Meijer wil duidelijkheid van PvdA

DEN HAAG, 15 april - Oud-fractieleider Meijer (PvdA) vindt dat zijn partij op zeer korte termijn duidelijk moet maken waarom de deelname aan het kabinet wordt voortgezet. In Socialisme en Democratie, het wetenschappelijk maandblad van de partij, bepleit hij een offensieve positie “in het bijzonder voor de gezichtsbepalende zaken voor het toekomstige nieuwe Nederland”.

Tegelijkertijd betwijfelt hij of de PvdA wel de kwaliteit heeft om de eigen positie drastisch te wijzigen. Over de prestaties van de partij in het kabinet zegt Meijer, thans commissaris van de koningin in Drenthe, dat de presentatie niet overtuigend was en context en samenhang van de maatregelen ontbraken.

Meijer wil dat de PvdA “het snoeien van de bureaucratie koppelt aan een grondige reorganisatie van de rijksoverheid. Grote beleidspakketten in de sociale zekerheid, het onderwijs, het welzijn en de gezondheidszorg moeten worden geregionaliseerd”. De partij moet zich ook inzetten voor een “versterking van een sociale politiek waarin het beleid wordt geconcentreerd op de mensen die het echt nodig hebben”. Laat de PvdA dat achterwege “dan haalt ze de meeste ernstige kortings- en bezuinigingsmaatregelen naar zich toe”. De PvdA moet ook een eigen programma ontwikkelen voor overheidsinvestering, infrastructuur en milieu. “Wij zijn volledig uit het oog verloren dat door het ontbreken van omvangrijke investeringen ons land op het punt staat in de internationale gemeenschap zeer ernstig achter te blijven in kwaliteit en concurrentievermogen”. De partij moet ook een leidende rol spelen bij de plaatsbepaling van Nederland in Europa.

“De dag is niet ver meer dat de burger zich gaat vergelijken met Duitse en Franse Europeanen en de vraag zal stellen; wat heb je voor ons bereikt?”

Meijer noemt het rapport van de commissie-Van Kemenade over de organisatie van de partij “de laatste kans”. Hij constateert echter dat de reeks van rapporten en pamfletten waarin de PvdA zichzelf kritisch analyseerde “zijn verworpen of genegeerd”. De slagkracht van de partij loopt volgens hem “zienderogen terug. We kunnen zo niet verder. We hebben bovendien niet veel tijd meer om als politieke beweging de noodzakelijke omslag te maken”.