Pjotr Muller verrijkt het 'nieuwe' Boerhave

Tentoonstelling: Pjotr Muller in Museum Boerhave, Lange St. Agnietenstraat 10, Leiden, t-m 18 aug. Di t-m za 10-17, zo 12-17u.

Het werk van de Amsterdamse beeldhouwer Pjotr Muller heeft zeker gedurende de jaren tachtig te maken gehad met de architectuur. Dat wil zeggen dat het vooral was geinspireerd op het bouwen van lang geleden en van ver weg. De vormen van exotische tempels, klassieke bedehuizen, kathedralen, de zware constructies van op en in elkaar grijpende en leunende draagbalken, spanten en dakgewelven, zuilen, kapitelen en portalen keerden terug in zijn ruimtelijke collages.

Muller had zichzelf tot taak gesteld om binnen een decennium zijn eigen paradijs te verwezelijken, bestaande uit hutten, huizen, kerken, tempels - zo maar bouwvormen. De constructies, gestapeld in steen, opgetrokken uit aarde of hoogopgaand getimmerd in hout bleven a-functioneel. Ze mochten nooit ook maar de schijn van gebruikswaarde vertonen en waren dus kunst. Ze verrezen bij Kroller-Muller, op een schiereiland in een Drents natuurgebied, in het atelier, en in 1989 als blijvend tempelmonument op een eilandje in het Beatrixpark van Almere. Met dat tempeltje Nimis, aldus een toen verschenen catalogus, zou de bouwreeks worden afgesloten; daarna zou de kunstenaar op weg gaan naar nieuwe thema's.

Er is toch nog op zijn minst een sculpturaal gebouw bijgekomen, een uit gietijzeren elementen geconstrueerde stompe toren die op de binnenplaats van het Museum Boerhave in Leiden vanuit een vierkante plattegrond omhoog wijst. Het beeld, dat opgevat kan worden als een mathematische tempel, werd in het kader van de eenprocentsregeling toegevoegd aan het historisch gebouwencomplex dat sinds kort het Rijksmuseum voor de Geschiedenis van de Natuurwetenschappen en van de Geneeskunde herbergt.

Dit voormalige Caeciliagasthuis is wondermooi gerestaureerd en aan de nieuwe bestemming aangepast. Het conglomeraat van oude gebouwen omsluit een rechthoekige binnenplaats, waar door enkele generaties tuinlieden grillig gesnoeide lindebomen naar de wolken boven Leiden streven. Pjotr Muller laat zijn aan roest en verwering overgeleverde gietijzeren tempel mooi contrasteren met de in wilde uitschieters woekerende bomen.

Het volstrekt nutteloze gebouwtje lijkt wel op de bouwsels die jongetjes van vroeger uit hun meccanodozen in elkaar schroefden. De rechte lijnen in het uit vierkanten en rechthoeken samengestelde beeld verwijzen naar het compromisloze exacte van meten en observeren waarover het Museum Boerhave gaat. Tegelijkertijd zijn de boogjes en andere figuurtjes in de opengewerkte ijzeren wanden ook een pleidooi voor speelsheid.

Klei De onthulling van het beeld, die samenviel met de opening van het museum, was de aanleiding een zaal te vullen met ander werk van Pjotr Muller. Hier staat een veelheid aan keramiekvormen die met de eerder aangekondigde nieuwe thematiek van de beeldhouwer te maken hebben. De kleiplastieken en de bijbehorende in zware contouren neergezette beeldhouwerstekeningen blijven overigens in het verlengde liggen van zijn architecturale periode.

Het lijkt alsof Muller nu bezig is met het uitdiepen van de grond waarop eerder zijn huizen, hutten en tempels verrezen. Hij graaft via zijn verbeelding naar historische woonlagen en vindt de overblijfselen van vroeger leven. Potten, vazen, urnen en kruiken werden door de druk van de geschiedenis in elkaar geperst tot in blokken gevangen bizarre vormen, soms bekroond door gaaf overgeleverd vaatwerk. Er kwamen ook ritualia en andere voorwerpen met een verloren betekenis uit de diepte omhoog.

Op sokkels geplaatst prikkelen ze ieders voorstellingsvermogen, deze stenen luiklokken, bloemmotieven, lettertekens, peer- en appelvormen, kegels. Alles in het warme baksteenrood van het terracotta. De wilde vlucht van Mullers fantasie hoort wonderwel thuis in het precieze en tot de laatste millimeter meetbare van de collectie in het Museum Boerhave.