Videocamera

Opgelet. Vandaag een wat technisch stukje. Jaren geleden besprak ik in 'Waarin' met Amnon Rafalowicz (klemtoon op de derde lettergreep) het aanbod in geluidsapparatuur en wij maakten een optimale combinatie in drie prijsklassen.

Inmiddels weet Amnon (nog steeds directeur ener winkelketen) ook veel van de videocamera, het moderne speeltje voor mensen die geld hebben en al een fotocamera. Het aanbod is groot en de misverstanden ook.

Waar gaat het eigenlijk over? Het gaat over camera's die, als je iets opgenomen hebt, dat door middel van een normale videocassette of van een draad uit de camera, op de televisie kunnen tonen. Wij onderscheiden dan twee kwaliteiten: enerzijds de 'gewone' VHS (van hetzelfde formaat als je in je videorecorder stopt), de VHS-C, een kleine versie, die evenwel in een soort moedercassette, een adapter past en ook kan worden afgespeeld, en de 8 mm, die via de camera zelf wordt afgespeeld op uw beeldscherm.

Anderzijds bestaat er van deze drie basisvormen een superuitvoering, die bij de VHS een S van super krijgt en bij de 8 mm Hi heet, Hi8 dus.

Deze laatste groep loopt een generatie voor, is duurder en levert basismateriaal waaruit beter te kopieren valt of te monteren. Je hebt er 'later', als je oud bent, meer aan, want dan kun je de tweede categorie beter laten 'overschrijven', in gemonteerde vorm, op handzame video's die de oude dag en verjaardagen kunnen opvrolijken.

Een beetje het verschil tussen een Agfa Clack en de reflexcamera. Men verkrijgt die kwaliteit door de kleur en de helderheid naast elkaar op de bandbreedte te schrijven. Twee uitgangen dus: voor een kleursignaal en een helderheidssignaal, platweg gezegd. Die laatste categorie is wel 500 tot 1.000 gulden duurder, laten wij zeggen 3.000 gulden in plaats van 2.200 gulden, in die orde.

Het tweede criterium is het gewicht en-of het formaat. Vroeger werden alleen maar grote camera's verkocht want die leken het meeste op de professionele camera's, die immers ook groot en log waren.

Zij worden nu kleiner, tot heel klein, vooral in de VHS-C en de 8 mm. Toch heeft groot enige voordelen. Je houdt groot makkelijk vast en je kunt je grotere camera gemakkelijker stilhouden. In sommige gevallen heb je ook een grotere 'koppentrommel', dus een technisch beter resultaat.

Het nadeel is het gewicht tijdens het transport. Bergbeklimmers moeten dus een wat kleinere meenemen, maar als je hem toch achter in de auto hebt, maakt dat kilootje meer niets uit. Je neemt een kleintje gewoon gemakkelijker mee, maar het gaat ten koste van een rustig beeld, vooral bij gebruik van de telelens, hoewel er allerlei hulpmiddelen, zoals een schouderstatief, een eenpootsstatief en dergelijke te koop zijn. En je kan natuurlijk altijd nog aanleunen aan een boom of een muurtje.

De allerkleinste camera's zijn niet in de betere beeldkwaliteit te koop, maar dat komt wel. Ook heeft de allerkleinste niet alle extra's - maar om te veronderstellen dat de kleine naar verhouding duurder zijn wegens het samen moeten proppen van onderdelen is een misvatting.

Een van de merken heeft een zeer kleine camera waarbij het beeld automatisch stil kan worden gehouden. Het beeld wordt dan inderdaad veel rustiger, maar het gaat iets ten koste van de beeldkwaliteit.

De lichtsterkte van al deze camera's is zeer hoog. De geluidskwaliteit, vooral als het hifi is, ook.

Er zijn veel merken in deze camera's, maar slechts weinig fabrikanten, met andere woorden de meeste fabrikanten (tien) fabriceren voor wel honderd verschillende merken. De camera's worden alleen in het Verre Oosten geproduceerd, de betere in Japan.

Wat prijs betreft wordt er nogal eens 'gestunt', maar men moet bedenken dat de marges van de winkel beperkt zijn. Een prijsreductie voor de klant van vijf procent betekent vaak een winstreductie voor de winkelier van meer dan dertig procent, waardoor de mogelijkheden voor service en garantie verminderen. Door het geven van cadeautjes, en extra accessoires, ontlopen de prijzen elkaar uiteindelijk niet veel, dus men moet goed bedenken voordat men de hele stad doorrijdt om een koopje te vinden, dat uw benzine en uw tijd niet opwegen tegen het prijs- en serviceverschil. Of om het anders te zeggen: men betaalt niet vaak te veel. Het is net als met auto's: slechte merken bestaan niet meer, maar goede garages nog wel. Je koopt bij een videocamera met haar complexe technologie, haar zoomlens, en haar opnamechips, die alleen in zeer grote aantallen lonend zijn, waar voor je geld.

Wat is nu aan te raden? De heel lichte camera weegt zeven ons, de wat zwaardere types al gauw anderhalve kilo.

Neem toch maar de hogere kwaliteit. Amnon zelf heeft een Blaupunkt van plusminus 3.700 gulden (S-VHS hifi) waarmee hij op de wintersport een halve dag zijn zoontje filmt. Daarna houdt het filmen weer even op.

Dus zelf maar even goed nadenken voor het aanschaffen. U kunt het ook zo bekijken: mensen die geen camera kunnen betalen, hebben daar ook geen kopzorgen over.

    • van Lennep