Regelen van vrede valt Bush moeilijker dan oorlog

WASHINGTON, 15 april - De lauwerkrans schept verantwoordelijkheden: het inrichten van de vrede valt president Bush moeilijker dan het leiden van de oorlog. Anderhalve maand later worden de glorieuze beelden van terugkerende soldaten gesmoord in de modder waarin de hongerende Koerden kleumend de nacht hebben doorgebracht. Terwijl Bush vorige maand nog baadde in de bijval van commentatoren, volksvertegenwoordigers en kiezers, is nu zijn politieke onkwetsbaarheid voorbij. Zijn populariteit daalt, al is die nog wel hoog.

Bush en zijn medewerkers hadden de omvang van de ramp met de Koerden niet voorzien toen ze eind vorig jaar de afloop van de oorlog bespraken. De Nationale veiligheidsadviseur van president Bush, Brent Scowcroft, gaf het gisteren toe in een televisie-interview, maar hij voegde daaraan toe dat Amerika de ramp nooit had kunnen voorkomen.

Vooruitziende Amerikaanse leiders hadden de toestand van de Koerden alleen “marginaal” kunnen verbeteren door van te voren meer hulpgoederen in Turkije op te slaan. Uit de verbazing van Washington over de Koerdische opstand blijkt ook hoe sterk de blik van het Witte Huis op de korte termijn is gericht.

De overwinning op Irak maakte dan wel een ritueel einde aan het Vietnam-syndroom, de manier waarop de oorlog werd beeindigd had alles met de Vietnam-ervaring te maken. Volgens een uitvoerige terugblik in de Washington Post verlangden de militairen een duidelijke, ondubbelzinnige missie van de politici, geen halve en onuitgesproken doeleinden zoals in de Vietnam-tijd. Bush besloot toen om niet rechtstreeks de val van Saddam te organiseren, in welk geval hij verantwoordelijk zou worden gesteld voor de nieuwe Iraakse regering.

Hij voorzag in dat geval een drijfzand dat Vietnam-proporties zou kunnen aannemen.

Helikopters Ook na de overwinning bleef hij hardnekkig aan dat standpunt vasthouden, ook toen Iraakse helikopters de Koerden vanuit de lucht begonnen te bestoken. Het neerschieten van die helikopters zou in de ogen van Bush de eerste stap zijn in een zuigend moeras van militaire betrokkenheid. Bush zei het zaterdag nog met plotselinge, boze stemverheffing in een toespraak over de Nieuwe Wereldorde: “Ik wil niet dat een soldaat of piloot wordt geduwd in een Iraakse burgeroorlog die al tijden aan de gang is. En ik wil er niets van weten.”

Maar hoe Bush ook de ellende van Vietnam probeerde te voorkomen, commentatoren hebben de Amerikaanse passiviteit al vergeleken met de laatste Amerikaanse helikopters die in 1975 Saigon verlieten en de bondgenoten aan hun lot overlieten. Bush had de Koerden immers aangespoord tot een opstand tegen Saddam en hen daarna in de steek gelaten.

De Amerikaanse beduchtheid voor gewapend ingrijpen stamt niet alleen uit de Vietnam-tijd. De Amerikanen raakten met de grootste tegenzin betrokken bij de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Ook na die wereldoorlogen wilden de Amerikaanse troepen zo snel mogelijk naar huis.

Een ander probleem was het moment van de beeindiging van de oorlog. Bush dacht in de geest van Woodrow Wilson te handelen, die na de Eerste Wereldoorlog barmhartig wilde zijn tegenover de Duitsers.

Terwijl zijn troepen de Irakezen in de tang hielden, besloot hij een staakt-het-vuren af te kondigen, waardoor veel Iraakse militairen aan een wisse dood konden ontsnappen. Maar die militairen zijn nu onder de troepen die de Koerden vernietigen. Zo werd ook zijn imago van barmhartigheid aangetast. Sinds generaal Schwarzkopf voor de televisie heeft gezegd dat hij nog een dagje had willen doorvechten, vinden de meeste Amerikanen dat president Bush te vroeg is opgehouden. Het imago van Bush werd er niet beter op toen hij zijn commentaren over de Koerden op de golfbaan leverde.

Oud realisme President Bush is weer zijn oude zelf, schreef Fred Barnes in het weekblad New Republic. Zijn idealisme van de Nieuwe Wereldorde heeft plaats gemaakt voor het oude realisme van voor de Iraakse inval in Koeweit op 2 augustus. Irak moet tegen elke prijs intact blijven, niet zozeer als democratie als wel als stabiliserende factor in het Midden-Oosten. Alleen hadden de medewerkers van Bush verwacht dat Saddam de opstanden van de Koerden en shi'ieten snel zou onderdrukken.

De slachting onder de Koerden ging verder dan verwacht, maar er is geen andere oplossing.

Bush heeft ook zijn rol als leider van de coalitie verlaten. Hij volgt weer voorzichtig adviezen van buitenlandse leiders ter plekke. Bij de omwentelingen in Oost-Europa luisterde hij goed naar bondskanselier Kohl. Waarschijnlijk had een overdaad aan daadkracht van Amerika averechts gewerkt in Europa. Michael Mandelbaum prees Bush in het tijdschrift Foreign Affairs voor zijn wijze geduld.

In het Midden-Oosten ligt het anders. Op advies van president Mubarak van Egypte, koning Hussein van Jordanie en koning Fahd van Saoedi-Arabie trok Bush indertijd geen consequenties uit de Iraakse troepensamentrekking voor de Koeweitse grens. Hij kwam bedrogen uit.

Nu luistert hij scherp naar Saoedi-Arabie. Laurie Mylroie van Harvards University Center for Middle Eastern Studies schreef vorige week in de Wall Street Journal dat Saoedi-Arabie Saddam had willen vervangen door Salah al-Takriti, ook afkomstig uit de sunnitische minderheid, zelfs uit het geboortedorp van Saddam. Toen de coup uitbleef, zou Saoedi-Arabie in paniek zijn geraakt, uit angst dat fundamentalistische shi'ieten misschien de macht in Irak zouden overnemen. Koning Fahd zou Bush hebben aangeraden om de helikopters niet neer te schieten.

Het Amerikaanse beleid slingert nu heen en weer. Vorige week besloot Bush om een toevluchtsoord te scheppen voor de Koerden. Iraakse vliegtuigen en helikopters mochten niet opereren boven de 36ste breedtegraad. Het bleek dat Iraakse helikopters zich daar niet aan stoorden en de Koerden bleven bestoken. Gisteren zei de veiligheidsadviseur van het Witte Huis dat er alleen op Iraakse helikopters zou worden geschoten als ze het hulpverleningswerk aan de Koerdische vluchtelingen zouden storen, niet als ze schoten op “Koerdische troepen”.

Pas na politieke druk van Frankrijk en Engeland kwam Amerika met hulp aan de vluchtelingen over de brug. De meeste Amerikanen begrepen niet wat Koerden waren, maar president Bush deed ook niet zijn best om hen daarover voor te lichten. Eind vorige week is het Pentagon pas begonnen aan de grootscheepse Operation Provide Comfort.

Door het weer opnemen van zijn oude, harde, realistische koers heeft president Bush het morele gezag van zijn Nieuwe Wereldorde verloren.

De bevrijding van Koeweit blijft een belangrijke overwinning, maar hij moet blijven werken met ondemocratische heersers in een onberekenbaar gebied.