Midden-Oosten zegt niet 'nee' tegen concept VS

Het Koerdische drama heeft de Palestijnse kwestie voorlopig van de voorgrond verdreven. De recente rondreis van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken James Baker door het Midden-Oosten was niettemin voornamelijk aan het Arabisch-Israelische geschil gewijd.

Baker meldde aan het eind nog enige vooruitgang ook. Maar als er al iets moois schemert, is het nog wel heel pril.

Uit wat verschillende partijen - Israel, Egypte, Saoedi-Arabie, Syrie - officieel en officieus hebben laten horen kan niet veel meer worden opgemaakt dan dat men het vredesproces in deze fase niet de nek wil omdraaien. Het is onduidelijk of die houding voortvloeit uit een oprecht verlangen het Israelisch-Arabische geschil uit de wereld te helpen of dat zij door beleefdheid wordt ingegeven. Uiteindelijk zijn Saoedi-Arabie en de andere Arabische Golfstaten de VS wel iets verschuldigd sinds Washington hen te hulp schoot tegen de Iraakse dreiging. Evenmin is het een Syrisch of Eyptisch belang de Amerikanen voor het hoofd te stoten. Egypte drijft voor een groot deel op de Amerikaanse schatkist, en Syrie heeft, na de ondergang van de Sovjet-macht, ook weinig andere potentiele geldschieters over.

Regionale conferentie Het nieuwe wachtwoord is 'regionale conferentie'. Dat is een mengvorm tussen het altijd door Israel geeiste directe, bilaterale overleg en de internationale conferentie onder auspicien van de Verenigde Naties die de Arabieren althans zeggen voor te staan. Wel staat de regionale conferentie, zoals zij er nu uitziet, aanzienlijk dichter bij de Israelische dan bij de Arabische positie.

De regionale conferentie staat onder auspicien van de VS en de Sovjet-Unie, op voorwaarde dat Moskou tevoren de diplomatieke betrekkingen met Israel hervat, zo hebben de VS en Israel afgesproken.

Volgens diezelfde afspraak vormt de regionale conferentie niet meer dan de inleiding tot bilateraal overleg tussen Israel en zijn verschillende Arabische gesprekspartners. De PLO is volledig aan de kant geschoven en in plaats daarvan mag een Jordaans-Palestijnse delegatie in parallelle besprekingen de honneurs waarnemen en over autonomie onderhandelen - want een Palestijnse staat is bij voorbaat uitgesloten. En resolutie 242 van de Veiligheidsraad, de resolutie waarin Israels recht wordt erkend te bestaan binnen veilige grenzen in ruil voor ontruiming van bezet gebied, komt pas in de allerlaatste fase aan de orde.

Resolutie 242 vormt daarentegen de onaantastbare basis van de roemruchte internationale conferentie onder auspicien van de VN, die in 1973 even is bijeengeweest in Geneve en sindsdien is geschorst. Aan deze conferentie dienen ook de andere permanente leden van de Veiligheidsraad deel te nemen - China, Frankrijk en Groot-Brittannie: landen die Israel er absoluut niet bij wil hebben omdat Jeruzalem ze, evenals de VN, als eenzijdig pro-Palestijns beschouwt.

Bakers vooruitgang bestaat er voornamelijk uit dat zijn gesprekspartners geen 'nee' hebben gezegd tegen het concept van een regionale conferentie. Egypte was daarbij nog wel het positiefst (zeer geinteresseerd) maar ook Jordanie (de substantie is belangrijk en niet de procedure) en zelfs Syrie (we zijn voor een conferentie) werkten mee. De internationale vredesconferentie heeft door de jaren heen een reusachtig symbolisch belang gekregen - vermoedelijk groter dan zij zou kunnen waarmaken als zij ooit zou worden bijeengeroepen. Daarom betekent die Arabische houding meer dan dat men de Chinese, Franse en Britse deelneming inlevert, overigens tot grote woede van de Europese Gemeenschap, die zich volgens diplomaten in Brussel buitengesloten voelt en bovendien de PLO een grotere rol gunt.

Met de uitsluiting van de PLO hebben de Arabische landen op dit moment niet zoveel problemen. Zij zijn nog helemaal niet vergeten hoe dicht PLO-leider Yasser Arafat de afgelopen jaren bij de Iraakse president Saddam Hussein stond, en toevallig maakten zij alle, op Jordanie na, deel uit van de anti-Iraakse coalitie. Jordanie op zijn beurt wil vooral zijn positie verbeteren bij de landen van de vroegere coalitie.

Geen illusies De PLO, die financieel wordt afgeknepen door zijn vroegere geldgevers in de Golfstaten, maakte zich ook geen enkele illusie wat betreft de Arabische houding. Al voordat Baker in Kairo aankwam wist een PLO-functionaris in Tunis zuur te melden dat alle betrokken Arabische landen met de regionale conferentie zouden instemmen.

De PLO is niet blij met Bakers voorstel, dat zij vorige week nog brandmerkte als volstrekt onaanvaardbaar. Niet alleen is voor haar geen rol weggelegd in Bakers concept, maar ook is het risico immers levensgroot dat zo'n conferentie zal leiden tot deelakkoorden en vredesovereenkomsten tussen Israel en de Arabische landen, en dat de Palestijnen uiteindelijk met een vorm van autonomie tevreden moeten zijn: een uitgebreid Camp David dus.

Maar de PLO zit moeilijk en een eerste aanwijzing voor een mogelijke koersaanpassing kwam vorige week van de PLO-gezinde Palestijnse journalist Radwan Abu Ayyash. Bij het verlaten van een Israelische gevangenis zei hij dat als een regionale conferentie tot een internationale conferentie leidt, het voorstel daartoe 'het bestuderen waard' is. De Palestijnse delegatie die vorige week met Baker sprak, had gezegd dat de PLO daarover zou beslissen.

Het feit dat niemand hard 'nee' heeft gezegd wil niet zeggen dat de regionale conferentie er ook komt. Iedereen heeft zijn onderhandelingspositie betrokken - Israel denkt er niet over de bouw van nederzettingen in bezet gebied te staken en Syrie hamert voortdurend op de tenuitvoerlegging van resolutie 242 en op “een belangrijke” rol voor de VN - en Baker moet die nu gaan slechten. En dan pas zal blijken of de partijen hoofdzakelijk beleefd zijn of het in hun belang achten ten minste deze kwestie in het Midden-Oosten op te lossen.