Le redoutable

Het is nog vroeg in het Luxembourg. Bezeten Parijse joggers hijgen hun zondagochtendrondes. In het grote achthoekige bassin poetsen twee eenden hun veertjes.

Tussen de nevelflarden lijkt een visser te staan, maar wie dichterbij komt ziet dat de hengel die hij zo geconcentreerd beweegt een antenne is. Met een kastje eraan. 's Zomers varen hier elektronisch bestuurde zeilboten, maar nu is er geen zeil te bekennen en die twee eenden zijn echt. Wat bestuurt deze kleine man dan?

Zijn ogen spieden het wateroppervlak af. Naar links, naar rechts, voorbij de centrale fontein en weer terug. Dan blijven ze gefixeerd staan op een kring die zich langzaam uitbreidt. In het middelpunt ervan duikt een zilverkleurige spriet op, die langer en langer wordt en vast blijkt te zitten aan een zwart glimmend donker lichaam dat geruisloos bovenkomt: een mini-onderzeeer.

De boot is anderhalve meter lang en op de toren staat met witte letters S 671. Aan dek, een hand rustend op een hekje, staat een matroos. Keer op keer gaat hij kopje onder, want de eigenaar laat de boot onophoudelijk duiken, stijgen en rondjes draaien. Hij heeft er schik in. Dit is pas een metgezel. Gehoorzamer dan vrouw of hond.

De S 671 kan nog meer. De eigenaar kijkt om zich heen, glimlacht naar de paar passanten die zijn blijven staan en laat zijn duikboot dalen.

Te oordelen naar zijn ogen moet de boot diep in het bassin varen. Hij rondt de fontein en koerst af op het eskader eenden. De dieren ruiken onraad. Nerveus draaien hun koppen heen en weer. Dan duikt, precies tussen hen in, de S 671 op. Luid gesnater. Het paar fladdert overeind en landt een heel eind verder op de rand van het bassin. De kleine commandant glundert. Operatie Eend is succesvol verlopen.

Maar dan blijven zijn ogen haken aan een lange figuur aan de overzijde van het water. Ook hij heeft een kastje met een antenne. Ook hij speurt links en rechts. Langzaam wandelt deze concurrent naar de eigenaar van de S 671.

“Goeiemorgen, Henri”, zegt hij. Zijn gebronsde kop en beringde vingers doen een man van de wereld vermoeden.

“Morgen”, zegt de ander en verdiept zich in de knoppen van zijn kastje.

“Henri is er al vroeg bij”, vervolgt de nieuwkomer. “Henri dacht de hele oceaan voor zich alleen te hebben.”

“Nou ja”, mompelt Henri, “er is anders ruimte genoeg, hoor.” “Tuurlijk Henri, tuurlijk.” En de lange man laat zijn boot bovenkomen. Het is de S 611. Smaller, korter, maar wendbaarder dan de boot van Henri. De S 611 koerst in een scherpe lijn op de S 671 af, snijdt een paar centimeter voor de boeg langs, verdwijnt onder water om plotseling op te duiken voor de voeten van de eigenaar en de verbaasde omstanders.

De lange man geeft uitleg aan een paar jongetjes, breidt zijn armen uiteen en roept: “En nu, mijne dames en heren, zal ik u laten zien wat mijn goede vriend Henri niet vermag. Ce truc, dames en heren, houdt in het zogenaamde horizontaal en verticaal duiken en stijgen.”

Inderdaad blijkt de S 611 pijlsnel op en neer te kunnen gaan. Henri zegt niets en morrelt wat aan zijn kastje. Hij haalt twee leren riempjes uit zijn koffer, dirigeert zijn boot naar de kant en licht het scheepje zonder het aan te raken met de riempjes uit het water.

Hij draagt de boot als was het een verstijfd zeehondje naar een bank en droogt hem met een handdoek voorzichtig af. De S 671 wordt gedemonteerd en verdwijnt in de koffer.

Ook de lange man beschouwt de vlootoefening als beeindigd. Met zijn blote handen grijpt hij de S 611 en heft hem boven zijn hoofd. Op de druipende huid is nu de naam te lezen: Le Redoutable, de ontzagwekkende.

De boot verdwijnt in een leren sporttas. “We gaan iets drinken, Henri”, roept de lange man. Hij knipoogt naar de omstanders en schaterend geleidt hij Henri naar de uitgang van het park. Zijn gebaren spreken van ballasttanks, stabilisatievinnen en gedurfde torpedo-aanvallen. Maar voor Henri komt deze zondag niet meer goed.