Stadsnomaden in een rimboe van ijzer, glas en vodden; Terreinbewoners in Amsterdam nog tot 1 januari gedoogd

AMSTERDAM, 13 april - De dichter-muzikant Stephan liep vorige maand gebroken over het kale, natte terrein van de Gevleweg. Hij was de laatste die met zijn oude, rode gemeentebus was verhuisd van het opslagterrein de Heining naar het nieuwe, grote illegale kamp op een steenworp van het Centraal Station in Amsterdam. Zijn kleine, zwartwitte kat was achtergebleven. Zoek.

Na een paar dagen dook het beest weer op, bij een dealer. Stralend haalde Stephan het verloren kind op, in een kartonnen doos, achterop de fiets. Weer twee dagen later lag er iets bloederigs en zwart-wits onder een van de caravans. Dood. Verscheurd door een van de tientallen spaniels, herders, pittbulls en 'vuilnisbakken' die zich rond de Gevleweg in leven houden.

De Gevleweg is het laatste stukje wildernis in het hart van Amsterdam, een ruig stuk IJ-oever vol opgeschoten groen, een rimboe van oud-ijzer, plastic, glas en vodden, een miniwereld van busjes, caravans, tenten, hutten en zelfgemaakte holen in de grond, het koninkrijk van Patrick van de Busbar, Frank de botenbouwer, Joe de rattenkoning en Johannes de filosoof.

In februari stonden er ongeveer honderdtwintig bouwsels; op dit moment zijn het er al zo'n tweehonderd en nu het mooie weer komt zal dat aantal vermoedelijk snel stijgen. Vorige week heeft de gemeente Amsterdam maatregelen aangekondigd om de situatie op het terrein 'te stabiliseren'. De vaste bewoners moeten voor 1 januari 1992 vertrekken en degenen die pas na de winter op het terrein zijn gekomen krijgen dezer dagen een brief met de mededeling dat ze binnen enkele weken moeten vertrekken. Aan de hand van luchtfoto's bepaalt de gemeente wie tot de 'oude kern' die tot januari wordt gedoogd. Op het verjaardagspartijtje van Stephan, afgelopen woensdag, was er niemand die zich daarover druk maakte. Er waren cadeautjes - bloemen, wijn, hash, zelfgemaakte cake -, sandwiches met gecompliceerde salades, er werd muziek gemaakt, er waren verhalen over honden en slechte mensen en er werd bier gedronken zoals ze dat alleen rond de Gevleweg kunnen: de keel open en zonder slikken naar binnen gieten. 'Remote controlled', zo zou Stephan later zijn verjaarsfeest omschrijven, en zo beleeft hij ook de gedoogbewijzen en andere uitingen van gemeentebeleid. Bij de anderen is het al net zo. In de caravan van Johannes dwaalt het gesprek al snel af naar de opvolging van Steiner, voor Frank telt vooral de Israelisch-Palestijnse verzoening en Stephan zelf praat het liefst over poezie.

Het is voorjaar in deze grootste gemeenschap van zogenoemde stadsnomaden in Nederland. In de cafe-tent van Patrick staat een jongen met kegels te jongleren, urenlang. Voor de deur wordt op een gitaar een nieuw lied uitgeprobeerd. Joe, de eenbenige rattenkoning uit Bodegraven, ligt tevreden in zijn auto een boterham te eten, zijn lange grijze Raspoetin-baard vol nieuwe en oude kruimels. Zijn rattenfamilie klimt langs de binnenkant van de ramen van zijn caravan - nu zijn het er nog een paar, binnenkort zullen het er, zoals elk jaar, weer meer dan honderd zijn. Zijn bejaarde buurvrouw Anna is ook terug; de hele dag drupt vuil vocht uit haar verder potdichte caravan.

De punkers om de hoek proberen een nieuw verfbad uit: alle hoofden hebben opeens dezelfde fel-rose kleur. Aan de oever van het IJ klinkt het geluid van slijptollen. Frank is bezig een boot leeg te pompen, de magere ex-verslaafde Heinz rijdt op een tractor rond en 'burgemeester'

Hans heeft afgelopen dinsdag net een nieuw, drijvend restaurant geopend. Midden op het IJ, alleen te bereiken met een pendelboot. De naam: 'Het Begin van de Wereld'.

