afloop oogt ronduit amateuristisch. Dit is slechts een van de paradoxen rondom de spectaculaire schilderijenroof uit het Van Gogh Museum. De aanwezigheid van nachtwakers - zo werd vorig jaar tijdens een conferentie opgemerkt - zou wel eens eerder hinderlijk kunnen zijn dan bevorderlijk voor de museumbeveiliging. De werkelijke tegenstelling ligt besloten in die term zelf, want een museum is open en beveiliging niet.

Waarom steelt iemand een onverkoopbare Van Gogh, laat staan een hele serie? De theorie van de gekke verzamelaar die veel geld over heeft voor iets dat hij nooit kan laten zien, kan in elk geval niet de omvang van de buit verklaren. Losgeld van de verzekeringen zou hier niet, althans niet direct, in het spel zijn omdat het museum niet verzekerd is. Een harde lijn op het front van beloningen schrikt in elk geval af.

Spectaculair als de overval van dit weekeinde moge zijn, we bewijzen niemand een dienst door nu een staat van beleg voor ons hele openbaar kunstbezit af te kondigen. Er zijn risico's in soorten en maten. De criminele belangstelling voor Van Gogh is niet los te zien van de naar fetisjisme neigende werking van het Grote Kunstcircus. De schok die zo'n inbraak teweeg brengt gaat overigens het gegoochel met miljoenen te boven: de buit mag dan weer terecht zijn, drie ernstig beschadigde meesterwerken is een zware prijs voor de roem.