Koerden blikken terug op mislukte opstand; 'We waren allemaal vreselijk gelukkig'

'We gaan liever naar Siberie!'' roept een oude man die zich uit de menigte naar voren dringt. ''Of naar Afrika. Alles is beter dan Irak.'' Navraag leert dat hij veel minder oud is dan hij eruit ziet: 41, terwijl je hem zeker twintig jaar meer zou geven. Een paar dagen in een van de Koerdische vluchtelingenkampen in Zuidoost-Turkije hebben een wrak van hem gemaakt, een versleten, smerige clochard. ''Wij Koerden worden nooit door iemand geholpen, we staan volkomen alleen in de wereld.''

Dan zal hij wel extra woedend zijn op de Amerikanen, die nalieten hun oorlog tegen Irak te voltooien, opper ik. Maar dat blijkt niet het geval: ''We zijn kwaad op iedereen. Geen enkel land is in de Koerden geinteresseerd.'' In relatief betere tijden was hij wiskundeleraar in Zakho, vertelt hij. ''Kijk nu: vuile handen!''

Net als alle anderen heeft hij zijn eigen verhaal over wat hem is overkomen tijdens de bezetting van Koeweit, de luchtoorlog, de bevrijding van Koeweit, en tijdens de Koerdische lente in de tweede helft van maart, toen voor de vier miljoen Iraakse Koerden een droom werkelijkheid werd. Daarna: de komst van de Irakezen, die van de Amerikanen niet van hun vliegend materieel gebruik mochten maken, maar ongehinderd hun gang konden gaan. Burgerwijken werden bestookt met napalm- en fosforbombardementen, onmiddellijk kwam een massale exodus op gang van iedereen die lopen kon.

''Wat er met mijn familie is gebeurd, weet ik niet'', vertelt een man van 32. ''Ik ben twee maanden geleden gevlucht uit mijn dorp Enkawa, twee kilometer van Arbil. Ons hele dorp was christelijk: Assyriers, geen Koerden. Ik had besloten er vandoor te gaan, want de situatie in Irak was volkomen uitzichtloos, overal armoede en onvrijheid. Ik was al tien jaar in militaire dienst, met nog twee jaar te gaan, toen ik plotseling naar Koeweit moest. Daar had ik geen zin in. Ik hoopte dat ik als christen makkelijker dan anderen toegelaten zou worden tot een Westers land, alle Assyriers hopen dat. We verwachtten dat we door een Westers land beter zouden worden behandeld, maar de problemen begonnen al toen ik Turkije in wilde. Mocht niet. Ik was in de grensstreek toen de aanvallen van het Iraakse leger begonnen.''

GIFGAS

Hij is ongeveer 35 jaar. Rustig, zeer vriendelijk. Hij neemt alle tijd voor een gesprek. ''We verlieten Zakho meteen bij de eerste luchtbombardementen, want we hadden alle reden aan te nemen dat er gifgas werd gebruikt. Ik was arts in het ziekenhuis. Toen de napalm- en fosforbombardementen begonnen, waren er al 53 mensen gedood en 150 gewond als gevolg van de artilleriebeschietingen, waarmee de Iraakse aanval werd ingeleid. We liepen in drie dagen van Zakho naar de Turkse grens. Het was extra moeilijk omdat we enige gewonden uit het ziekenhuis hadden meegenomen. Sommigen van hen hebben het gehaald: er ligt hier een man wiens voet net was geamputeerd toen we Zakho verlieten. Ik werk met enige andere artsen samen met de Turkse artsen die hier soms komen. Sommige patienten zouden direct moeten worden opgenomen, maar dat kan niet. Ook vrouwen die moeten bevallen krijgen van de Turken geen enkele hulp. Twee van hen zijn al overleden.'' Hij vertelt over de afgelopen weken, vooral over de zestien dagen, van 14 tot 30 maart, toen Zakho vrij was. ''De Koerden hebben altijd naar vrijheid gestreefd. Nooit hebben we die gehad, behalve in die twee weken. We waren enorm gelukkig: voor het eerst in je leven vrij van onderdrukking. Het begon op de avond van 13 maart. In drie of vier uur was alles gebeurd. De belangrijkste mensen van het Ba'ath-regime werden afgemaakt. Toen Zakho vrij was, heb ik huilend over straat gelopen, een heel vreemd gevoel, alsof een levenslange droom in vervulling was gegaan. Een paar dagen later kwam Jalal Talabani van de Patriottische Unie Koerdistan uit Syrie. Hij werd met groot enthousiasme ontvangen.''

