Koeweit wil oliebronnen met meer hulp sneller blussen

KOEWEIT, 15 APRIL. De regering van Koeweit wil meer buitenlandse firma's inschakelen voor het blussen en dichten van brandende oliebronnen. Zij hoopt hiermee te bereiken dat deze operatie in zeven maanden in plaats van in twee jaar kan worden voltooid.

De Koeweitse olieminister, R. Al-Ameeri, toonde zich dit weekeinde “zeer bezorgd” over het tempo waarin de tijdens de Golfoorlog door Irak in brand gestoken en gesaboteerde putten worden geblust en gedicht. Tot nu toe zijn hier alleen vier Amerikaanse en Canadese firma's, onder wie Red Adair, mee bezig. De Amerikanen hebben sinds de start van de campagne op 4 maart twee branden geblust en 23 niet brandende beschadigde bronnen afgedicht. Koeweit schat dat achthonderd tot duizend bronnen zijn beschadigd. Naar schatting 350 tot 530 bronnen staan in brand.

Volgens Al-Ameeri zou bij een versnelling van de campagne het verlies aan olie teruglopen van 43 tot 12,5 miljard dollar, terwijl de kosten ongeveer 4,3 miljard dollar blijven. Bovendien kan zo het gezondheidsrisico voor de bevolking, die gevaar loopt door giftige gassen, worden verminderd. De vier Amerikaanse en Canadese maatschappijen hebben geklaagd dat hun werk wordt gehinderd door traagheid aan de kant van Koeweit waar het gaat om het verkrijgen van technische uitrusting en water.

Al-Ameeri zei dat zijn land ongeveer 150 aanbiedingen bestudeert van internationale oliemaatschappijen om de oliebronnen te blussen. De maatschappijen komen uit Groot-Brittannie, Frankrijk, China, Duitsland, Iran en de Verenigde Staten. Volgens de Koeweitse olieminister kunnen nieuwe brandblustechnieken worden toegepast, getest en misschien zelfs ontwikkeld.

De op een na grootste olieraffinaderij van Irak, die tijdens de Golfoorlog ernstig te lijden heeft gehad van luchtbombardementen, hervat volgens een regeringskrant vandaag de produktie van een aantal olieprodukten. Met ingang van 1 mei produceert de Dora-raffinaderij ten zuidwesten van Bagdad per dag 76.000 vaten olieprodukten als kerosine, dieselolie en smeermiddelen, aldus de directeur van de raffinaderij. “Per 1 juni halen we weer de capaciteit van voor de oorlog: 92.000 vaten per dag.” Volgens de directeur was tachtig procent van de pijpleidingen binnen het complex kapot. Van de tweehonderd opslagtanks van de raffinaderij waren er 24 vernietigd en 16 voor een deel beschadigd.

Niet bekend