Besmeurde broek of sok als offer aan Bon Dieu Giblot

ROUBAIX, 15 april - Een paar honderd meter buiten het Bos van Wallers, de enige echte Hel van het Noorden, staat een kapelletje. In de struiken eromheen hangen verweerde sokken, panty's, zakdoeken, onderbroeken en zowaar een wielrennerspetje. Mensen uit de streek in Noord-Frankrijk gaan er van uit dat wie last heeft van zere voeten of benen ten minste een sok aan een van de takken zal moeten strikken om uit zijn lijden verlost te worden. In een ver verleden is hier immers de Bon Dieu Giblot verschenen.

Waarschijnlijk weet geen enkele beroepswielrenner van het bestaan van deze heilzame plaats. Het kapelletje ligt immers niet op de route van de klassieker Parijs-Roubaix. Anders zouden ze er goed aan doen na hun avontuur over de miljoenen kasseien van het Franse noorden als offer aan Giblot een besmeurde broek of sok naar de gewijde plek aan de rand van het Bos van Wallers te brengen.

De bouw van het kapelletje heeft geen enkele relatie met de ontberingen die de renners van Parijs-Roubaix op de kasseien moeten getroosten. Pas in de jaren zestig stuurde 'parcoursbouwer' Albert Bouvet van de koninginneklassieker na een speurtocht naar kasseienweggetjes de deelnemers voor het eerst het bos in. De kaarsrechte, 2400 meter lange weg die dateert uit de Gallo-Romaanse tijd, wordt eens per jaar ontsloten. Dan gooit de boswachter van het Office National des Forest de slagbomen aan weerskanten van Le Pave d'Arenberg omhoog. Dan stromen duizenden wielerliefhebbers naarbinnen om in nog geen tien minuten tijd zo'n tweehonderd renners voorbij te zien stuiteren.

Als het omvangrijke peloton politiemotoren met loeiende sirenes en de auto's van de organisatie en wedstrijdleiding drievoudig claxonnerend de intocht van de renners inleiden, dringen de kijk-lustigen op en nemen ze bezit van het smalle plaveisel met de rode, weggezakte stenen. Naast de weg ligt een veel beter berijdbaar pad, bedekt met fijn kolengruis, daterend uit de tijd dat de mijnen in de buurt nog in bedrijf waren. Maar het publiek dwingt de renners als het ware het slechtste stuk te nemen.

Soms deinst de mensenzee verschrikt schreeuwend achteruit als brutale renners de zijkant van de weg opzoeken. Botsingen tussen toeschouwers en deelnemers aan de race komen als door een wonder eigenlijk nooit voor. Als renners van hun fiets moeten door een lekke band, wordt het pas echt een chaos. Materiaalauto's stoppen midden op weg (waar anders?), mecaniciens stappen inderhaast door het raam uit om te assisteren, ze hebben alleen oog voor de pechvogel en worden dan ook prompt aangereden door achterliggende renners. Dan staat de hel in lichter laaie. Nerveus vloekende renners, aangemoedigd door tierende mecaniciens, die weer luid claxonnerend worden opgejaagd door haastige chauffeurs van achteropkomende materiaalauto's.

Wie er voor ligt? Op meegebrachte radiootjes schreeuwt een trillende stem een paar namen. Anders zouden in de chaos de mensen de renners, gehelmd, gebrild en besmeurd niet eens worden herkend. Het Bos van Wallers hoort bij Parijs-Roubaix als de Koppenberg bij de Ronde van Vlaanderen, de Kemmelberg in Gent-Wevelgem en de Keutenberg in de Amstel Goldrace. Alleen zijn de laatste drie hindernissen om redenen van veiligheid voor de renners of van milieu uit het parcours gehaald.

