HIER KAN JE SPELERS NOG AANRAKEN

Betaald voetbal op Woudestein, Excelsior-VVV. Om kwart voor twee vraagt een man buiten de hekken waar Excelsior vandaag voetbalt. Hij kijkt ongelovig als hem wordt verteld dat de ploeg in eigen stadion speelt. “Maar ik zie daar niemand”, wijst hij naar binnen. “Het is uitgestorven.”

Twintig minuten voor de aftrap hebben er zeventien bezoekers op de hoofdtribune plaatsgenomen. “Wilt u een beetje inschikken”, zegt een suppoost met gevoel voor humor tegen een passant. Er komen uiteindelijk nog 560 toeschouwers op de wedstrijd af. Dat moeten wel hele trouwe aanhangers zijn. Aan de andere kant van Rotterdam wordt Sparta-Feyenoord gespeeld. “Toch heb ik het meegemaakt”, zegt Aad Libregts, ex-secretaris en erelid, “dat de mensen hier in de bomen hingen. Dan was het stadion te klein. Ja, vele jaren terug, dat wel.”

De laatste tijd is het echt bar en boos met de kijkcijfers. Excelsior staat dan ook onderaan in de eerste divisie, ook na de overwinning - de eerste sinds 9 december - op VVV (3-0).

Dit seizoen komt Excelsior gemiddeld niet boven de 800 betalende toeschouwers per wedstrijd, een beetje amateurclub trekt meer mensen.

Drie jaar geleden probeerde Excelsior voor het laatst met een actie seizoenkaarten aan de man te brengen. Kopers kregen een speciale behandeling, korting bij winkeliers in de omtrek, leuke cadeautjes.

Het hielp niets. De niet-verkochte kaarten liggen hoog opgestapeld in een kast bij de administratie. Bij Excelsior begrijpt men dat wel.

“Ik zou als neutraal toeschouwer ook niet komen kijken”, bekent Mart Borneman, ex-penningmeester en ook erelid. Het heeft alles met resultaten te maken. En met het Rotterdamse betaald voetbal in het algemeen. “Als het bij Feyenoord regent druppelt het bij ons”, weet Borneman uit ervaring. “Zie je de ene zondag bij Feyenoord een leuke wedstrijd dan heb je de neiging om als het de week daarop lekker weer is bij Excelsior te gaan kijken.” Van dat effect is nu geen sprake met Feyenoord ook sukkelend in de onderste regionen. “Nu gaan de mensen maar naar Scheveningen of een beetje fietsen.”

Toch heerst er voor en na de wedstrijd tegen VVV een opgewekte stemming bij Excelsior. De KNVB heeft zaterdag bekendgemaakt dat ondanks de toetreding van TOP de nummer laatst uit de eerste divisie niet zal degraderen. Excelsior hoeft niet meer te vrezen. Voorzitter Simon Kelder heeft het belangrijke nieuws via teletext vernomen. “Zo werkt dat bij de KNVB.” In al die tijd dat er op Woudestein grote onzekerheid heerste over een degradatie naar de amateurs werd er niets uit Zeist vernomen. A-sociaal noemt Kelder dat. Hij zegt dat hij degradatie nooit had geaccepteerd. Hij was desnoods naar de rechter gestapt.

Maar heeft het sukkelende Excelsior volgens de voorzitter nog wel bestaansrecht? “Niet als je onderaan de ranglijst hangt”, is Kelder van mening. “Dan komt er in deze regio geen sterveling kijken. Zelfs niet in de eredivisie. Dat zie je aan SVV.” Excelsior moet dus in ieder geval hogerop. Dat is ook het doel van het bestuur. Maar dat is volgens Kelder de afgelopen twee jaar vooral bezig geweest een schuld van 1,8 miljoen gulden te saneren. Wegpoetsen, noemt hij het. Dat is bijna gelukt, nu nog de resterende tien procent. “Ik weet zeker dat we momenteel een van de gezondste betaald-voetbalorganisaties in Nederland zijn”, zegt Kelder.

Excelsior, opgericht op 23 juli 1902 en vanaf het prille begin actief in het vaderlandse profvoetbal, is en blijft een bijzondere club.

Woudestein straalt de sfeer uit van een dorpsvereniging. De dienstdoende politieagenten - twee per wedstrijd - lopen bij Excelsior als toeristen rond. Borneman: “Hier kan bij wijze van spreken iedereen de spelers en bestuursleden nog aanraken. Waar kan dat nog in het betaald voetbal? Overal hebben ze aparte tunnels en gangen.” De accommodatie (10.000 plaatsen) is knus te noemen. Een bord op de dug-out van de tegenstander wijst de weg naar het damestoilet.