We spreken over Talabani en Masoud Barzani van de Democratische Partij Koerdistan. Ik vraag of deze leiders er wel goed aan hebben gedaan het gezag over te nemen zonder er zeker van te zijn een tegenaanval van het Ba'ath-regime te kunnen afslaan. ''Ik ben ervan overtuigd dat ze hadden moeten wachten tot een beter moment. Nu ondergaan alle Iraakse Koerden een vreselijke ellende. Dat had door een rustiger houding voorkomen kunnen worden. Maar het is makkelijk dat achteraf te zeggen: Toen de Koerdische steden achter elkaar werden bevrijd, was ook ik optimistisch. Het leek dat onze leiding de zaak stevig in handen had.

Ik was ervan overtuigd dat de winst blijvend was, hoe zeer ook de mogelijkheid bestond dat Saddams troepen zouden komen. Vrijwel de hele bevolking van Zakho besloot er in dat geval vandoor te gaan.''

PESHMERGA

Tien meter verder woont in een kleine tent van aaneengenaaide dekens een Koerdische soldaat, een peshmerga, met vrouw en twee kinderen.

Terwijl zij op het rokende vuurtje voor de tent een deel van een bok gaar braadt, vertelt hij over zijn aandeel in de Koerdische revolutie.

''Ik ben peshmerga geworden in 1981, omdat ik het gevoel had dat ik mijn land moest helpen. Ik werd lid van de Democratische Partij Koerdistan en kreeg mijn opleiding tot peshmerga. Omdat onze leiders voorzagen dat de Golfoorlog belangrijke kansen bood voor de Koerden, werden een paar maanden lang groepen peshmerga's in het geheim naar de Koerdische steden gestuurd om voorbereidingen te treffen voor een machtsovername.

''We werkten in Zakho met een groep van 65 man. In alle groepen was er iemand die af en toe de bergen in ging naar het hoofdkwartier om instructies in ontvangst te nemen. Toen de oorlog tegen Irak begon, hebben we ons militair rustig gehouden. Wel hebben we ons sterk beziggehouden met de mentale voorbereiding van de bevolking. Zij moest zich gereed maken voor een revolutie, het was vooral een kwestie van praten. Sommigen van ons werden door de Ba'ath-autoriteiten ontdekt en gedood. Aanvankelijk had ik alleen een pistool en een aantal handgranaten. Later kreeg ik een automatisch geweer dat iemand voor mij gestolen had.''

Zoals meer wapens waarover de peshmerga's beschikten toen de opstand begon, was het wapen afkomstig van de Jash, de door Bagdad georganiseerde Koerdische volksmilitie. Bij de voorbereiding op de revolutie werd grote aandacht besteed aan de infiltratie van de Jash, zodat zij onmiddellijk de kant van de opstandelingen zou kiezen zodra de revolutie begon. Het plan slaagde zeer goed. ''In Zakho heeft de Jash zich zonder uitzondering aan onze kant geschaard. Zelfs de commandant. Hij zit nu hier ergens in een van de tenten.''

Het uur U was voor Zakho van hogerhand vastgesteld op de nacht van 14 op 15 maart, maar sommige Ba'ath-autoriteiten voorvoelden kennelijk iets en sloegen op de vlucht. Daarom moest de revolutie in Zakho met een etmaal worden vervroegd. Gemeten in aantal manschappen hadden de Koerden in Zakho niet veel kans, maar de praktijk wees anders uit.

''In Zakho zaten 3.000 tot 4.000 Iraakse militairen, en erbuiten nog eens 95.000. Maar het was in ons voordeel dat er veel Koerdische soldaten bij waren en dat alle militairen beseften dat zij de hele bevolking tegen zich hadden. Grote delen van het Iraakse leger konden we zo gevangen nemen - ze gaven zich gewoon over voordat er gevochten was. Een paar dagen ervoor hadden we anonieme brieven gestuurd naar alle commandanten, ook van de Ba'ath-partij. Daarin stond dat ze gedood zouden worden als zij verzet boden. Sommigen hebben zich toch verzet.

