'Elke avond huilen we voor de televisie. We voelen ons machteloos'

Koerden in Nederland volgen geemotioneerd de ontwikkelingen in Irak. Ongeveer 700 van hen zijn vluchtelingen uit Irak. Vierhonderd Koerden in Nederland zijn afkomstig uit Iran. Twaalfduizend Koerden hebben een Turks paspoort en zijn in de meeste gevallen als gastarbeider hier gekomen. Het eerste van een reeks Koerdische portretten.

ARNHEM, 15 april - Aref Shawalli (52) is afkomstig uit het Noordiraakse Amadia en woont sinds 1976 met zijn gezin in een nieuwbouwwijk van Arnhem. Hij heeft net in een televisiereportage over Koerdische vluchtelingen in het Turks-Iraakse grensgebied iets ontdekt dat hemzelf tot wanhoopsgebaren en zijn vrouw tot tranen brengt.

Telkens opnieuw draait hij de op video opgenomen film af tot het beeld verschijnt van een oude vrouw, die met het hoofd half verborgen in een doek op een deken tegen een berghelling ligt. “Dat is mijn tachtigjarige moeder”, zegt Shawalli. “Ik weet niet wat er met haar is. Slaapt ze, is ze ziek?”

Twee vrienden van hem vertrekken morgen naar het grensgebied om naar familie te zoeken. Hij hoopt dat ze zijn moeder tegenkomen. Hijzelf gaat niet, het lijkt hem zoeken naar een speld in een hooiberg.

Bovendien heeft Shawalli een 27-jarige dochter die in het grensgebied met Iran moet zitten. Zij is voornamelijk in Nederland opgegroeid, spreekt Koerdisch, maar kende haar geboortestreek tot voor kort niet.

Toen de Koerden in opstand waren gekomen tegen Saddam Hussein, besloot zij vorige maand een kijkje bij haar familie in Irak te gaan nemen.

Vervolgens verdween ze tot grote ongerustheid van Shawalli uit het zicht. Maar tot zijn opluchting hoorde hij haar stem dezer dagen toevallig in een radioreportage over Koerdische vluchtelingen in Iran.

“Wij huilen iedere avond voor de televisie. We voelen ons machteloos. We hadden gedacht dat Amerika de Koerden zou helpen en we voelen ons nu in de steek gelaten”, zegt Shawalli. Hij vocht bij het Koerdische verzet in Irak, werd twee keer gearresteerd en week in 1975 met zijn gezin uit naar Iran. Na een jaar Teheran werd hij als vluchteling in Oostenrijk toegelaten. Na korte tijd kwam hij naar Nederland, waar hij een neef had wonen die bemiddelde bij het krijgen van werk als bouwkundig tekenaar. Sinds 1986 leeft hij van een WAOuitkering, onder meer als gevolg van problemen met zijn rug.

Sinds hij in Arnhem woont heeft Shawalli nog maar spaarzaam contact met zijn familie in Irak. Een neef van zijn vrouw is twee keer in Nederland geweest. Een enkele keer is er telefonisch contact geweest, maar uit angst voor afluisteren werd daarbij nooit meer gezegd dan dat het goed ging. Brieven worden al jaren niet meer geschreven. Toen het nog wel gebeurde, was duidelijk te zien dat de geheime politie ze had geopend.

Shawalli's vrouw weet niet meer over haar familie dan dat een neef in 1987 door de politie is doodgeschoten. “We willen graag familie helpen, maar hoe moeten we mensen vinden in een tweeduizend kilometer lang grensgebied?” Troost zoeken Shawalli en zijn vrouw bij andere Koerden in Nederland. “Wij zijn als Koerden een familie.” De kinderen - er zijn ook twee zoons - spreken vlekkeloos Nederlands, maar zijn thuis Koerdisch. Het gezin behoort tot het actieve circuit van Koerden in Nederland. Van de vele onderlinge geschilpunten onder de Koerden - met onder andere een radicaal linkse stroming bij Koerden met een Turks paspoort - trekt Shawalli zich niets aan. Hij hoopt slechts dat Saddam Hussein vertrekt en dat de Koerden in Irak autonomie krijgen.

Soms laat Shawalli zijn lijdzame houding varen en gooit hij in woede iets naar het televisietoestel. Maar vaker huilt hij, geemotioneerd vertellend hoe hij in 1975 bij zijn vlucht slechts kleding kon meenemen en hoe al zijn huisraad openbaar is verkocht en zijn auto door de Iraakse geheime dienst in gebruik is genomen. Hij zet nog een keer de video aan om naar zijn moeder te kijken en constateert opnieuw dat hij niet kan ontdekken hoe het met haar is daar tegen die Turkse berghelling.