'Bewakers zijn zwakste schakel bij beveiliging'

AMSTERDAM, 15 april - Een “museaal Tsjernobyl”. Zo omschrijft drs. Th.M. Elsing, directeur van de Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond, de “kettingreactie aan fouten” die lijken te zijn gemaakt bij de beveiliging van het Van Gogh Museum.

“Het begon met het afsluiten van het museum”, aldus Elsing, die zich heeft gespecialiseerd in de beveiliging van musea. “Bij zo'n sluitingsronde moet elk hoekje en gaatje worden gecontroleerd. Dat is kennelijk niet goed gebeurd.”

Vervolgens moet er iets zijn misgegaan toen zaterdagnacht even na drie uur op de centrale meldkamer van de particuliere beveiligingsdienst VNV een waarschuwing kwam dat het elektronische veiligheidssysteem van het museum werd uitgeschakeld. De melding bleef een kleine twee uur onopgemerkt.

Elk alarmsysteem zou volgens Elsing wekelijks moeten worden gecontroleerd. “Net als bij een veerboot zou met enige regelmaat een sloepenrol moeten worden gehouden, zodat iedereen weet wat hij moet doen bij een melding.”

De zwakste schakel is volgens Elsing de combinatie van een alarmsysteem en bewakers in het museum. “Die mensen zijn in feite nergens voor nodig. Het vergroot het risico op verkeerde handelingen.

En bovendien brengen die bewakers zichzelf in gevaar'', meent Elsing. Ing. L.P.H. Huges van het Technisch Bureau Beveiliging Schadepreventie van het Verbond van Verzekeraars plaatst eveneens vraagtekens bij de wijze waarop de beveiliging van het Van Gogh Museum is uitgevoerd.

Huges, opsteller van het boekje 'Museumbeveiliging': “Er zit een aantal vaagheden in het verhaal. Dat niet op het uitschakelen van het alarmsysteem wordt gereageerd kan natuurlijk helemaal niet. Dat niet goed wordt gecontroleerd bij het afsluiten zie je wel vaker. Dat verloopt vaak na een tijdje. Een soort bedrijfsblindheid.”

Pag. 3:

Beveiligingsdiensten niet gespecialiseerd in musea

Bij de beveiliging van musea spelen de particuliere beveiligingsdiensten als VNV en de Nederlandse Veiligheidsdienst (NVD) een belangrijke rol als leverancier van beveiligingspersoneel. Het gaat hierbij vooral om de nachtbewaking. Overdag worden de musea door eigen personeel bewaakt, dat doorgaans eveneens verantwoordelijk is voor de controle bij het afsluiten van de ruimte. De musea van de grote steden zijn daarbij met hun veiligheidsinstallaties aangesloten op de centrale meldkamers van de veiligheidsdiensten. Alleen in de kleinere steden komt het nog voor dat het alarm direct is aangesloten op het plaatselijke politiebureau.

De VNV weigert elk commentaar op de gang van zaken in het Van Gogh Museum, in het belang van het lopende onderzoek van de politie, aldus directeur G. Long. “Daardoor ontstaat veel ruimte voor andere ideeen over de toedracht”, aldus de directeur. Hoeveel musea bij de alarmcentrale van VNV zijn aangesloten weet Long niet.

De directeur wijst niettemin de kritiek op de gecombineerde controle door beveiligingspersoneel en een alarmsysteem van de hand. “Als je volledig afhankelijk van de electronica bent, geef je inbrekers na een melding toch enkele minuten vrij spel”, aldus Long, die meent dat er bovendien een preventieve werking uitgaat van de aanwezigheid van zijn personeel.

Concurrent NVD, de grootste particuliere beveiligingsdienst van Nederland die veertig musea heeft aangesloten op drie alarmcentrales, wijst deze aanpak van de hand. “Je moet nooit mensen insluiten in een museum. Dat doet je ook niet bij een bank. Daar gaat ook alles achter slot en grendel zodat de inbreker enige tijd nodig heeft erbij te komen”, aldus G.A. Stolwijk, produktmanager van de NVD. “En bovendien: al zet je daar tien bewapende mensen neer, wat trouwens niet eens mag, dan lok je alleen maar uit dat ze met twintig bewapende overvallers langskomen.”

De afgelopen drie jaar is er een toegenomen belangstelling voor de beveiliging van musea als gevolg van een aantal grote kunstroven. Drie jaar geleden werd het Stedelijk Museum getroffen door de roof van drie schilderijen, waaronder een Van Gogh, met een gezamenlijke waarde van meer dan 25 miljoen gulden. De doeken werden elf dagen later teruggevonden.

Bij deze roof kwam eveneens de VNV in opspraak. De bewakingsdienst werd ook toen verweten te laat ter plekke te zijn nadat de melding van de inbraak was binnengekomen. De bewaking van het Stedelijk Museum werd als gevolg van de roof verbeterd.

Eind 1988 werden drie Van Goghs ontvreemd uit het Kroller-Muller Museum in Otterlo. Daarbij verschaften inbrekers zich toegang in het museum door een ruit in te slaan. Hoewel dit snel door de bewaking werd opgemerkt, verdwenen de dieven voor de komst van de politie. Het Kroller-Muller Museum verzorgt zijn eigen bewaking. De schilderijen zijn inmiddels terecht.

Vorig jaar zomer werden drie Van Goghs gestolen uit het Noordbrabants Museum. Van deze schilderijen ontbreekt nog elk spoor. Bij de inbraak bleek de infrarood-alarminstallatie in de ruimte waar de schilderijen hingen, niet te werken. Het Noordbrabants Museum maakt gebruik van de diensten van het beveiligingsbedrijf CSU uit Uden.

Bij de particuliere beveiligingsdiensten bestaat geen specialisatie op het gebied van de musea. “Het maakt in principe niets uit of je een museum bewaakt of een warenhuis”, meent Elsing. Wel is het volgens hem raadzaam dat de beveiligingsdiensten op de hoogte zijn van de speciale voorschriften en afspraken die in bepaalde musea gelden. Als voorbeeld noemt hij de speciale handelingen die bij het uitbreken van brand voor musea gelden. Volgens Elsing is het hoognodig dat musea en ook het ministerie van WVC meer aandacht en geld aan de beveiliging besteden.