Het kasseienpad bij Arenberg is er veel slechter aan toe geweest. Maar om de helletocht als wielerkoers niet onmenselijk te maken, zijn te grote gaten op verzoek van de wedstrijdorganisatie met asfalt dichtgesmeerd - zij het met de Franse slag. Het schijnt weleens te gebeuren dat fanatieke kasseienvreters een steen lospulken om hem als souvenir mee te kunnen nemen. Het Bos van Wallers is de lastigste van de 22 kasseistroken in Parijs-Roubaix, maar ligt te ver van de finish om doorslaggevend voor de wedstrijd te zijn. In het gunstigste geval breekt het peloton daar in stukken. Maar verder is de doortocht bijna alleen een curiositeit.

Niettemin worden door renners regelmatig nieuwe materialen uitgeprobeerd om weerstand te kunnen bieden aan de vervaarlijke stenen van Het Bos. Geen kassseienstrook in het Franse noorden is zo verraderlijk als deze. Gilbert Duclos-Lassalle, een ervaren Parijs-Roubaix-renner en ploeggenoot van Tour-winnaar Greg LeMond, kwam op het idee een schokdemper op de voorvork te monteren. Hij besprak het met de Franse importeur van Rock Shox, een firma in Boulder (Verenigde Staten) die soortgelijke systemen levert voor mountain-bikes.

Rock Shox besloot vijf fietsen van het merk LeMond uit te rusten met een hydraulische schokdemper op de voorvork. Naast LeMond en Duclos-Lassalle konden Johan Lammerts en Philippe Casado van de Z-ploeg met deze vinding Parijs-Roubaix te lijf gaan. Kosten van zo'n systeem ruim tienduizend gulden. Vorige week testten LeMond en Duclos-Lassalle de vering uit in het Bos van Wallers. Een belangrijk voordeel zou kunnen zijn: minder lekke banden.

Met zijn prestatie in de wedstrijd kon LeMond niet echt tevreden zijn, ondanks deze publiciteitsstunt. “Ik ben nog niet in topvorm. Ik heb nog te veel vet op mijn lijf, kijk maar”, verklaarde de hij terwijl hij zich in het 'abattoir' naast de wielerbaan van Roubaix stond te douchen ten overstaan van enkele journalisten (want dat kan in de wielersport). “Je moet toch fietsen met je benen en die worden door die vering niet ontlast. Maar mijn armen zijn beslist minder moe dan anders. En dat is belangrijk. Dan heb je meer controle over het stuur en kun je beter op de weg letten.”

Eenmaal had hij slechts een lekke band gehad. Maar Lammerts was onmiddellijk in zijn nabijheid geweest en had hem een van zijn wielen gegeven. “Uitgerekend het voorwiel. Dus echt helpen doet het ook niet”, relativeerde Lammerts na de wedstrijd. Niettemin was hij “redelijk tevreden” met de noviteit. “Ze kunnen zelfs nog verder gaan met het opvangen van stoten. Ze overwegen een schokdemper in de zadelpen te maken. Dan zit je gemakkelijker als je over de stenen rijdt.” Maar op een of andere manier mis je een bepaald gevoel, vond Lammerts, die tweemaal als tiende in Parijs-Roubaix eindigde. “Je zweeft een beetje over die stenen. Je voelt niet waar je rijdt, je voelt de stenen niet.”

Stenen en Parijs-Roubaix hebben een intieme relatie met elkaar. Daaruit ontstaat iedere keer weer de meest aangrijpende wielerwedstrijd van het jaar. Niet alleen lekke banden, wegvliegende spaken en bloederige valpartijen zijn de ingredienten die de koninginneklassieker zo aantrekkelijk kunnen maken, ook het wisselende koersverloop.

Hoe is het dan mogelijk dat zo'n kleurrijke wedstrijd zo'n kleurloze winnaar als Marc Madiot oplevert? Een 32-jarige Fransman met een respectabele erelijst weliswaar, maar zonder uitstraling. In 1985 won hij ook al Parijs-Roubaix, even kleurloos als gisteren. De laatste vijf jaar won hij niets meer. Vorig jaar overwoog Madiot daarom nog zijn carriere te beeindigen. Maar misschien heeft hij als enige wielrenner het kapelletje Bon Dieu Giblot gevonden en is het verweerde rennerspetje in de struiken zijn offer.