Economische cijfers uit VS bepalend voor daling van rente

De rentedaling zoals die begin deze maand inzette heeft zich de afgelopen week slechts in geringe mate voortgezet. In het algemeen overheerste een afwachtend marktbeeld, waarbij vooral de nieuwe economische cijfers vanuit de V.S. als richtingbepalend werden gezien.

De kans op officiele renteverlagingen wordt groter geacht bij een verdere afzwakking van de economische groei en het inflatietempo. Het kwam vorige week alleen in het Verenigd Koninkrijk tot een renteverlaging. In ons land kon bij overigens behoorlijke omzetten het rendement op de laatste 10-jaars staatslening tot iets onder de 8,5 procent afnemen. Daarentegen werd in Duitsland dinsdag besloten om de tarieven op de geldmarktsteun met 0.1 procentpunt te verhogen, dit mede in het licht van een voortgaande verzwakking van de mark-dollar verhouding. In ons land hield De Nederlandsche Bank het tarief op haar laatste speciale belening onveranderd op 8,7 procent, en kon bovendien de gulden ten opzichte van de mark voor het eerst dit jaar onder de spilkoers van 1.1267 gulden komen. Het is overigens niet zozeer de kracht van de gulden maar veeleer de zwakkere positie van de Duitse mark die hier debet aan is. Tekenend was de bekendmaking dat in februari de lopende rekening voor heel Duitsland (afgelopen tien jaar had die van West-Duitsland alleen maar overschotten laten zien) voor de tweede achtereenvolgende maand een tekort liet zien. Gulden en mark nemen overigens nog steeds redelijke posities in het EMS in. De Spaanse peseta handhaafde zich bovenin het wisselkoersstelsel, met het Britse pond als goede tweede.

Het binnenlandse nieuws betrof de bekendmaking van de prijstijging in maart met een 0,5 procentpunt. Op jaarbasis betekent dit een inflatie van 2,6 procent, waarmee Nederland nog steeds tot de landen met de laagste geldontwaarding blijft behoren. De obligatiemarkt houdt inmiddels rekening met een heropening van de laatste staatslening.

EUROKAPITAALMARKT

Ook deze week waren Amerikaanse macro-cijfers bepalend voor de stemming op zowel de internationale binnenlandse obligatiemarkten als de eurokapitaalmarkt. Na de werkgelegenheidscijfers van twee weken geleden betrof het afgelopen week de inflatie-statistieken, die geacht worden van invloed te zijn op het monetaire beleid van de Fed, het Amerikaanse stelsel van centrale banken. Vooruitlopend op de bekendmaking van bovengenoemde cijfers was voorzichtigheid troef en verkozen beleggers de korte (geldmarkt) kant van de yieldcurve boven langere looptijden, waarbij de geldmarkt zelfs een voorschot nam op een monetaire verruiming. De teleurstellende veilingresultaten van Amerikaanse 7-jaars treasuries onderstreepten de bezorgdheid waarmee beleggers de inflatiecijfers benaderden. Per saldo liep het Amerikaanse rente-ecart, het verschil tussen kapitaal- en geldmarktrente, in de loop van de week met zo'n 20 basispunten op. De bekendmaking van de inflatiecijfers deed hieraan slechts enkele basispunten afbreuk. Nadat donderdag de P.P.I., de index van producentenprijzen, nog geen eenduidig beeld kon verschaffen bleek vrijdag dat de consumentenprijs-index, C.P.I., in maart voor het eerst sinds 5 jaar een daling vertoonde. Exclusief energie en voeding resulteerde overigens een minimale 0,1% stijging. Via short-covering liepen de obligatiekoersen vrijdagmiddag laat echter fors op, hetgeen een 0,1% rentedaling voor de dertigjarige inhield.

Daar ook in enkele andere invloedrijke landen belangrijk macroeconomisch nieuws werd verwacht, verkozen de meeste marktpartijen op de eurokapitaalmarkt een plaats op de tribunes. De meest opvallende lening van afgelopen week kwam op naam van de Mexicaanse ontwikkelingsbank Nacional Financiera, die een 100 miljoen dollar grote 10 procent lening uitgaf met een looptijd van maximaal vijfjaar.

In het oog springend was het rendementsverschil ten opzichte van Amerikaanse treasuries, dat 286 basispunten bedroeg. Hierbij bedenke men, dat de 'spread' voor dergelijke leningen in het verleden aanzienlijk meer dan 300 basispunten bedroeg, waardoor een herstellend vertrouwen in de Mexicaanse economie wordt bevestigd.

Bron: IRIS, Joint Venture Rabobank Robeco.