Ruud Krol; Ik ging naar de training op 't fietsie, nu staat de auto klaar

Ook na de EK-kwalificatie-interland Nederland-Finland van volgende week woensdag zal Ruud Krol in de annalen nog steeds genoteerd staan als recordinternational (83 caps). De voormalige topvoetballer voert met zijn raadsman mr. Jacques Hogewoning in Zeist gesprekken om de trainerscursus van de KNVB in een versneld tempo af te werken. De staat van dienst van de Amsterdammer is indrukwekkend. Krol (nu 42) speelde voor Ajax, de Vancouver Whitecaps, Napoli en Cannes. Op zijn getuigschrift prijken successen als twee Europa Cups, twee Supercups, een wereldbeker en zes landstitels. Krol speelde bovendien in het Oranjeshirt twee finales om het wereldkampioenschap, is bondsridder van de KNVB en ridder in de orde van Oranje Nassau. Als trainer deed hij tot nog toe kortstondige ervaring op bij KV Mechelen en het Zwitserse Servette.

Wat zijn precies jouw verlangens omtrent het verkrijgen van het trainersdiploma?

Er is weleens de indruk gewekt dat ik niet bereid ben de cursus in Zeist te volgen. Zover wil ik niet gaan. Ik heb in mijn brief aan KNVB-voorzitter Van Marle gevraagd of ik in aanmerking kan komen voor de trainerslicentie, maar eraan toegevoegd dat ik er best wat voor wil doen. Ik ben bijvoorbeeld bereid om stage te lopen bij trainers als Beenhakker (Ajax, red.) en Kessler (Standard Luik). Ik hoop nu op een mogelijkheid om de cursus in een versneld tempo af te werken.

Momenteel duurt de opleiding voor het A-diploma vijf jaar. Daarvoor moet je dan elke week een dag naar Zeist. Maar ik heb nu tijd genoeg en zou drie, vier dagen per week weer in de schoolbanken kunnen zitten. Het moet voor de bond ook mogelijk zijn een aangepaste cursus in het leven te roepen voor ex-topvoetballers. Wij zouden alleen onderricht moeten krijgen in vakken die we nog niet de baas zijn, bijvoorbeeld op medisch, fysiologisch en psychisch gebied. Hoewel het mijn ervaring is dat je zelfs deze kennis als trainer zelden nodig hebt. Op topniveau word je meestal geassisteerd door een dokter of een fysiotherapeut.

Is het niet onrechtvaardig dat Johan Cruijff wel dispensatie heeft gekregen van de KNVB?

Dat vind ik zeker. Cruijff was als voetballer een kanjer, maar ik durf te stellen dat ik op mijn plaats (libero, back, red.) ook een wereldvoetballer ben geweest. In Italie, bij Napoli, werd ik twee keer gekroond tot beste buitenlander en een keer als beste speler van het jaar. Ik ben nog steeds een ambassadeur voor het Nederlandse voetbal.

Nu heeft Platini me weer gevraagd voor een benefietwedstrijd in september. Ik ben gekozen in een wereldelftal van de generatie uit de jaren zeventig, begin tachtig en we spelen tegen het toenmalige Franse elftal. De opbrengst is bedoeld voor drugsverslaafden en AIDS-patienten. Ik heb tegen alle grote voetballers van de wereld gespeeld. De KNVB bood mij aan het einde van mijn carriere een afscheidswedstrijd aan tegen Zweden in Utrecht. Dat leek mij niet zo passen. Ik wilde in Amsterdam spelen tegen gerenommeerde voetballers.

Die afscheidswedstrijd moet ik overigens nog krijgen. Dus of dat verzoek voor de versnelde trainersopleiding wordt ingewilligd..? Ik heb altijd voor de KNVB klaar gestaan, dan mag je verwachten dat de bond een keer wat terugdoet.

Is het ook in het buitenland noodzakelijk dat je in het bezit bent van een trainersdiploma?

Ja, want Belgie is eigenlijk het enige land waar je kunt werken zonder de vereiste papieren. In Zwitserland ketsten contacten met Sion en Young Boys af omdat ik geen diploma kon overleggen. In Duitsland en Nederland kom je zonder certificaat ook al niet aan de slag. Het praat gewoon wat makkelijker als je iets in handen hebt. Dan is het ook niet nodig om allerlei ingewikkelde constructies te bedenken. Ik zou nu eerst in het buitenland ervaring willen opdoen. Dan kan ik altijd nog terug naar Nederland. Mijn voorkeur gaat sterk uit naar een Italiaanse of Spaanse club. Real Madrid? Hm, dat zou een droom zijn. Ik denk dat ik die uitdaging aankan, ik heb in een jaar al veel geleerd.

