Dichter reageert niet op trompet bij Poetry

DEN HAAG, 14 april - Het Vlaams-Nederlandse dichterweekeinde dat vrijdag en zaterdag onder de vlag van Poetry International in De Haagse Schouwburg plaatsvond had zich tot taak gesteld grenzen te doorbreken.

Dat lukte aardig. Belgische dichters werden afgewisseld door Nederlanders, poezie van levende dichters door voordrachten van werk van overleden dichters ('postume poezie'), woorden werden afgewisseld door muziek, en beeldende kunstenaars waren ingehuurd om het woord van beeld te voorzien.

Dat wil niet zeggen dat het resultaat altijd even fraai was. Het meest natuurlijk werkte de grensoverschrijding bij de programmering van de Vlaamse en Nederlandse dichters. Voor wie het nog niet wist werd nog eens gedemonstreerd dat Vlaanderen en Nederland ondanks alle verschillen een gemeenschappelijke literatuur hebben. Na de calvinistische Dordtenaar Jan Eijkelboom stond de gemoedelijke Belg Roland Joris geprogrammeerd, de felle Vlaamse dichter Luuk Gruwez volgde op de ingehouden gedichten van de Bergense Neeltje Maria Min, de experimenteel Jan Elburg die enkele herdichtingen bracht van Franse surrealisten, werd gevolgd door de Belgische televisieomroeper Geert van Istendael, en na de in Amsterdam en Tel Aviv wonende Judith Herzberg verscheen de Antwerpense slaviste Miriam van Hee op het toneel.

Minder geslaagd waren de pogingen jazz en poezie met elkaar te combineren. De gedichten van de Vlaming Luuk Gruwez werden op een gegeven moment begeleid door de koele klanken van de Japanse jazz-trompettist Itaru Oki, maar het werkte niet. Je kreeg niet de indruk dat de Japanner van de teksten van Vlaming onder de indruk was, als hij hem al verstond. En de dichter reageerde al evenmin op de trompetklanken. Beter verging het wat dit betreft het Maarten Altena Octet en Remco Campert, die de zorgvuldig voorbereide suite Open Plekken brachten. In dit stuk voor muziek en stem, dat eerder deze maand in premiere ging in de Amsterdamse IJsbreker, wordt een zangeres met nauwelijks verstaanbare teksten van Campert afgewisseld door de dichter zelf, die zijn dichtregels veel soberder maar ook veel verstaanbaarder in de microfoon mompelt.

Ronduit rampzalig waren de pogingen de poezie met beeldende kunst aan te kleden. De organisatoren hadden de Haagse kunstenaar Philip Akkerman gevraagd tientallen zelfportretten op dia te zetten, zodat we nu uren lang naar de gigantische hoofden van deze Akkerman moesten kijken. Het was niet alleen irritant, het had ook iets indiscreets.

Terwijl Geert van Istendael nu vanachter de katheder de venusheuvel, het rossige schaamhaar, de lichaamssappen en de schokkende heupen van zijn geliefde bezong, moesten we toezien hoe achter hem de reus Akkerman minachtend zijn neus optrok.