Omroepverenigingen eens met plannen voor reorganisatie bestel

HILVERSUM, 13 april - De omroepverenigingen zijn het in meerderheid eens geworden over de uitwerking van het meerjarenplan voor een gedifferentieerd bestel.

Na een bijna zeven uur durende vergadering is in het NOS-bestuur, waarin de omroepen vertegenwoordigd zijn, gekozen voor een zenderindeling met NCRV, KRO en AVRO op Nederland 1, TROS, Veronica en EO op Nederland 2 en VARA, VPRO en NOS op Nederland 3.

De reorganisatie moet de bespelers van de afzonderlijke netten dwingen tot intensieve samenwerking, teneinde de commerciele concurrentie een halt toe te roepen. Volgende week wordt het plan aan het Commissariaat voor de Media voorgelegd, de bedoeling is om per 1 oktober met het nieuwe systeem van startte gaan.

Een belangrijk struikelblok bleek de door TROS en Veronica geeiste 'incentive', een verhoogd programma-budget. Als toekomstige 'kostwinners' van het publieke bestel krijgen deze omroepen niet alleen een verruimd programmavoorschrift en reclameregime, maar ook een verhoogd uurbedrag voorprogramma's in prime time. Het verhoogde uurbedrag voor deze omroepen wordt nu beschouwd als compensatie voor het verlies aan zendtijd in middag- en ochtenduren.

De beoogde bespelers van het eerste net, NCRV, KRO en AVRO, blijven bij hun eerder bij het Commissariaat voor de Media gedeponeerde bezwaren tegen denieuwe zenderindeling. Volgens deze omroepen worden enerzijds de collega-A-omroepen Veronica en TROS (op Nederland 2) en anderzijds de VARA (op Nederland 3) onevenredig bevoordeeld. Volgens een berekening van die omroepen zouden in prime time (van 19.00 uur tot 22.00 uur) hun eigen organisaties elk 5 uur en 38 minuten zendtijd krijgen, terwijl de VARA 9 uur 43 minuten (73 procent extra) krijgt en de TROS en Veronica elk 7 uur 39 minuten (36 procent extra).

In een brief aan het NOS-bestuur hebben de drie omroepverenigingen nog eens hun bewaar tegen de nieuwe zenderindeling uiteen gezet: de vrees dat het plan in strijd is met de huidige Mediawet, de aantasting van het publieke karakter van het omroepbestel, de vermindering van de pluriformiteit op basis van autonome omroeporganisaties, de ondermijning van het 'gezamenlijke' NOS-programma en de verontachtzaming van de niet-ledengebonden omroeporganisaties.