Presentator Ros prijst boek aan als standwerker

Gisteravond liet ik Bij nader inzien voor wat het was en zag ik de eerste aflevering van Ik heb al een boek. Als de KRO zo'n titel voor een programma kiest, kan die omroep maar een Boek voor ogen staan.

Maar het is breder van opzet; alle mogelijke soorten boeken komen er aan bod. Het programma wordt, in volgorde van nadrukkelijke aanwezigheid, gepresenteerd door Martin Ros, Erik van Muiswinkel en Aad van den Heuvel. De eerste prijst met behulp van een onstuitbare reeks superlatieven aan wat hij zojuist verslonden heeft. Hij is de standwerker van het geschreven woord; waar het ook over gaat, alle publicaties zijn voor hem even opwindend en verheven. Ros is het prototype van de letterjunk; neem hem zijn leesvoer af en hij verschrompelt.

Voor wie toch naar Bij nader inzien heeft gekeken, ter illustratie bovenstaande inleiding volgens de Ros-doctrine: “Terwijl op het ene net het geweeldige Bij nader inzien (fragment) werd vertoond, die praachtige tv-serie naar dat fenomenaale boek van J.J. Voskuil (toont boek), gemaakt door onze Nederlandse mini-Fellini Fransje Weisz, naar een scenario van niemand minder dan Jan Blokker, toch ooit nog de winnaar van de Reina Prinsen-Geerligsprijs (toont prijs), samen geschreven met een van de grootste jonge Nederlandse auteurs, Leon de Winter, bekend van dat fantaastische boek Zoeken naar Eileen W. (toont boek), dat overgens onlangs huiveringwekkend verfilmd is (fragment), zond de KRO het aanstekelijke programma Ik heb al een boek uit, nee niet over dat fenomenaale Boek der Boeken (toont Bijbel), met dat beklemmende beeld van Jezus Christus, waarvan de fantasierijke scheppers nog steeds niet zijn geopenbaard, zo blijkt uit een onthullend verhaal uit de onmisbare Gazet van Antwerpen (toont krant) van jongstleden donderdag...” (enzovoorts).

Het programma duurt drie kwartier, maar dank zij het staccato van Ros, dat op de andere presentoren blijkbaar een aanstekelijke invloed heeft, lijkt het wel anderhalf uur. Het programma speelt zich af in een boekwinkel; als decor fungeert Donner te Rotterdam, waar de makers op de trappen en langs de kasten plukjes in boeken verdiepte jongeren hebben neergepoot. Overdreven joelende en om niets applaudisserende menigtes op de tribune van tv-programma's maken vaak een potsierlijke indruk, constateerden de programmamakers terecht, maar om nu publiek aan te trekken dat helemaal geen acht op het gebodene slaat is weer het andere uiterste.

De boodschap van dit door het ministerie van WVC en de CPNB mogelijk gemaakte programma is duidelijk: er moet meer gelezen worden. Om de lezertjes in spe te laten zien hoe slecht het met je kan aflopen als je alleen nog maar tv kijkt, werd de tv-recensent van de Volkskrant ten voorbeeld gesteld: hij leest nooit meer. Zijn favoriete boeken betroffen zo'n beetje zijn jeugdrepertoire: Karl May, J.P. Sartre en James M. Cain.

Ik heb al een boek mag over alles gaan, zolang het maar een boek is waarin het Nederlands alfabet consistent wordt gehanteerd.

“Literatuur is hier wat de leraren Nederlands er van maken”, gispte volksschrijfster Lenie Saris, goed voor 7,5 miljoen verkochte exemplaren. Alle genodigden aan de leestafel zwegen eerbiedig; zelfs Ros hield even zijn mond.