Deens bod bij de grote uitdaging van Europa

Op dit moment staat Europa voor eende grootste uitdagingen van onze generatie. Het gaat daarbij onder meer om het zoeken van nieuwe wegen in de Sovjet-Unie, om de revolutie in Centraal- en Oost-Europa, de onzekerheid in het Midden- Oosten. Voorts is de rol van de Verenigde-Staten in de wereldpolitiek en in de wereldeconomie aan de orde. De plaats van Japan staat ter discussie alsmede de de sombere economische vooruitzichten van de ontwikkelingslanden. Het zijn gebeurtenissen die om een Europees standpunt vragen. Niet over enige jaren, maar nu, in 1991. Daarbij komen de verandering in onze eigen samenleving: van een industriele maatschappij naar een van informatie en communicatie, van industriele produktie naar de produktie van wetenschap en ideeen.

Het antwoord van Europa op deze uitdagingen moet worden gevonden op de twee aanstaande regeringsconferenties van de EG: over de economische en monetaire unie en over de politieke unie. Achter deze twee conferenties ligt de wens om Europa op het goede spoor te zetten. Om ontwikkeling en groei te creeren.

Bij de twaalf EG-lidstaten bestaat de politieke wil om een behoorlijk stuk verder te komen. Daarom is het heel goed mogelijk, dat er al tijdens de vergadering van de Europese Raad in juni 1991 grote en verstrekkende vraagstukken aan de orde komen. Daarom ook is het zeer wel denkbaar dat er ten aanzien van deze grote vraagstukken politiek stelling zal worden genomen.

Denemarken is klaar om aan dit proces deel te nemen. Het wenst dat er nu al vergaande stappen worden genomen. De tijd is rijp en dat gunstige moment mogen we ons niet laten ontglippen. Dan bestaat namelijk het risico dat het nooit meer komt. Het lot is onzeker voor diegene die niet de moed heeft om te handelen wanneer de tijd rijp is.

Met deze gedachten als uitgangspunt heeft Denemarken tijdens de conferentie over de Politieke Unie veelomvattende voorstellen tot veranderingen van traktaten en geheel nieuwe traktaatteksten gelanceerd. Daarmee wil Denemarken duidelijk zijn stempel drukken op het resultaat. Natuurlijk is dat een ambitieuze doelstelling voor een klein land, maar wij lijden niet onder valse bescheidenheid, vooral niet omdat wij onze voorstellen heel goed bruikbaar vinden.

De economische en monetaire unie moet zo snel mogelijk tot stand komen. Een volledige unie. Halve maatregelen kunnen niet meer; die zouden de lidstaten een groot gedeelte ontnemen van die voordelen die de economische en monetaire unie met zich meebrengen. Er is geen sprake van een vlucht in het ongewisse. Integendeel. De economische en monetaire unie kan met behulp van een helder meerstappenplan worden bereikt. De huidige situatie in de meeste lidstaten is nu al vergelijkbaar met de situatie van na het invoeren van een economische en monetaire unie en een centrale bank.

Als de EG-lidstaten verder gaan met de economische en monetaire eenwording, betreden zij daarmee geen onbekend terrein. Er valt dus niet veel te vrezen. Het gaat er om al die voorwaarden waaronder wij nu al in Europa leven, formeel vast te leggen en sceptici en de technische experts niet de kans te geven om dat proces te vertragen.

Anders staat het ervoor met de politieke unie. Op dat gebied moeten duidelijk nieuwe wegen worden ingeslagen om verder te komen.

De Deense opvatting is dat het allereerst van belang is dat de Gemeenschap een duidelijk teken aan andere Europese landen geeft over de mogelijkheid van een lidmaatschap. Daarbij hebben wij de EFTA-landen als ook de Centraal- en Oost-Europese landen op het oog die alle in spanning op een politieke boodschap van de EG wachten.

Wij kunnen hen niet maar laten wachten. Het zijn immers oude Europese cultuurlanden, die tot de grootste handelspartners van de EG behoren.

Welke redenen zouden wij tegenover deze landen kunnen aanvoeren om hen buiten de Gemeenschap te laten? Waarop moeten zij wachten? Staat niet de politieke en economische eenheid van Europa op de agenda en is de Gemeenschap niet de spil waar alles om draait in dit proces?

Verder is het hoog tijd dat er duidelijke, concrete stappen worden ondernomen om allerlei bepalingen over nieuwe gezamenlijke activiteiten in de traktaten op te nemen. Bijvoorbeeld over sociale aspecten, bescherming van het milieu, energiebeleid, onderzoek en technologiebeleid. Het ligt voor de hand ervoor te zorgen dat er bij meerderheid van stemmen wordt beslist. Gezondheids- en opleidingsvraagstukken moeten in het verdrag worden vastgelegd. En waarom kan er niet harder worden opgetreden tegen belastingontduiking?

Ook is het de moeite waard op fiscaal gebied invoering van minimumtarieven te overwegen. Tegelijkertijd kan worden gestreefd naar striktere regels voor overheidssubsidies. Op al deze gebieden bestaat er een behoefte om de samenwerking te verbeteren.

Hoe breder en diepgaander de samenwerking is, hoe belangrijker het 'subsidiariteitsbeginsel' wordt als nieuw en baanbrekend principe voor de Gemeenschap. Het richt zich op een Europese samenleving die de eisen van decentralisering aankan.

Nu komt het erop aan dit principe op de juiste manier te gebruiken. Dit kan alleen door richtlijnen op te nemen in de afzonderlijke hoofdstukken van het verdrag.

Denemarken heeft een voorstel hiertoe ingediend. Zo kan worden verhinderd dat de Gemeenschap in de valkuil trapt van het centralisme, dat de Sovjet-Unie op de rand van de afgrond bracht.

Een van de codewoorden in het Europese integratiebeleid van de jaren negentig zal zijn: bescherming van de minderheid. Het subsidiariteitsbeginsel helpt ons op weg.

Buitenlands beleid speelt in toenemende mate een rol in de onderhandelingen. Ditzelfde geldt voor het defensiebeleid. Want waar ligt de grens tussen buitenlands-, veiligheids- en defensiebeleid? Tot nu toe zijn deze vraagstukken zeer gevoelig geweest. Maar nu kunnen wij Europeanen niet langer zoals de struisvogel de kop in het zand steken. Deze vraagstukken zijn door de wereld om ons heen op de agenda gezet.

Het Deense standpunt is dat het gezamenlijke buitenlandse- en veiligheidsbeleid in principe alle aspecten moet bevatten waarover overeenstemming tussen de lid-staten kan worden bereikt. De zuiver militaire samenwerking moet geschieden in de daartoe bestaande alliantiestructuren met inachtneming van de bestaande verplichtingen op defensiegebied. Denemarken is van mening dat het gezamenlijke buitenlands- en veiligheidsbeleid tot stand moet worden gebracht door eensgezindheid tussen de lid-staten.

De toekomst van Europa vraagt om een positief resultaat van de twee regeringsconferenties waarin alle lid-staten zich kunnen vinden.

Tijdens de onderhandelingen zijn verschillende standpunten mogelijk, maar deze verschillen zijn niet zo groot dat ze een gezamenlijk resultaat in de weg staan.

Het is van belang voor het vertrouwen in Europa dat wij snel tot een overtuigend resultaat komen. Dat zal niet het uiteindelijke resultaat zijn. De creatie van de Europese Unie is een stapsgewijs proces. Maar op dit moment is er behoefte aan een grote stap.