Het verhaal gaat dat je na je carriere als voetballer eerst een tijd in kunst hebt gehandeld.

Dat is een fabeltje. Ik ben slechts een verzamelaar van kunst. Toen ik bij Ajax wegging heb ik een schilderij gevraagd van Jeroen Henneman.

Ik zag dat ze in De Meer weleens een televisie kregen als afscheidscadeau. Dat vond ik nogal onpersoonlijk. Het moest een blijvende herinnering zijn. Dat schilderij van Henneman stelt een rendez-vous voor van twee manen op een nachtelijk balkon. Ik verzamel werken van jonge moderne kunstenaars. Daarvoor bezoek ik galeries in Amsterdam, Londen en Parijs. Ik verhandel niets, onderhandel hoogstens over de prijs. Die interesse voor kunst heeft iets te maken met mijn belangstelling voor creativiteit. Ik ga ook naar het voetbalveld om creatieve voetballers te zien.

Je werd vorig seizoen verrassend de opvolger van Aad de Mos bij KV Mechelen, maar de voorspellingen dat je weer snel op de keien zou staan kwamen begin 1990 uit.

De werkelijke oorzaken van mijn ontslag houd ik het liefst voor me. Aan de resultaten heeft het in elk geval niet gelegen. Als je van de 44 wedstrijden, slechts een vriendschappelijk en een bekerduel hebt verloren, in de kwartfinale staat van de Europa Cup en in het voorseizoen het Amsterdam-, Barcelona- en het Tel Aviv-toernooi hebt gewonnen, dan ben je toch niet slecht bezig geweest. De teleurstelling over het ontslag bij Mechelen ligt al weer ver achter me. Ik leef in het heden. Het was mijn eerste kennismaking met het trainersvak, ik wist dat het niet makkelijk zou worden. Ik vocht tegen de geest van De Mos, die nog rondwaarde, en ik had geen kans gehad om een speler van mijn voorkeur aan te trekken. Daardoor was ik nooit in staat om 4-3-3 te spelen. Ik werd opgezadeld met een spelersgroep die tegen mijn principes een systeem hanteerde met twee spitsen, waarvan er een zich ook nog terug liet vallen. Terwijl ik net als Johan Cruijff het liefst met vleugelspitsen opereer. Tja, en toen kwam de affaire met Rutjes die ik naar de reservebank verwees. Graeme heeft zich nu goed hersteld bij Anderlecht waar hij een nieuwe uitdaging heeft gevonden, maar toen was er bij hem een moment van verzadiging aangebroken. Albert zette ik stopper. Daarmee heb ik het gelijk aan mijn kant gekregen, want hij heeft nu op die plek een basisplaats afgedwongen in het Belgische elftal. Het is voor een trainer belangrijk dat het klikt met de spelersgroep. Wat dit betreft heeft Michels voor het beste voorbeeld in de voetballerij gezorgd. Eerst pakt hij in Duitsland de Europese titel en vijf maanden later wordt hij weggehoond bij Leverkusen.

Daarom kan ik het ontslag bij Mechelen makkelijk relativeren.

Hoe is het trainerswereldje tot nog toe op je overgekomen?

Er bestaat ontzettend veel jaloezie onder oefenmeesters. Ze vinden het mooi als je succes hebt, maar nog mooier wanneer je op je bek gaat.

Nederlanders barsten toch al van de vooroordelen. Als een Jan de timmerman om kwart voor vier naar huis gaat, vraagt niemand zich af of hij misschien heel vroeg is begonnen. Toen ik bij de KNVB een aanvraag indiende voor dispensatie kreeg ik meteen de spelersvakbond VVON op mijn dak. Die secretaris Joop Philippo zei tegen me: 'Er zijn in Nederland 150 werkloze voetbaltrainers'. Dan kunnen het er ook wel 151 worden, heb ik geantwoord. Het trainerskorps schift zichzelf. Als een bedrijf een sollicitatiegesprek voert met een computerdeskundige die over alle diploma's beschikt en even later komt er een man binnen die geen papieren heeft maar dat apparaat veel beter kan bedienen, dan zal de keuze toch niet moeilijk zijn.

Wat mis jij bij de huidige lichting profvoetballers?

