VEILINGGIDS

Het veilingwoordenboek. Een gids voor de veilingbezoeker en antiekliefhebber: veiling- en antiektermen alfabetisch per onderwerp gerangschikt en verklaard door Huub van der Boom en Frans Mutsaers 286 blz., geill., BoekWerk 1990, f 34,50 ISBN 90 71677 66 4

Jeuk komt bij veilingen even dwingend opzetten als hoesten tijdens een concert. Maar jeuk lijkt gevaarlijker. De veilingmeester zou het verlossende gekriebel aan het hoofd eens kunnen aanzien voor een bod, en voor je het weet zit je vast aan een of ander peperduur schilderij.

Onervaren veilingbezoekers buigen dan ook diep voorover om zo onopvallend mogelijk te krabbelen. Een onnodige voorzorgsmaatregel, schrijven Huub van der Boom en Frans Mutsaers in het onlangs verschenen Veilingwoordenboek, want ''zelfs als het gebeurt dat de veilingmeester uw verdwaalde hand voor een bod aanziet - en dat gebeurt niet want veilingmeesters kijken scherp - zit u daar niet aan vast als u direct zegt dat u zwaaide naar een kennis of kriebel op uw hoofd had.''

Het Veilingwoordenboek is voor onervaren veilingbezoekers geschreven, al zeggen de auteurs dat niet met zoveel woorden. ''...Een veiling wordt interessanter,'' verklaren zij het doel van hun boek, ''wanneer de bezoeker ook van de voorwerpen waarin hij niet geinteresseerd is, toch wat afweet. Dit veilingwoordenboek wil van de meest regelmatig op veilingen terugkerende voorwerpen de basisinformatie verschaffen.''

Om de veilingbezoeker op weg te helpen zijn er in het boek vier inleidende hoofdstukken opgenomen: 'Algemene veilingtermen', 'Stromingen en stijlen', 'Ontstaanswijzen, technieken en materialen'

en 'Verschijningsvormen, beeldaspecten en vakuitdrukkingen'. In deze hoofdstukken leert men onder meer wat 'ophoudgeld' is, 'strijkgeld' en 'plokgeld', en welke verschillende 'Lodewijkstijlen' er bestaan. Ook het slot van het boek heeft een algemeen karakter. Hier wordt het een en ander uiteengezet over 'symbolen en begrippen' en over invloedrijke vormgevers, ontwerpers en producenten. Bovendien is er een selectie opgenomen van Nederlandse en Belgische veilinghuizen.

In de tussenliggende hoofdstukken komen de verschillende deelgebieden aan bod. De samenstellers zijn wat dit betreft niet krenterig geweest.

Zij geven woordenlijsten voor onder andere meubilair, aardewerk, glas, sieraden, schilderkunst, prenten, handschriften, beeldhouwkunst, klokken, tapijten en munten.

Het is moedig om voor zo'n breed terrein een woordenboek samen te stellen. Ieder specialisme kent immers een uitgebreid vakjargon en het zou ondoenlijk zijn om dit systematisch te inventariseren. Zo wordt er al ruim twintig jaar gesproken over een woordenboek voor alle begrippen die internationaal bij veilingen van boeken en prenten worden gebruikt, maar tot nu toe heeft niemand zich er aan gewaagd.

Dit raakt meteen de beperking van Het Veilingwoordenboek: de absolute leek leert er veel van, maar een maal ingewijd neemt het rendement snel af. Bovendien heeft het woordenboek een grote tekortkoming: het geeft geen afkortingen en dat is heel merkwaardig want in vrijwel alle catalogi wordt uitsluitend met afkortingen gewerkt. Wie in een antiekcatalogus stuit op begrippen als 'geb.', 'gecann.', 'getor.', 'masc.', 'mst.', 'randsch.', of 'uitgez.', moet het zelf maar uitzoeken.

Er zijn nog een paar andere tekortkomingen. Het opmerkelijkst zijn de vele herhalingen. Soms is dat niet te vermijden maar 'verlours d'Utrecht' komt maar liefst vier keer voor en elke keer met een iets andere omschrijving. Het lemma 'emailleertechnieken' neemt bijna een hele bladzijde in beslag en verschijnt twee keer in volle lengte in de inleidende hoofdstukken, terwijl het hoofdstuk 'Sieraden en email' nog eens een verkorte versie geeft. Alles wijst er op dat Het Veilingwoordenboek erg slordig is geredigeerd en dat begint al met de naam van een van de auteurs: Huub staat twee keer vermeldt als Van der Boom en drie keer als Van den Boom.

Het storendst is echter het register. In plaats van paginanummers zijn de trefwoorden voorzien van hoofdstuk-nummers. Maar omdat de hoofdstuknummers in het boek niet worden herhaald moet je om iets op te zoeken van het register naar de inhoudsopgave om vervolgens nog eens het hoofdstuk door te bladeren. Een wel erg omslachtige methode.

Let wel: Het Veilingwoordenboek biedt voor de geinteresseerde leek een aardige inleiding. Maar het zou wel grondig moeten worden herzien.