Nieuwe gevangenissen 'te snel gebouwd'; 'De politiek moet zich de vele uitbraken ook aantrekken'

Uit gevangenis De Grittenborg in Hoogeveen ontsnapten in een jaar negen gevangenen. Uit een andere nieuwe strafinrichting, De Marwei in Leeuwarden, wist een gedetineerde per helikopter te ontvluchten. Hoe veilig zijn de gevangenissen in het noorden?

HOOGEVEEN, 13 april - “Ja, je wordt wel eens chagrijnig van al die negatieve publiciteit”, verzucht directeur drs. H.M.H. Kranendonk van De Grittenborg. Negen ontsnappingen in een jaar. Sinds de opening vorig jaar maart is zijn gevangenis triest, of, uit het oogpunt van gedetineerden, juist glorieus recordhouder met dit relatief hoge aantal geslaagde uitbraken. Zijn nieuwe gevangenissen uitbraakgevoeliger dan de oudere strafinrichtingen? Wat schort er dan aan de nieuwbouw? En waaraan ligt dat?

De Grittenborg heeft de entree van een chique hotel, maar binnen overheerst veel beton en is er weinig kleur. De smalle gangetjes tussen de verschillende vleugels geven sommigen een claustrofobisch gevoel. Negen gevangenen ondernamen uitbraakpogingen: drie werden weer gesnapt, twee kwamen vrijwillig terug. De eerste twee ontkwamen met een ladder die de aannemer had laten staan. Drie jeugdigen riskeerden een doodsmak toen ze via een rookluik (een meter bij 80 centimeter) in het schuine dak op dertien meter hoogte de vrijheid tegemoet klommen.

Vervolgens ontsnapten twee op de klassieke wijze: ze zaagden de opvallend 'elastische' tralies van hun cellen door. De laatste twee haalden, net als hun voorgangers, halsbrekende toeren uit om het rookluik te bereiken en verdwenen.

Kranendonk heeft een theorie over ontvluchtingen. Die hangen volgens hem af van vier zaken: het aantal personeelsleden in een gevangenis, het type gedetineerde, de interne organisatie en het bouwplan. De Grittenborg scoort, meent hij, op drie punten negatief. Alleen op de interne organisatie is volgens hem niets aan te merken. “Ik heb ook steeds tegen mijn mensen gezegd: het ligt niet aan jullie. Ze hadden het niet kunnen voorkomen. De oorzaak ligt in fouten bij de bouw.”

Tijdsdruk en weinig ervaring met de bouw van nieuwe inrichtingen spelen de nieuwe gevangenissen parten, meent hij. “In heel korte tijd moesten er vier nieuwe gevangenissen worden opgeleverd omdat Justitie met een groot capaciteitsprobleem kampte. De politieke druk was groot om de nieuwbouw snel te realiseren.” Ook wreekt zich volgens Kranendonk het feit dat er geen mensen van de praktijk tijdens de bouw geraadpleegd zijn. “De vakbonden drongen daar nog op aan. Maar het paste niet in het tijdsschema”.

De constructie van het gebouw noemt hij op sommige punten “niet even gelukkig”. De directe verbinding van de voorkant met het cellenblok is uit een oogpunt van veiligheid niet erg geslaagd. De tralies in de Grittenborg waren te lang en de onderlinge afstand te groot. “Maar had ik dat moeten voorzien?” roept hij verontwaardigd. “Kom nou, ik heb wel wat anders te doen. Daar hebben dure jongens naar gekeken.”.

Tel daar volgens Kranendonk het 'moeilijke type gedetineerde' (langgestrafte jongeren die in de Jeugdgevangenis in Zutphen niet waren te handhaven) en het tekort aan personeel bij op en zie daar de verklaring voor de vele ontsnappingen. Kranendonk: “Als je twee gebouwen hebt met dezelfde fouten, maar in het eerste zitten vluchtgevaarlijke gedetineerden, dan zullen die fouten er in het eerste geval eerder uitkomen.” Het tekort aan personeel is volgens Kranendonk groot. Hij heeft in Den Haag aangeklopt voor twee extra inrichtingsmedewerkers. “Er wordt nu roofbouw gepleegd op onze mensen. Ik heb vier medewerkers op 48 gevangenen. Als je ziet dat Avereest op twaalf gedetineerden met psychische stoornissen acht medewerkers zitten, alleen omdat die gedetineerden het etiketje 'gestoord' hebben, dan vind ik dat we niet overvragen met twee extra mensen.”

