Kampeerwet

NRC Handelsblad van 27 maart berichtte over een door de regering voorgestelde wijziging van de Kampeerwet met terugwerkende kracht tot 1 juli 1990, waardoor de zittingstermijn van de huidige leden van de Kampeerraad, die per genoemde datum is geeindigd, kan worden verlengd tot de inwerkingtreding van de nieuwe Wet op de Openluchtrecreatie, die sinds januari 1990 bij de Tweede Kamer reeds in behandeling is.

Omdat de weinig fraaie wetgeving met terugwerkende kracht in het bericht in het bijzonder wordt gekoppeld aan mijn functioneren als voorzitter van de Kampeerraad en van de Voorlopige Adviesraad voor de Openluchtrecreatie (VAROR) stel ik er prijs op te verklaren, dat de VAROR in een zeer vroegtijdig stadium (onder andere op 16 augustus 1989 in een voor de minister door de voorzitter van de Raad opgestelde nota) voor de wettelijke complicaties heeft gewaarschuwd en vier oplossingsvarianten heeft aangedragen.

Het door de regering thans ingediende voorstel is naar de mening van de Raad een goed voorstel, maar het is te betreuren dat het niet veel eerder is ingediend, bijvoorbeeld (zoals in genoemde nota werd geadviseerd) gelijktijdig met het op 27 januari 1990 ingediende wetsontwerp op de openluchtrecreatie.