Laatste kanttekeningen

De eerste conflicten die de wereld van mijn ooms en tantes verdeeld hielden gingen over de vraag of Edward met Wally mocht trouwen en of het Rokin moest worden gedempt.

Daarvoor zal er ook wel verschil van mening hebben geheerst, maar toen was ik nog te klein om me er zodanig bij betrokken te voelen dat ik het onthield. De familie was verdeeld in een dempfractie, een Wally-partij en een conservatieve vleugel, aangevoerd door tante Bets, die in beide gevallen de toestand bij het oude wilde laten. De discussies liepen hoog op. Zowel bij de Rokinproblematiek als in de strijd aan het Britse hof hebben de krachten van de radicale verandering het gewonnen. Daarmee is niet bewezen dat de winnaars het bij het rechte eind hebben gehad.

Ik kom erop door het Museumplein. Die ruimte biedt voor iedereen die iets wil, of iets wil willen, een ondragelijke aanblik: moet omgegraven, verkaveld, vol, kosmopolitisch plein of deelraadpark, van as veranderd, ondertunneld, befonteind, axiaal gehercomponeerd, geassymmetreerd, kortom veranderd.

Gekken komen binnenstormen waar engelen vrezen te lopen. In mijn onnozelheidhad ik een stukje geschreven met als strekking dat het Museumplein het best kon blijven zoals het nu is - afgezien dan van die uitbreiding van het Stedelijk Museum - en dit met argumenten onderbouwd. Ik wist wel dat niet iedereen het daarin met me eens zou zijn en dat dit pleinvraagstuk leeft als misschien geen ander in de stad, maar leven? Dat is het woord niet. Het kookt als lava.

Ik ben er geen voorstander van dat een stukjesschrijver in de krant zijn post behandelt - 'Lezer Willemse werpt me tegen' - en evenmin dat hij zich zinnen veroorlooft die beginnen met 'Ik schreef reeds in 1988 dat'. Ik hoop dat de mensen me zonder dergelijke bewijsvoering willen geloven. Wat me nu over de pleinproblematiek onder ogen is gekomen, heeft me opeens even teruggebracht in de korte broek, jaren dertig, Edward en Wally, het Rokin, de Uiver, de nieuwe spelling en minister Colijn.

Het is een ouderwets debat, heel anders dan dat over de metro waarin je per slot van rekening alleen ja of nee kon zeggen. Het brengt de hoofdstad terug tot de sfeer van de vertrouwde hobby's waarin de kleinschalige razernij gedijt. Daar komt niets goeds uit voort en alleen al daarom valt er zoveel voor te zeggen, niets bijzonders aan dat plein te doen. Gewoon een beetje schoon houden, dat is al moeilijk genoeg, en verder in de ijskast, een gezonde afkoelingsperiode tot er een nieuwe generatie is aangetreden en dan weer eens een prijsvraag, om te beginnen.

Iets anders. Wie regelmatig op het Rokin komt, zal het zijn opgevallen dat de twee beeldjes, het Naakt aan de waterkant van het parkeerterrein en de Vrouw met stola aan de andere kant, opeens verdwenen zijn. Ik vreesde dieven of vandalen, want het zijn allebei mooie kleine kunstwerken. Als een verzamelaar toch iets wil stelen, dan liever die twee vallende raamkozijnen in het plantsoen van de Churchilllaan.

Nu weet ik wat er is gebeurd. Het Naakt, gemaakt door E.J.A. Siepman-Van den Berg, zal waarschijnlijk worden verplaatst naar een parkje in de Watergraafsmeer omdat de gemeente vindt dat ''het meer ruimte nodig heeft zodat het meer silhouet zal krijgen''. Zoals meestal verschil ik met de gemeente van mening. Waar het stond werd het - silhouet of niet - per dag door duizenden ogen bewonderd. Dit droeg het risico van ontvoering met zich mee, maar dat was het waard. Transport naar een parkje in de Watergraafsmeer is geen ontvoering maar een deportatie waardoor zijn ziel zal verschrompelen.

De Vrouw met stola van Pieter de Hondt wordt verplaatst naar het stadsdeel De Baarsjes. ''Het beeldje was niet best geplaatst, het stond ingebouwd tussen de auto's,'' aldus een woordvoerder van de gemeente. Ik zou zeggen: verplaats een paar auto's naar het stadsdeel De Baarsjes en ruim die roestige schuur op waardoor je het niet kon zien.

Wat moet er van het Museumplein terechtkomen als die paar beeldjes al van de ene vergissing naar de andere worden gesold!