In De Grittenborg zijn tussentijds flink wat aanpassingen uitgevoerd om de ontsnappingen een halt toe te roepen. De vrijheid van de gevangen is niet ingeperkt. Minder vrijheid voor de gedetineerde werkt volgens Kranendonk juist averechts. “Je moet de bewegingsvrijheid van gevangenen niet inkrimpen. Gedetineerden hebben scharrelruimte nodig, zeg ik wel eens. Als je er als de bok op de haverkist opzit, lok je juist meer agressiviteit uit.”

Voor de vijf vierkanten rolluiken is tijdelijk staaldraad gespannen, maar er komen van binnen en buiten tralies, de tralies voor de cellen hebben dwarsspijlen gekregen, er is concertinagaas (met vlijmscherpe mesjes) gespannen en op het dak komt een extra hoge barriere. Ook een overklimbeveiliging, die moet voorkomen dat gedetineerden via de muur op het dak klimmen, wordt aangebracht. Tevens werd de elektronische detectieapparatuur aangevuld. Kranendonk hoopt hiermee in de toekomst op het 'acceptabele aantal' te komen van een tot maximaal twee ontsnappingen per jaar.

De Marwei in Leeuwarden zit op dat streefgetal. De Leeuwarder gevangenis was de eerste van de vier nieuwe gevangenissen die werd geopend, nu twee jaar geleden. In die tijd wisten twee gedetineerden te ontkomen: een klom nog tijdens de bouw door een niet afgesloten luchtkoker, waar een ladder van de aannemer hem prachtig van pas kwam en de andere vloog met een helikopter de vrijheid tegemoet.

Plaatsvervangend directeur drs. J.J. Merkus noemt de Marwei 'een transparante' gevangenis. Het vele glas geeft het gebouw een doorzichtig aanzien, de gangen zijn breed. “En dat is belangrijk voor de beveiliging. Het is hier niet hokkerig, je kunt elkaar zien”, aldus Merkus. De Marwei behoort volgens hem tot de best beveiligde strafinrichtingen van Nederland.

“Er is veel zorg besteed aan beveiliging”, stelt hij. Het sterke punt van de Leeuwarder gevangenis is volgens hem dat er tussen het gebouw en de vijf meter hoge buitenmuur een stuk niemandsland ligt.

“Hier heb je als gedetineerde geen mogelijkheid om van binnenuit het gebouw naar buiten te komen. De buitenmuur is niet verbonden met het gebouw. Als je die muur al zou weten te bereiken word je direct opgemerkt door infrarood-detectie.” Ook de later voor zeven ton aangelegde transparante overklimbeveiliging vormt een belangrijk onderdeel van het beveiligingsidee van De Marwei, meent Merkus. “Als je de tralies al zou weten door te zagen kun je moeilijk uit het raam klimmen omdat die goot daar zit.”

Ook Merkus vindt het onterecht dat de de gebruiker in de vorm van de directie niet eerder bij de bouwplannen is betrokken. Toen de aannemers al een half jaar bezig waren kon hij vanuit een bouwkeet nog wat zaken veranderen. “Maar de inbreng vanuit de praktijk is nihil.

De gebruiker heeft weinig invloed tijdens de bouw, met heel veel moeite kon er soms iets veranderd worden.” Merkus heeft dan ook kritiek op de Rijksgebouwendienst, de beheerder van de gevangenissen in Nederland. “Bij deze dienst stuit je op een behoorlijk portie bureaucratie. Wil je iets veranderd wil hebben duurt het soms twee maanden omdat het over zoveel schijven loopt.”

Het onderzoek naar de ontsnapping per helikopter is afgerond. De directie van de Marwei was ervan op de hoogte dat een dergelijke ontsnapping in principe mogelijk was. Merkus: “We wisten dat het kon, maar ook dat het ondoenlijk was voorzieningen te treffen die dat konden verhinderen. Ja, je kunt er kippegaas overheen spannen. Maar moet je dat doen voor die ene keer? Nee, dan sla je volgens mij door.

Dan beland je in het bunkerdenken en dan wordt de zaak onwerkbaar.''