Interventieverbod

Met de door Frankrijk ingediende en sterk afgezwakte VN-resolutie, waarin het regime van Saddam Hussein veroordeeld wordt voor de onderdrukking van Iraks burgerbevolking in het bijzonder Koerden, balanceren de VN op de rand van het internationaal recht, zo meldt uw correspondent W. Offenberg in NRC Handelsblad van 6 april.

Hij doelt daarbij op het non-interventiebeginsel van het VN-Handvest, waarop een dergelijke resolutie inbreuk zou maken. In VN-kringen, zo schrijft hij, vreest men een precedentwerking van deze resolutie.

Het volkenrechtelijke interventieverbod is echter aanzienlijk uitgehold doordat de eerbiediging en effectuering van de mensenrechten een internationale verantwoordelijkheid zijn geworden, op grond waarvan al jarenlang van Westerse zijde een actief mensenrechtenbeleid gevoerd wordt.

De communistische landen hebben zich de afgelopen jaren wel strikt gehouden aan het interventieverbod, ook als de mensenrechten in geding zijn, tenzij er sprake is van massale en systematische schendingen van mensenrechten, die vrede en veiligheid in gevaar brengen. Dit laatste achtte men in VN-kringen het geval in Zuid-Afrika en vandaar dat de VN zich sinds de jaren zeventig intensief bemoeid hebben met het apartheidsregime aldaar en de lidstaten in meerdere resoluties hebben opgeroepen op morele en materiele wijze het gewapende verzet tegen apartheid te steunen die in een VN-verdrag als een misdrijf tegen de menselijkheid werd gebrandmerkt.

Zuid-Afrika heeft zich hiertegen verweerd met een beroep op het interventieverbod, maar dit verbod werd in dit geval niet van toepassing geacht en is dat evenmin in het geval van Irak, waar zelfs een hele bevolkingsgroep dreigt ten onder te gaan of gedoemd te worden tot het uitzichtloze bestaan van vluchteling.

Met de voorwaarden, verbonden aan de wapenstilstandsresolutie hebben de VN overigens al danig geintervenieerd in de interne aangelegenheden van Irak.