Pasen in Sofia

Het was de eerste vrije viering van de opstanding van Christov in 45 jaar. En gevierd werd er! Midden in de kerk stond een houten kruisbeeld dat de gelovigen met voorhoofd of lippen aanraakten.

Daarvoor een grote tafel met linnen kleed. De kerkgangers bukten zich en gingen onder die tafel door om het kruisbeeld te bereiken. Het waren niet alleen bejaarden - zoals op beelden uit de communistische tijd. Nu vierden jong en oud Pasen in de kerk, omdat niemand meer bang hoefde te zijn dat belijdenis van het geloof riskant is voor de carriere. De Bulgaarse kerk is geen schuilkerk meer. Op Goede Vrijdag liepen de gelovigen halverwege de dienst eenmaal om de Alexander Nevski kathedraal; in de paasnacht verlieten wij de schitterende kerk met een brandende kaars.

Sinds ons vorige bezoek aan Bulgarije in oktober 1990 is er veel veranderd. Collega professor Todor Vulchev van de Academie van Wetenschappen hield zes maanden geleden nog een academisch pleidooi om te gelegener tijd de prijzen te liberaliseren en het Bulgaarse geld vrij inwisselbaar te maken. Nu ontvangt hij in zijn werkkamer als nieuwe President van de Nationale Bank en kan hij zijn jarenlang in theorie gekoesterde idealen in de praktijk brengen. Hoffelijk vertelt hij een Nederlandse bezoeker veel geleerd te hebben van het proefschrift van onze Dr. Zijlstra over de omloopsnelheid van het geld.

Praktisch alle prijzen zijn nu vrijgegeven, waarmee Bulgarije voorloopt op Tsjechoslowakije, laat staan op de Sovjet-Unie. De kosten van levensonderhoud stegen daardoor in februari met honderdvijftig tot tweehonderd procent, waarvoor de regering een zeer gedeeltelijke compensatie gaf in de vorm van vijfendertig gulden per maand voor iedere werknemer en twaalf gulden per maand extra kinderbijslag. Bij de wisselkoers van dit moment is het gemiddelde loon niet meer dan vijfentachtig gulden per maand. Bulgarije kan daardoor zo goedkoop produceren dat de export naar het Westen al bijna vijftig procent uitmaakt van het totaal. Een jaar geleden ging niet meer dan een kwart van de Bulgaarse uitvoer naar het Westen.

Al deze maatregelen hebben de steun van het IMF en zullen dit jaar waarschijnlijk leiden tot zeer aanzienlijke financiele hulp van IMF, Wereldbank en EG bij de hervorming van de economie. Want die moet nog beginnen. In de hoofdstad Sofia wemelt het nu van de vrije taxi's - geen vergunning is nodig - en wij aten een avond (lekker, met uitstekende Bulgaarse wijn) in een van de eerste vrije restaurants met een energieke, vrouwelijke manager. Zo zal de vrije economie wel overal beginnen. Vijftien jaar geleden was de ambitie van veel Turken in ons land toch ook om terug te keren en een taxibedrijf of een restaurant te beginnen. Intussen is in Turkije de economische groei veel breder geworden en betaalt de moderne sector daar lonen van vijfhonderd gulden per maand, dat is zes keer hoger dan in Bulgarije bij de wisselkoers van dit moment.

Zijn de vrije taxi's en restaurants in Bulgarije ook voorbodes van een vrije economie? Dat hangt af van de nieuwe grondwet waarover het parlement nog vergadert, en van de vraag of de Bulgaarse burgers de discipline kunnen opbrengen om de schamele lonen laag te houden en het financieringstekort van de overheid binnen de door het IMF aangegeven grenzen. De prijshervorming en het wisselkoersbeleid zijn tot dusver bijna perfect, maar nu moet de wetgeving komen die privatisering van de staatsbedrijven doorzet.

Op uitnodiging van het Bulgaarse Institute of Management and Administration en de Nederlandse Wissema Group gaven mijn vrouw en ik twee dagen gastcolleges aan Bulgaarse managers (dertig procent vrouwen). Aan de orde kwamen onder andere twee lessen uit Polen waar de hervormingen een jaar eerder begonnen. Ten eerste is het essentieel om de eigen munt in ere te houden en te voorkomen dat iedereen gaat handelen en hamsteren in dollars of Duitse marken. In Polen was kort voor de monetaire hervorming van januari 1990 de reputatie van de zloty zo slecht dat tweederde van de geldcirculatie bestond uit harde valuta. Toch ging de Poolse regering noodgedwongen door met het drukken van zloty's om de ambtenarensalarissen te betalen. Zo wordt de vlucht uit het eigen geld compleet en volgt een hyperinflatie.

Om dat tegen te gaan bood de overheid in Bulgarije een rente van zevenenveertig procent op spaartegoeden in Bulgaarse leva's. Eerder deze maand sloten de speciale luxe winkels waar men uitsluitend met buitenlands geld kon betalen. Nu zijn ze weer open, maar accepteren alleen nog leva's. Zulke maatregelen helpen bij het stabiliseren van de nationale geldcirculatie: een noodzakelijke voorwaarde voor bredere economische groei. De eerste tekenen zijn gunstig: in maart daalden de prijzen met vijftien procent, en banken in Zwitserland en Oostenrijk verstrekken weer handelskredieten op Bulgarije.

Ook bij de privatisering valt veel te leren van de ervaringen in Polen. De regering gaf het groene licht voor joint ventures met buitenlanders, maar veel Poolse managers beschouwden dat als een vrijbrief voor diefstal ten nadele van hun eigen bedrijf. Ze leverden kunstmatig goedkoop aan de internationale partner en streken stiekem prive een deel van de winst op. “Managers graaien bijna gratis naar staatseigendom”, constateerde Ryszard Majak van het Poolse ministerie voor privatisering: “de procedures moeten veranderen”.

Om zulk 'parasitisme' (minister Lewandowski) te voorkomen kan men bijvoorbeeld eisen dat managers van een staatsbedrijf met geleend geld een aanzienlijk belang (twintig tot vijfentwintig procent) in de eigen onderneming nemen. Als ze dan toch stelen, benadelen ze ook zichzelf.

Daarnaast moet zo snel mogelijk een aanmerkelijk belang in handen komen van een bank die dan toezicht kan houden op het management.

Zulke aanbevelingen wijken af van het beleid van de vorige Poolse regering. Die streefde vooral naar breed gespreid aandelenbezit, wat mooi past bij een markteconomie met een ontwikkelde financiele sector.

Zover zijn Polen en Bulgarije echter nog lang niet. Urgenter is daarom dat het eigendom in de bedrijven zo wordt geconcentreerd dat managers de juiste incentives voelen. Dat kan door een appel aan hun eigenbelang en met scherp toezicht door een belanghebbende financiele instelling.

Bulgarije heeft een groot voordeel boven de andere ex-communistische landen: bijna alle woningen zijn prive-bezit. Jarenlang mochten de Bulgaren nergens in investeren, behalve in hun eigen huis en tuin. Die kunnen nu dienen als onderpand voor de aankoop van belangen in te privatiseren bedrijven. De managers moeten weten dat als ze mislukken, het en de baan en het huis kost. Dat is hard, maar zachte wetten maken stinkende kapitalisten.

    • E.J. Bomhoff