Geloof in de Atlantische band is niet meer vol te houden

Een constante doortrekt de Nederlandse buitenlandse politiek: het onwankelbaar geloof in de Atlantische band; Amerika als profeet, Groot-Brittanie als middelaar en Nederland in vast verband. Dit geloof heerst ongeacht of de buitenlandse politiek door centrumlinks of centrumrechts wordt gevoerd. Het pleidooi van M. van der Stoel (NRC Handelsblad 8-4-1991), om toch vooral de NAVO niet te verzwakken en Amerika niet 'bedroefd' te maken, is daar het zoveelste en meest recente voorbeeld van.

In de jaren van de wederzijdse waanzin was het relatief eenvoudig de mensen duidelijk te maken dat tegen de rode dreiging het nodige moest worden ingezet; dat gebeurde dan en gebeurt nog steeds onder Amerikaans bevel in een militair geintegreerde organisatie: de NAVO.

Nu de politiek-militaire dreiging fundamenteel van karakter is veranderd, wordt het steeds moeilijker deze geintegreerde NAVO-organisatie te rechtvaardigen.

Het Warschaupact is uiteengevallen, Rusland komt wel de winter door, maar vraag niet hoe. Terwijl West-Europa integreert, valt het Oostelijk deel van Europa in nationale parten uiteen.

De democratische nieuwe leiders uit Oost-Europa komen op bezoek, vragen wanhopig om steun, krijgen een ballet-uitvoering en worden vriendelijk uitgezwaaid. Lid worden van de (steenrijke) Europese Gemeenschap is er voorlopig nog lang niet bij, wij (West-Europa) zijn immers thans bezig met een veel energie vergend integratieproces: op weg naar de Economische en Monetaire Unie en overmorgen naar de Politieke Unie. Onze arme buren komen hierdoor nog verder achterop, want lid worden van een sterk verbonden club is veel moeilijker dan aansluiting bij een losser, oppervlakkiger verband.

De Westeuropese concentratiebeweging heeft federale en intergouvernementele trekken. Nederland is altijd een verklaard voorstander van federalisering geweest. Het idee dat met het woord 'vergemeenschappelijking' nationalistische neigingen zouden kunnen worden getemd, leeft nog steeds sterk in Nederland. Met woorden kan inderdaad veel worden gedaan, maar dit toch niet. Met woorden kan het feit dat nationale machtscentra van verschillende grootte bestaan, niet worden geelimineerd. Het is een naieve, quasi-juridische misvatting dat door middel van besluitvormingsprocedures machtsblokken kunnen worden getransformeerd tot 'gemeenschapslammeren.'

De positie van Nederland in West-Europa wordt niet bepaald door het feit of Nederland in een gemeenschappelijke procedure kan worden overstemd, of dat gebruik kan worden gemaakt van een veto in een intergouvernementele procedure. De feitelijke constellatie bepaalt de positie van besluitvormingscentra ten opzichte van elkaar; procedures zijn daar slechts een element van.

Amerika is volgens Van der Stoel tegen Europeanisering van defensie omdat uiteindelijk een 'broodmager' standpunt uit de Europese Politieke Samenwerking zal rollen. 'Hoera', zou ik gezegd hebben als in de Golfcrisis het 'broodmagere standpunt': doorgaan met het embargo, het zou hebben gewonnen. Misschien neigt Van der Stoel nu ook naar dit standpunt als hij waarneemt welke ellendige consequenties het 'stormachtige' optreden van de Amerikanen en hun volgelingen nu al heeft; en, wij zijn nog niet aan het eind van de gevolgen!

Dat Washington bezorgd is dat Europa bij de besluitvorming 'te weinig met Amerikaanse inzichten' rekening zal houden, zoals Van der Stoel schrijft, is juist, maar is dat een zelfstandige reden om tegen Europese besluitvorming te zijn?

Van der Stoel stelt dat het risico groot lijkt dat conservatieven voorshands het veiligheidsbeleid van de Sovjet-Unie zullen bepalen.

Dat risico kan dan mijns inziens worden vergroot door de NAVO als militaire organisatie te handhaven en niet te proberen door middel van nieuwe structuren, zoals de CVSE (door Van der Stoel niet eens genoemd) vertrouwwekkender verhoudingen te creeren.

Hij komt ook weer met het 'oude verhaal' dat de Franse en Britse kernmachten primair het eigen grondgebied beschermen; deze sprookjes a la de flexible response mogen nu toch eindelijk echt wel eens opgeborgen worden. Gelooft van der Stoel nu nog in een Amerikaanse nucleaire garantie? En, moet het feit dat Rusland - en verstandelijk velen in de NAVO - liever niet zien dat Polen etc. lid worden van de NAVO, als een argument om de Atlantische band niet te laten verslappen, worden gezien?

'Defensie niet in de Europese Politieke Unie', dat is wat Van der Stoel en Van den Broek en de rest van de Nederlandse buitenlandbeleidmakers willen. Maar, West-Europa gaat intergouvernementeel, het zwaartepunt van de besluitvorming gaat - hoe Nederland ook piept en kermt (en Lubbers kermt denkelijk minder dan Van den Broek) - naar de Europese Raad.

Als wij de invloed van Nederland in het huidige zich ontwikkelende bestel in Europa niet buiten onze wil willen laten verminderen, is het noodzakelijk de Nederlandse stem in de raden van ministers sterker dan nu te coordineren en daarom de positie van de minister-president zowel intern als extern te verstevigen; dat is dan weer een extra-argument voor een gekozen minister-president.

    • J. Th. Degenkamp