Nina Wiener in een desolaat landschap

Gezelschap: Nina Wiener Dance Company. Produktie: Harmonic Landscapes. Choreografie: Nina Wiener. Muziek: Andy Teirstein. Decor en kostuums: Keso Dekker. Licht: Jennifer Tipton. Gezien: 13 april, Muziektheater Amsterdam. Daar nog te zien 16 april.

De Amerikaanse choreografe Nina Wiener is geen onbekende in Nederland.

Via optredens van haar eigen gezelschap, een instudering bij De Nieuwe Dansgroep en een artistiek adviseursschap van enkele jaren bij Reflex zijn er vaste banden met Nederland ontstaan die nog eens bevestigd werden door de nieuwe produktie Harmonic Landscapes, een vijf kwartier durend werk, waarvoor de Stichting Het Muziektheater mede opdrachtgever was en de Nederlandse kunstenaar Keso Dekker het decor en de kostuums ontwierp. Een zeer fraai decor bestaande uit vier achter elkaar hangende rijen dunne stofreepjes met zwart als hoofdkleur en met hier en daar een felkleurig accent. Gedurende het ballet varieert de plaats van die rijen in hoogte. Even fascinerend zijn de kostuums. Glanzende strakke tricots in verschillende kleuren met daarover heen een netwerk van loshangende ook weer zwarte reepjes stof. In dat geraffineerd sobere en ruimte scheppend toneelbeeld speelt zich een bewegingsspel af dat alle kenmerken draagt van Wieners vloeiende, gecompliceerde doch zeer organische bewegingsstijl. Het werk is opgebouwd uit een aaneenschakeling van fragmenten waarbij de zeven uitvoerenden zelden tegelijk op het toneel zijn.

Het idee voor Harmonic Landscapes ontstond na het lezen van Bruce Chatwins boek Songlines, handelend over de liederen van de voorvaderen van de Aboriginals waarin de wereld in kaart wordt gebracht na een bezoek aan Australie. Het reisaspect weerspiegelt zich in continu langs horizontale lijnen afspelende ruimtelijke verplaatsingen. Soms neemt een enkeling of een duo even langer bezit van de ruimte, verkent die aarzelend dan wel stoutmoedig. Uitzondering vormt een gedeelte waar de zeven dansers in de ruimte verspreide stoelen zitten en daar ieder een korte en karakteriserende solo uitvoeren. Daar worden even reminiscenties opgeroepen aan Anna Sokolov's dramatische Rooms dat zo indringend de eenzaamheid opriep. De 'landschappen' waardoor wordt gereisd zijn vol beklemmende geheimen en desolate kaalheid zoals ook door de mysterieuze muziek van Andy Teirstein gesuggereerd wordt.

Slechts een enkele maal is er een wat lichtere en speelse toets. Dat zijn ook de momenten waarop lichtontwerpster Jenifer Tipton de lampen wat helderder laat schijnen want voor het overgrote deel speelt het hele werk zich in een irriterend halfduister af. Je kunt nauwelijks en soms helemaal niet zien wat die schitterende dansers allemaal voor prachtigs aan het doen zijn. Je wordt er doodmoe van en iedere detaillering en beoogde variatie gaat volstrekt verloren. Zelfs bij het in ontvangst nemen van het applaus mag van Tipton het licht niet volop branden. Het schijnt een nieuwe rage te zijn die maar zeer snel moet worden afgeschaft want de dans, en daar gaat het toch om, belandt letterlijk in de doofpot.