Politieke onrust in Afrika bereikt nu ook Kameroen

NAIROBI, 15 april - De golf van politieke en sociale onrust die over defranstalige Westafrikaanse landen gaat heeft Kameroen bereikt. Bij demonstraties gericht tegen regering, vielen het afgelopen weekeinde opnieuw vier doden, terwijl tenminste elf mensen zwaar gewond raakten. De aartsbisschop van Yaounde noemde Kameroen gisteren “een schip zonder kapitein”. De regering heeft gisteren de al weken durende staking illegaal verklaard.

Het is al weken uiterst onrustig in het land. Gewelddadige demontraties zijn aan de orde van de dag en de roep om het aftreden van president Paul Biya vindt steeds meer steun onder de bevolking.

Eind vorige week deed Biya enkele concessies. Hij beloofde vervroegde verkiezingen voor het einde van het jaar. Hij zegde toe een premier te zullen benoemen, zodat de macht in de politieke top wordt gespreid.

Eind vorig jaar al keurde het Kameroenese parlement de introductie goed van het meer-parijenstelsel.

De concessies gaan de betogers echter niet ver genoeg. Ze eisen het onmiddellijke aftreden van Biya en de belegging van een nationale conferentie om de politieke toekomst van het land uit te werken. De oppositiepartijen menen dat de overheidsmachine (en dus de regeringspartij) zo alles overheersend is in het land, dat het niet aan Biya's regering kan worden overgelaten om vrije verkiezingen te organiseren. Alleen een te benoemen overgangsregering kan zorgdragen voor eerlijke en vrije verkiezingen, aldus de oppositie.

De rellen van de afgelopen weken vonden plaats in geheel Kameroen, maar bovenal in de gebieden waar Engels wordt gesproken, het Noordwesten van het land. De inwoners van deze gebieden klagen al lang over achterstelling bij de gebieden waar Frans wordt gesproken.

Paul Biya mocht in 1982 de macht overnemen van zijn voorganger, de autoritaire Ahmadou Ahidjo. Biya had jarenlang trouw gediend onder zijn mentor Ahidjo, die vrijwillig opstapte. Een sterke president is Biya nooit geworden. Ahidjo bleef op afstand invloed uitoefenen.

In 1984 brachten officieren, gelieerd aan de inmiddels verbitterde Ahidjo, de president bijna ten val. Biya had zich al overgegeven aan de rebellerende soldaten, maar militairen van zijn etnische groep vochten verbeten door en slaagden er alsnog in hun president te redden. Biya was na de mislukte coup verlost van Ahidjo's druk, maar nu gingen de militairen die hem hadden gered nauwlettend over zijn schouders meeregeren. Op de francofone top in juni vorig jaar waarschuwde president Mitterrand zijn Afrikaanse collega's dat een pluriform politiek bestel voorwaarde zou zijn voor voortgaande Franse hulp. Biya behoorde tot het kleine groepje staatshoofden op de conferentie dat de boodschap van Mitterrand onmiddellijk serieus nam.

Maar in eigen land beschikte hij niet over genoeg macht en gezag om de gewenste hervormingen met voortvarendheid door te voeren.

Zijn tegenstanders in het leger en de regeringspartij menen dat iedere etnische groep om de beurt uit de ruif mag eten. Onder Ahidjo monopoliseerden de noorderlingen de macht, onder Biya de zuidelijke Beti-groep, waartoe de Boulou-stam van de president behoort.

Na de francofone top in La Boule in Frankrijk konigde Biya onmiddellijk de intentie aan om het meerpartijenstelsel in te voeren.

De pers kan nu vrijer opereren, de uiterst strenge veiligheidswetten werden versoepeld en politieke gevangenen kregen de vrijheid. Meer dan veertien politieke partijen zijn inmiddels geregistreerd. De oppositiepartijen schreeuwen vage politieke programma's, met beloftes voor sociale rechtvaardigheid, economische heropleving en vrije media.

Het democratiseringsproces in Kameroen zal vermoedelijk met veel spanningen gepaard blijven gaan. De stuurloze Biya handelt enerzijds onder druk van het leger en conservatieve elementen in zijn partij, anderzijds wensen de meutes op de straat radikale hervormingen. De ontwikkelingen zullen aandachtig worden gevolgd door buitenlandse investeerders, die grote belangen hebben in het olierijke Kameroen.