De sociologie van de Gevleweg is bijna net zo gecompliceerd als die van een kleine immigrantenstad. Er is een wereld van verschil tussen bijvoorbeeld het jonge muziek-paar Stephan en Monica en, anderzijds, Anna en Joe. Dat geldt ook voor een antroposoof als Johannes en, aan de andere kant, de bar-exploitant Patrick met rond de nek zijn tatoeage van prikkeldraad.

De Gevleweg is het gezamenlijke eindpunt van een aantal zeer uiteenlopende groepen die jarenlang verschillende braakliggende gebieden in de stad bewoonden. De groep rond Johannes is bijvoorbeeld oorspronkelijk afkomstig van het zogenaamde Artis-terrein. Patrick en de zijnen komen, via de Heining, van het in december 1989 ontruimde KNSM-eiland. Naast deze min of meer vaste bewoners zijn er 's zomers nog eens tientallen, soms honderden tijdelijke bewoners. Het betreft hier vooral Duitsers, Italianen en Engelsen, meest jongeren die hooguit twee, drie weken blijven, deels uit nieuwsgierigheid, deels om campinggeld uit te sparen. Daarnaast bivakkeren er nog enkele Joegoslaven en Tunesiers waarvan de meesten de kost verdienen met homo-prostitutie op het CS en vormen van lichte criminaliteit.

De meeste Nederlanders - ongeveer eenderde van het totaal - leven van een uitkering. Sommige bewoners houden zich in leven met diverse sloopwerkzaamheden, met handel in roesmiddelen en soms met nog andere, meer irreguliere activiteiten. 'Proletarisch winkelen' komt regelmatig voor, al heet het aan de Gevleweg 'liberation' in de zin van: 'I have liberated some tomatoe's.' Weer anderen verdienen genoeg met het maken van sieraden, met goochelen, straatmuziek of met vuurspuwen. De kampioen is Frits, die met zijn borst in een bak glasscherven gaat liggen, zich door een motorfiets laat overrijden en als het glas in zijn borstkas drukt een vlam uitblaast. Maar adembenemend is ook de act van Mutoid Waste Engelse tovenaars die de hele wereld tot bizarre beelden aan elkaar lassen: een kostuum vol metalen plaatjes, waar een - positief geladen - lasstaaf bij wordt gehouden. De vlammen slaan je uit.

“Stadsnomaden zijn gewoon een gegeven dat in elke grote stad bestaat. Je zult er nooit vanaf komen, en dat wil de gemeente ook niet”, zegt Thijs van den Berg die voor de gemeente al jarenlang als intermediair fungeert bij deze groepen. “Alleen worden het er iedere keer weer te veel. Bij het KNSM-eiland liepen de onderlinge spanningen uiteindelijk zeer hoog op en dat zie je hier ook beginnen. Bovendien komen er ook steeds meer dealers op af, wat weer allerlei gevechten oplevert over het hoofddealerschap.” Nu al blijkt uit gesprekken dat er allerlei conflicten broeien tussen bijvoorbeeld degenen die het aantal bewoners willen beperken en de groep rond de grote bar die iedere nieuwe 'vriend' wil toelaten.

Een derde probleem vormt de buurt. Het terrein aan de Gevleweg ligt, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het KNSM-eiland, vlak bij een winkelstraat. Dat geeft problemen, dat erkennen ook sommige terreinbewoners. “Bij de Heining waren de mensen in de winkels altijd erg aardig voor me”, zegt Stephan, “maar hier kijken ze me aan als een dief. En nu ik hier een paar weken zit snap ik wel waarom.”

“Zo'n dronken jongen man die tegen een kantoorraam gaat staan pissen, waarachter meisjes zitten te typen, dat kan ja toch niet”, zegt Heinz. Johannes: “Als het hier beperkt was gebleven tot de oorspronkelijke vijftig bewoners had de buurt niet eens doorgehad dat we er zaten.”

Als de avond valt zijn op het terrein alleen nog de geluiden van een gitaar, een pomp in de haven en een hondengevecht te horen. Een paar bewoners zitten rond een vuurtje. In de avondzon ligt het Begin van de Wereld. “Ach”, zegt Frank, “wat de gemeente ook doet, het valt hier toch niet te beheersen. Het is altijd hetzelfde: vollopen, wachten tot de boel ploft, en dan ergens anders opnieuw beginnen.”