Degradatiestrijd redt derby van dood

ROTTERDAM, 15 april - In wat eens als een confrontatie tussen twee voetbalgrootmachten gold, beperkten Sparta en Feyenoord zich gisteren tot een bijna plichtmatige vertoning met lijfsbehoud als inzet.

De Rotterdamse derby is niet dood maar leeft thans bij de gratie van het degradatievoetbal waartoe beide clubs zijn veroordeeld. In een vrijwel uitverkocht Kasteel werkten de ploegen uit de kelder van de eredivisie een schamel duel af met een puntendeling (1-1) als eindresultaat.

Het duel laadde nog net niet de verdenking op zich dat tot een gentlemen's agreement was besloten, hoewel ieder puntje in deze fase van de competitie door beide ploegen als pure winst wordt aangemerkt.

'Punten sprokkelen' is niet voor niets het credo van Feyenoord-trainer Wim Jansen sinds hij de scepter van het koppel Bengtsson-Verbeek heeft overgenomen en belast is met de weinig benijdenswaardige taak zijn club voor een historische afdaling naar de eerste divisie te behoeden.

Volgens directeur Martin Snoeck heeft Jansen inmiddels zijn visitekaartje afgegeven en behoort een functie als technisch directeur voor hem tot de mogelijkheden. Zijn collega Hans van Doorneveld van Sparta staat voor dezelfde lastige opgave zijn club van de ondergang te redden en complimenteert met een angstige blik op de ranglijst de Spartanen voor een score van vijf punten uit vier duels.

De normen zijn derhalve aangepast door de clubs die nimmer zo nadrukkelijk werden geconfronteerd met een mogelijk afscheid van 's lands hoogste voetbalklasse. Wellicht is het daardoor dat zowel Sparta als Feyenoord, sinds de invoering van het betaalde voetbal respectabele clubs van stand die de onderste helft van de ranglijst als speeltuin voor de zwakkere broeders beschouwden, de kunst van het spelen van degradatievoetbal nauwelijks verstaan. Die discipline wordt nog altijd als minderwaardig aangemerkt door het trotse en traditierijke Sparta en Feyenoord, dat zijn status ontleent aan de roemruchte prestaties uit een inmiddels grijs verleden.

Goedbeschouwd wekte het dan ook weinig verwondering dat de Rotterdamse derby gistermiddag vooral deed denken aan een gezapig partijtje zomeravondvoetbal waarbij het publiek een al even lamlendige houding aannam. Het stilzwijgen van de toeschouwers was gerechtvaardigd want op het hobbelige veld bakten Sparta en Feyenoord er niets van. Slechts twee spelmomenten waren het aanzien waard. Eerst schoot Edwin Vurens op slag van rust op fraaie wijze naar een voorsprong. Na een uur speeltijd volgde zelfs een tweede hoogtepunt toen Feyenoord via een Oosteuropees onderonsje tussen Jozsef Kipich en doelpuntenmaker Ioan Sabau op gelijke hoogte kwam.

Mede door de onevenwichtige samenstelling van beide elftallen bleven dergelijke acties verder tot een minimum beperkt. Wim Jansen hield vast aan het concept dat in de bekerwedstrijd tegen PSV nog voor onverwacht succes zorgde maar dat op tenminste twee plaatsen aan twijfel onderhevig is. Henk Fraser vervult daarin de rol van spelverdeler maar deed in die hoedanigheid gisteren duidelijk onder voor Michel Valke, die de lijnen bij Sparta uitzet en zich doorgaans als beste speler van de ploeg opwerpt. Linksback Rob Witschge, die verzuimde de bal simpel weg te werken en daardoor indirect verantwoordelijk was voor de openingstreffer van Sparta, toonde nog duidelijker aan op de verkeerde plaats te staan.

“Zo'n bal moet ik natuurlijk de tribunes inknallen maar ik probeer het toch altijd voetballend op te lossen”, was het verweer van de bij Ajax geschoolde voetballer. Daarmee bracht hij het falende aankoopbeleid, dat de club steeds verder heeft doen afzakken, bij Feyenoord treffend in kaart. De club heeft een overschot aan spitsen (op Spangen zaten Van der Laan, Griga en Farrington in de dug out) maar het wegvallen van linksback Ruud Heus kan niet adekwaat worden opgevangen. Het bereiken van de bekerfinale tegen BVV Den Bosch, die definitief op 2 juni in De Kuip wordt afgewerkt, maskeert ten dele de wildgroei in het team.

De geldsmijterij bij Feyenoord wordt door Sparta ongetwijfeld met afgunst bekeken. Sparta parasiteert op ervaren spelers als Michel Valke en Peter Houtman en heeft geen geld het modale elftal te versterken. De noodlijdende club houdt zich sinds jaar en dag op de been met het verkopen van talentvolle spelers uit de eigen jeugdopleiding maar voorzitter Floor Bouwer constateert wrang dat die kweekvijver uitgeput raakt en er niet voor kan zorgen dat het huidige tekort van een miljoen gulden gedeeltelijk kan worden weggewerkt.

Inmiddels heeft een flink deel van de ledenraad kritiek op de als conservatief aangemerkte werkwijze van het Sparta-bestuur, dat huiverig zou zijn voor adviezen van buitenaf en een “sponsoronvriendelijk” beleid zou voeren.

Op initiatief van de supportersclub van Sparta wordt vanavond tijdens een buitengewone vergadering een motie van wantrouwen tegen het bestuur ingediend. Dat verweert zich dan onder meer met de presentatie van een nieuw toekomstplan en maakt zich vooralsnog geen zorgen.

Bouwer (“Ik ben een echte Sparta-Piet”): “Al die kritiek is slechts het vaststellen van de situatie. Concrete oplossingen heb ik nog van niemand gehoord. Men moet beseffen dat we er met de hele club de schouders onder moeten zetten, als eensgezinde Spartanen lossen we de problemen dan heus wel op.”