Vlak achter de toegangspoort is in een gele keet de administratie gevestigd. Mart Borneman, 25 jaar lang penningmeester, speelt er “een beetje voor administrateur”. Hij doet dat, uiteraard, onbezoldigd.

“Een echte vaste man op kantoor kost weer een paar centen.” Borneman komt doordeweeks om ongeveer half drie en sluit tegen vijven weer af.

Wie op een ander tijdstip naar Excelsior belt krijgt via een aardige stem op een bandje “voor dringende gevallen” het privenummer van Borneman. “Druk, he”, zegt de administrateur als die middag voor de derde keer in anderhalf uur de telefoon rinkelt. Zijn vrouw verzorgt na afloop van de wedstrijden de bitterballen in de schitterende, pas vernieuwde, bestuurskamer.

Sportclub Excelsior heeft altijd veel vrijwilligers gehad. Dat heeft, wordt door iedereen verzekerd, de club steeds in leven gehouden. In dat verband valt natuurlijk meteen de naam van ex-voorzitter Henk Zon.

Aad Libregts herinnert zich nog dat deze legendarische bestuurder als commissaris van materiaal is begonnen. “Hij moest kijken of de grassprieten rechtstonden.” Volgens Libregts kom je een man als Zon maar eens in je leven tegen. “Hij regelde van alles voor de club. Ik kwam een keer op maandagmorgen op Excelsior. Stonden er tachtig man de accommodatie te verven, gratis. Had Henk Zon geregeld. Hij kende God en Alleman.”

Erelid Zon, tegenwoordig aan huis gekluisterd, was ook de man achter het oud papier. Hij liet een container naast het stadion zetten en met een busje werd door de hele stad bij bedrijven en particulieren opgehaald. Sindsdien gaat Excelsior door het leven als oud-papierclub.

Borneman: “Daar kan nu wel minachtend over worden gedaan, maar het leverde ons zo'n 50 a 60.000 gulden per jaar op.” Nu nog zamelt de club in. Om oud papier kwijt te raken moet tegenwoordig geld worden betaald, maar Excelsior ontvangt toch nog een cent per kilo. “En computerpapier brengt 30 a 40 cent op.”

Alle beetjes helpen. Excelsior heeft het in de schaduw van Feyenoord en, in veel mindere mate, van Sparta nooit breed gehad. Altijd maar moesten er spelers worden verkocht om rond te komen. Piet den Boer, Graeme Rutjes en Ton Wickel, nu trainer van de amateurs van Excelsior, waren goede handelswaar. Ex-penningmeester Borneman kan zich de financiele toptijd van de club uit Kralingen nog herinneren. Er zat toen een keer 35.000 gulden in kas. Dat was eind jaren zestig.

Excelsior kocht voor een spotprijs vijf spelers van het opgedoekte Xerxes-DHC en had met de nieuwe ploeg succes op het veld.

Door de omstandigheden is Excelsior sportief gezien nooit een hoogvlieger geweest. Wel draaide de club af en toe goed mee in de eredivisie; twee keer werd op het hoogste niveau de negende plaats bereikt ('80 en '83). Aad Libregts, vader van ex-bondscoach Thijs - ook wel Thijs Excelsior genoemd - zegt laatst nog een krant onder ogen te hebben gekregen waarin Excelsior op de ranglijst vierde stond.

“Dat was toen Rinus Israel hier speelde.” Ook werd weleens van Ajax gewonnen en grote broer Feyenoord werd in de eigen Kuip een keer met 4-1 verslagen.

Aad Libregts zegt nog weleens in zijn eentje op de Zuidzijde van Woudestein te gaan staan. Hij overziet dan alle werkzaamheden die in al die jaren op het complex zijn verricht. Een gevoel van trots overvalt hem dan. Libregts zegt dat hij ook al had de club naar de amateurs moeten afdalen “met even veel vrolijkheid” op de tribune zou hebben plaatsgenomen om ons Excelsior te zien spelen. “Ik ben altijd amateur gebleven.”

Excelsior is de club van, om wat namen te noemen, Hut, Libregts, Bontebal, Schouten en ook van ex-bokser Bep van Klaveren, Olympisch kampioen in 1928. Deze ras-Rotterdammer, in de tachtig inmiddels, is nog bijna dagelijks op Woudestein te vinden. Als de zon schijnt ligt hij alleen gehuld in korte broek uren voordat de selectie komt te zonnen op het trainingsveld. Afgelopen week had Van Klaveren commentaar op een oefening van trainer Sandor Popovics. “Wat heb jij vroeger dan gedaan?”, vroeg materiaalman Hans Volwerk toen aan de voormalige kampioen. “Je hebt een beetje touwtje gesprongen, je voor je kanus laten slaan en je bent een keer kampioen van Crooswijk geweest. Nou en?”