Het manco van dit moment is dat er een gebrek bestaat aan dominante spelers. Er lopen honderden voetballers rond die een balletje in de breedte spelen en geen duel durven aangaan. Een aanvaller moet je de vrijheid gunnen van een individuele actie. Vijftig procent kans dat het lukt. Papin (Olympique Marseille, red.) vind ik het voorbeeld van een dwingende spits. Hij laat zich nadrukkelijk zien. Een spits is goed als hij de eerste goal maakt.

Je was zondag ook in Eindhoven, wat vind je van je oude club? Het lijkt of een aantal Ajacieden qua ontwikkeling stilstaat.

Ajax mist nog ervaring, hardheid en kracht. Deze lichting kan pas wat afdwingen als ze de tijd krijgt om te rijpen. Roy en Witschge, die op de linkervleugel goed samenspelen, missen power. Toch verwacht ik veel van die twee als ze een jaar of 24 zijn. Ajax is nog steeds een verademing om naar te kijken. Maar tegen PSV speelde de ploeg zichzelf uit de wedstrijd. In die discutabele blessuretijd bleven de Ajacieden maar rommelen voor het eigen doel, in plaats van de bal voorin rondspelen. Daaruit ontstond de gelijkmaker. Vervolgens laat Jan Wouters, die ik een goede voetballer vind met een geweldig karakter, zich te veel gaan. Daarmee was het elftal op dat moment absoluut niet gediend. Wouters is een topinternational waar tegenaan gekeken wordt door de jeugd. Hij had zich beter kunnen revancheren door er in de tweede helft weer zo'n bal in te kegelen. Houben maakte natuurlijk de inschattingsfout door Roy een rode kaart te geven. Overigens werd er in de Verenigde Staten tijdens mijn verblijf bij de Vancouver Whitecaps al met zuivere speeltijd gewerkt. Als de scheidsrechter daar een time-outteken geeft, staat de klok stil. Dat gebeurt bij een blessure of wanneer de bal in de tribunes wordt geschoten. Aan het einde van de wedstrijd klinkt er een zoemer.

Wat vind je van de mentaliteit van de huidige generatie?

Die is met de tijd mee geevolueerd. Dat er door jeugdige voetballers al veel geld wordt verdiend is niet meer terug te draaien. Ik heb spelers als Lerby en Arnesen ook geadviseerd er alles uit te halen, want na je carriere weet niemand meer of je twee of drie Europa Cups hebt gewonnen. Maar aan de andere kant wordt het de jeugd te makkelijk gemaakt. Juist in een fase wanneer het karakter van een voetballer wordt gevormd. De heren mogen zeggen wat ze willen verdienen, de auto staat al klaar. Dat was in mijn tijd toch wel anders. Toen ik bij Ajax in het tweede elftal speelde verdiende ik 120 gulden per maand en kreeg ik zestig gulden per punt. Daarvoor moest ik vier keer per week trainen en een wedstrijd spelen. Ik ging naar de training op het fietsie. Ik woonde in Zuid, op het Europaplein. Bij de Rijnstraat kreeg ik gezelschap van de keeper, bij de Berlagebrug kwamen we twee anderen tegen en voor het Amstelstation pikten we de spelers op die van buiten de stad kwamen. Zij reden dan op de bagagedrager mee naar de Watergraafsmeer. Daar waren spelers bij als Arie Haan, Heinz Stuy en Gerrie Muhren.

Hoe kijk je tegen het huidige Nederlands elftal aan en de sfeer er omheen?

Ik vind Oranje erg wisselvallig en mis af en toe de bezieling. Soms wordt er ook te angstig gespeeld. Tegen Malta had Roy veel een verdediger moeten opzoeken in plaats van die passjes terug. Richard Witschge heeft een goede trap, maar hij maakt er zo min mogelijk gebruik van. Ik bezoek momenteel veel topwedstrijden en zal zeker ook naar Nederland-Finland gaan. Na afloop is het altijd weer bedelen om bij de spelers te komen. Het moet voor Wouters of Van Basten toch ook nuttig zijn om met toppers van vroeger te praten? Maar de spelers stoppen ze tegenwoordig na de wedstrijd in een drukke zaal met sponsors waar ze knettergek worden. Er zou een ruimte moeten zijn waar ze na afloop nog even rustig van gedachten kunnen wisselen bij een drankje. Er valt nog een hoop te verbeteren in de huidige voetballerij en daar wil ik mijn steentje aan bijdragen.