Rol bewaking onderzocht; Daders roof Van Goghs nog spoorloos

AMSTERDAM, 15 april - Twintig schilderijen van Vincent van Gogh zijn zondagochtend vroeg gestolen uit het Van Gogh Museum in Amsterdam en na een half uur teruggevonden. De diefstal, de grootste kunstroof die ooit in Nederland is uitgevoerd, vormt een mysterie voor de politie. Omstreeks het middaguur ontbrak nog elk spoor van de daders.

Een team van dertig rechercheurs werkt aan het onderzoek, waarin met name de rol van het particuliere beveiligingsbedrijf VNV centraal staat. Onder de gestolen werken bevonden zich bekende werken als 'De Slaapkamer van Vincent', 'De Zaaier' en de definitieve versie van 'De Aardappeleters'. De waarde van de werken varieert van enkele tot tientallen miljoenen. Drie van de schilderijen zijn zwaar beschadigd, enkele andere liepen krassen op. Geen enkel kunstwerk was verzekerd.

Zondagochtend omstreeks drie uur hoorden de twee nachtwakers in het Van Gogh Museum geluiden die erop wezen dat er een derde persoon in het gebouw was. Even later werden ze geconfronteerd met een man met een bivakmuts op, die hen dwong de alarminstallatie uit te schakelen.

Deze liet daarna een tweede rover binnen. Vervolgens sloten de inbrekers de bewakers op en namen ze een twintigtal schilderijen uit de lijst.

Ze vertrokken met hun buit in de grijze Volkswagen Passat van een van de bewakers. Ruim twee uur later, even na vijf uur, wist een van de bewakers te ontsnappen en de politie te alarmeren. Al een half uur na het alarm signaleerde de chauffeur van een politie-kraanwagen de grijze volkswagen op een parkeerplaats vlakbij het Amstelstation. In de auto bleken zich nog alle twintig werken te bevinden. Van de daders, die Engels spraken met een Amerikaans accent, ontbreekt sindsdien ieder spoor.

Volgens de Amsterdamse politie vormt de overval een merkwaardige mengeling van amateurisme en professionaliteit. De afloop was niet bepaald professioneel, maar, aldus woordvoerder K. Wilting, “wie zo'n roof uitvoert moet vrij precies geweten hebben hoe de situatie in het museum is”. Ook de keuze van de gestolen werken is volgens museumdirecteur R. de Leeuw opvallend. Volgens hem was de smaak van de overvallers niet slecht, maar er zijn ook enkele vreemde keuzes gedaan. De Leeuw: “Zo'n 'Mand met Appels' is, als je op zoek bent naar meesterwerken, geen logische keuze”. Men verwacht dat na deze overval het geven van kunst in bruikleen door musea duurder en moeilijker zal worden.

Pag. 3:

Motieven voor diefstal schilderijen nog duister

Over mogelijke motieven van de diefstal van de schilderijen van Van Gogh tast de politie in het duister. De werken zijn zo bekend dat het onmogelijk is ze op de reguliere kunstmarkt van de hand te doen. Het bestaan van een grote 'geheime' verzamelaar in wiens opdracht de dader gehandeld zouden hebben acht de politie niet waarschijnlijk. Ook chantage ligt, gezien het grote aantal gestolen werken, niet direct voor de hand. Directeur R. de Leeuw: “De gezamenlijke waarde is voor chantagedoeleinden een absolute overkill.”

De politie vermoedt dat de eerste overvaller zich heeft laten insluiten in het museum. Het is echter onduidelijk waarom het splinternieuwe alarmsysteem van het Van Goghmuseum de man niet heeft opgemerkt. Belangrijker nog is de vraag waarom de VNV niet heeft gereageerd op het uitschakelen van de alarminstallatie. Uit een de computeruitdraai in de centrale van de VNV blijkt dat dat daar al om negen minuten over drie gemeld was. Volgens de politie is er daarna contact opgenomen met het museum, maar toen daar niet werd gereageerd heeft men de zaak verder op zijn beloop gelaten. Pas twee uur later begon men aktie te ondernemen.

De politie heeft evenmin een verklaring voor het feit dat beide overvallers in alle rust hun keuze durfden maken en maar liefst drie kwartier in het museum doorbrachten. Ook is het vreemd dat de overvallers geen eigen vluchtauto hadden, maar gebruik maakten van de auto van een van de bewakers. De VNV is een intern onderzoek begonnen en weigert nadere mededelingen te doen.

De roof wekte in de internationale kunstwereld grote beroering. Pas na acht uur werd op een persconferentie aan de inderhaast toegestroomde internationale pers medegedeeld dat alle twintig werken weer terecht waren. Op de vraag of een dergelijke handelwijze geen nodeloze paniek veroorzaakte en daarmee de naam van het museum extra belastte antwoordde de politiewoordvoerder Wilting dat in dergelijke gevallen het onderzoek prevaleert. Het museum werd eerst 'bevroren' en vervolgens werd etage voor etage afgewerkt, op zoek naar sporen. Pas toen kreeg het museumpersoneel de mogelijkheid om de schade te inventariseren. Directeur de Leeuw: “Ik wist eerder welke schilderijen er terug waren dan welke schilderijen er gestolen waren.”

Het niet-verzekeren van kunstwerken is usance bij rijksmusea als het Van Gogh. De kosten bij dergelijke extreem kostbare schilderijen zijn te hoog. De niet beschadigde werken zijn morgen voor het publiek weer te bezichtigen