Geld is belangrijke inspiratiebron voor turnsters Roemenie

DEN HAAG, 15 april - Geld heeft aantrekkingskracht. Dat bleek overduidelijk tijdens de Open Nederlandse turnkampioenschappen dit weekeinde in Den Haag.

De prijzenpot van 40.000 gulden trok zowel bij de mannen als vrouwen een sterker deelnemersveld dan de vorige keer naar de Houtrust. De VSB Dutch Open werd er een interessante wedstrijd door met gymnasten uit twaalf landen. De Bulgaarse turnster Sylvia Mitova en de Witrus Andrey Evsikov keerden vandaag met ieder 7.500 gulden terug naar respectievelijk Sofia en Minsk.

Hoewel de organisatoren hadden geleerd van de eerste editie van de Dutch Open liet de informatievoorziening naar het publiek en deelnemers nog te wensen over. Vandaar dat de Roemenen Christina Bontas, Maria Neculita en coach Stanulescu voortdurend rondom de televisiecommentator van de NOS dribbelden. Hij kreeg immers een voorkeursbehandeling en dus lijsten met tussenstanden. De Roemenen rekenden zich voortdurend voor met hoeveel Hollandse guldens de terugreis naar Boekarest zou worden aanvaard. Toen de als eerste genomineerde Bontas de meerkamp op zaterdag opende met een mislukt brugoptreden was het hek van de dam. De uiteindelijk vierde plek leverde duizend in plaats van de verwachte 7500 gulden op. Voor een toptennisser of beroepsvoetballer stelt dat verschil niets voor, maar voor topgymnasten ligt dat anders. In de turnsport werd tot voor kort professioneel 30 tot 35 uur per week getraind voor louter medailles en ander blikwerk. Christina Bontas heeft er kasten van vol in huis. In haar woonplaats Ionesti levert een Hollandse gulden momenteel 100 lei op. Met 7500 gulden ben je in Roemenie een kleine miljonair. Gisteren maakte ze weer veel goed door drie finales te winnen.

Ook uit de statistieken blijkt dat de Dutch Open met deze nieuwe aanpak een hoog rendement heeft gerealiseerd. Vorig jaar bereikten slechts vijf turnsters een moyenne van 9,250 punten of meer. Dit jaar waren dat er vijftien (in een deelnemersveld van 22). Mede daardoor was de ambiance in de zaal goed. Sylvia Mitova die zaterdag verrassend de meerkamp won nam gisteren het risico op de evenwichtsbalk een schroefsalto uit te voeren om toch maar boven de 9,812 punten van Bontas en de Amerikaanse Dominique Dawes uit te komen. Dat ze faalde doet geen afbreuk aan de intentie waarmee tijdens de finales werd gepresteerd.

De Nederlandse deelneemsters Elvira Becks, debutante Sasja Koehler en Linda Slootmaker presteerden goed en eindigden allen bij de top tien in het klassement. De Nijmeegse Becks scoorde zelfs op drie van de vier toestellen 9,60 (of een fractie hoger). Alleen op vloer eindigde een Muchina-techniek (is dubbele salto achterover met een hele schroef in de eerste saltorotatie) op voeten en handen, waardoor de Fran(c,)aise Guillermin haar net voorbleef om de laatste 750 gulden voor de vijfde plek in het klassement uit de pot te grissen. “Dat is een dure Muchina”, sprak vader Becks.

Bij de mannen ontbrak Alexander Selk. De 16-jarige Deventenaar kent het laatste jaar alleen kommer en kwel. Vorig jaar won hij zilver aan het rek samen met de latere wereldbekerwinnaar Valeri Belenki.

Veertien centimeter is de jongste van de gebroeders Selk in twaalf maanden tijd gegroeid. In combinatie met de hoge dagelijkse trainingsbelasting leverde dat problemen op aan bijna alle belangrijke gewrichten. De sportartsen hadden evenwel het licht voor hem op groen gezet voor de Dutch Open, maar coach Hernandez en de gymnast prefereerden een rustige opbouw naar het jeugd-EK van volgende maand.

Broer Christian Selk presteerde in Den Haag 1,250 punten minder dan twee weken geleden in Moskou en was terecht ontevreden met de veertiende plek. Willem Geurts rook in de paardsprongfinale aan het brons, maar bleef daar wel 0,025 punten van verwijderd.