Wapens maken Slowakije arm

BRATISLAVA, 13 APRIL. De wapenindustrie van Slowakije, jarenlang synoniem voor werk en ontwikkeling, hangt nu als een molensteen om de nek van de regering in Bratislava. Voor circa 60.000 Slowaken betekenen tanks en kanonnen dagelijks brood, maar de arbeidsplaatsen zijn in gevaar gekomen. De regering in Praag heeft de wapenexport stopgezet uit morele overwegingen.

En bij de huidige hervormingsplannen staan deze bedrijven voor het faillissement: de Slowaakse wapenfabrieken maken vooral verliezen. Na de oorlog in de Golf zit geen enkel land te wachten op de zware tanks en kanonnen van Sovjet-makelij, terwijl in Europa de conventionele bewapening aan de onderhandelingstafel systematisch wordt verminderd.

Voor de Slowaken valt er in de wapenindustrie geen droog brood meer te verdienen.

De wapenindustrie was in de tijd van de communisten het middel om Slowakije - van oorsprong een arm landbouwgebied - op te stuwen in de vaart der volken. Slowakije lag honderden kilometers achter het denkbeeldige front in centraal Europa en dicht bij de Sovjet-Unie, de grote bondgenoot. De produktie van zware wapens werd daarom helemaal in het Slowaakse land geconcentreerd: dorpen groeiden uit tot steden, landwegen tot straten met grijze woonblokken en overal verschenen walmende schoorstenen, het teken van socialistische welvaart.

In Martin kwam zo een tankfabriek, in Kosice werden de transportauto's voor het leger gemaakt en ook andere Slowaakse steden werden door de wapenfabrieken in het industriele tijdperk gezet. De wapenindustrie werd de motor van de hele Slowaakse economie, als de grootste klant van de ijzer- en staalbedrijven. Er verrezen ook energiecentrales in Slowakije en daarnaast enkele chemische bedrijven. De wapenindustrie zou Slowakije op gelijk niveau moeten brengen met het Tsjechische landsdeel dat al een industriele traditie verkreeg in het Habsburgse rijk. Slowakije was voor de oprichting van Tsjechoslowakije in 1918 - onder Hongaars bestuur - altijd een wat achtergebleven gebied geweest.

Met de grote wapenfabrieken zouden de communisten Slowakije opheffen. En van de Slowaakse hoofdstad Bratislava naar de Tsjechische hoofdstad Praag werd een autosnelweg aangelegd: een betonnen navelstreng tussen de twee landsdelen.

De revolutie van 1989 was een grote klap voor de Slowaakse wapenfabrieken, het Oostblok viel uiteen, het Warschaupact verdween, en de Sovjet-Unie kon niet meer betalen. De tweede klap was de Golfoorlog. De communistische regering verkocht 13 procent van de wapens aan landen in het Midden-Oosten, waaronder Irak. In ruil daarvoor leverde Irak olie aan Tsjechoslowakije. Export van wapens werd in augustus vorig jaar op grond van het VN-embargo stopgezet. De regering in Praag - beschaamd over de wapenleveranties aan Irak - besloot de hele wapenexport te beeindigen. De produktie zou jaarlijks met 10 procent worden verminderd. Daarmee braken donkere tijden aan voor Slowakije. De werkloosheid steeg snel en werd in deze deelrepubliek het hoogste van het hele land.

De Slowaakse premier Vladimir Meciar besloot daarop dat de deelregering in Bratislava de produktie voorlopig op het normale niveau zou handhaven, en de export zou hervatten. Meciar reisde, zonder medeweten van Praag, naar de Sovjet-Unie om te praten over nieuwe leveranties en contracten. Ook Saoedi-Arabie werd benaderd met offertes voor tanks. Bratislava beloofde alleen Irak en Libie niets te leveren. Praag was ontsteld, maar kon weinig doen. Meciar betitelde het besluit van de federale regering in Praag als 'Praagcentrisme'.

Veel Slowaken waren het met hem eens: het verre Praag nam een beslissing, Slowakije moest het gelag betalen want 10 procent van de Slowaakse beroepsbevolking werkt in de wapenindustrie.

De regering in Bratislava wil de zware wapenproduktie pas verminderen zodra er vervangend werk is. Meciar streeft naar de conversie van de wapenindustrie in civiele bedrijfstakken en heeft daarvoor een speciale regeringsdienst ingesteld. In een oud gebouw aan de rand van de Slowaakse hoofdstad zetelt de Raad voor de Conversie. Het zal echter nog jaren duren voordat de zware wapenindustrie is omgeschakeld in civiele produktie, terwijl veel bedrijven eenvoudig geen ander emplooi meer zullen vinden. “De zestigduizend arbeidsplaatsen zijn in gevaar”, zegt ingenieur Blahusiak, directeur van de Dienst voor Conversie. “De produktie van wapens moet verminderen naarmate de civiele produktie stijgt.” Veel van de bedrijven maken zowel wapens als gewone civiele produkten. De tankfabriek in Martin produceert ook motoren, tractoren, hijskranen en bouwmateriaal. “Het is onmogelijk om de produktie in een keer om te schakelen. In de meeste bedrijven zal dat ten minste vijf jaar duren.” Blahusiak wijst erop dat de Verenigde Staten na de Korea-oorlog ook moeite hadden om de wapenindustrie om te schakelen. Slowakije was de wapensmid van Oost-Europa.” In het Tsjechische landsdeel werden ook wapens gemaakt, vaak onderdelen of lichte wapens. “Deze produktie kan makkelijker worden omgeschakeld, de radio's voor legervoertuigen kunnen ook voor de civiele markt worden gebruikt. Het is echter moeilijker om van een tank ladyshavers te maken.”

De wapenfabrieken van Slowakije kunnen zich alleen maar concentreren op de produktie van zwaar civiel materiaal, zoals kranen, bulldozers en tractoren. “Zonder steun van Westerse bedrijven en Westerse technologie is dat niet mogelijk”, zet Blahusiak. “Voor de nieuwe produkten moet ook een markt zijn. En ze moeten aan Westerse normen voldoen.” Het Duitse bedrijf Hanomag en het Italiaanse Lombardini hebben al belangstelling getoond. Blahusiak: “De sociale kosten van de hervormingen zullen in Slowakije hoger zijn dan in het Tsjechische landsdeel omdat het te lang heeft geteerd op de wapenindustrie. De tanks en het geschut hebben Slowakije rijk gemaakt, en zal het nu ook weer armer maken.”