''Bij Zakho is een uur of drie gevochten, waarbij vijf peshmerga's martelaar zijn geworden. Van de regeringstroepen zijn ruim zestig man gesneuveld. De volgende ochtend zijn we naar de dorpen rond Zakho gegaan, terwijl de regering bombardementen op de stad uitvoerde. Ook hebben we die dag alle Iraakse soldaten ontwapend en vrijgelaten. Een paar duizend van hen gingen naar huis in het zuiden. Bij Mosul vielen zij in handen van de regeringstroepen, zij zijn allemaal vermoord. Hun lijken werden in kisten gedaan en hun familie kreeg te horen dat zij als krijgsgevangenen waren afgemaakt door de peshmerga's.''

In de weken van hoop en vrede die volgden, werden onder meer maatregelen genomen om tot een meer-partijendemocratie te komen. In Zakho openden zeven partijen een bureau. Elke partij die wilde meedoen, kreeg daartoe de gelegenheid, behalve natuurlijk de Ba'ath-partij.

''In die periode hebben we veel wapentrainingen gedaan. Er waren ons veel zware wapens in handen gevallen waarmee de peshmerga's geen ervaring hadden. Koerdische officieren uit het Iraakse leger hebben instructie gegeven. We hadden ook veel tanks, maar de meeste waren door de Irakezen onklaar gemaakt, we hebben er een paar kunnen repareren. Uiteindelijk hadden we er 23 die het deden, al was de training van de bemanningen natuurlijk niet voldoende geweest. Toen de Irakezen Zakho aanvielen, kwamen ze van drie kanten tegelijk. Onze verdediging hield redelijk stand. Ons grootste probleem was de te geringe hoeveelheid munitie. We hadden trouwens ook geen voedsel. Wat de doorslag gaf bij ons besluit om niet verder te vechten, was dat de Irakezen begonnen met napalm- en fosforbombardementen op de wijken waar onze gezinnen woonden. Wat moet je dan?''

MEDISCHE EENHEID

Onder de vluchtelingen bevinden zich ook Koerdische officieren en manschappen uit het Iraakse leger. Een van hen werd dienstplichtig officier na een studie psychologie, hij voerde veelvuldig gesprekken met in geestelijke nood verkerende soldaten. Hij is 34 jaar en vertoont tussen alle vluchtelingen hier een opvallende opgewektheid.

Het zal het gevolg zijn van het feit dat hij vier dagen geleden in de mensenzee onverwachts zijn vrouw terugvond, nadat zij elkaar lange tijd uit het oog waren verloren.

''In 1984, direct na het voltooien van mijn studie, moest ik het leger in. Ik werd ingedeeld bij een medische eenheid van de luchtmacht.

Gelukkig hoefde ik niet mee te doen aan de gevechten tegen de Koerden, maar ik vond het toch vreselijk deel uit te maken van het leger dat daarmee bezig was. Twee zoons van mijn broer, die tot de lijfwacht van Masoud Barzani behoorden, zijn gesneuveld in de strijd tegen het Iraakse leger. Andere officieren met wie ik erover sprak vonden het ook onjuist dat tegen de Koerden werd gevochten. Maar als je je daartegen uitsprak, werd je doodgeschoten. Ik ken een geval van een jongen die bij de recente strijd in het zuiden moest meedoen aan artilleriebeschietingen op Kerbala, waar zijn familie woonde. Hij weigerde en kon kiezen tussen meewerken en de dood. Hij koos voor het eerste, maar heeft voortdurend gehuild terwijl hij met de beschietingen bezig was.

''Toen Irak Koeweit binnenviel, had ik net verlof. Maar daarna ben ik er een paar keer kort geweest. Behalve met hysterie en depressies kreeg ik vaak te maken met zelfverwonding. Bijna niemand wilde vechten. Ik hoefde me overigens niet met de behandeling van die gevallen bezig te houden. Mijn opdracht was slechts alle patienten te bestuderen en de gegevens naar de staf te sturen.''

Gevraagd naar de misdaden van de Iraakse soldaten tegen de Koeweiti's zegt hij: ''Ik zat in feite een stukje buiten Koeweit en was er dus geen getuige van. Maar ik wist er wel van. Het kwam allemaal door jaloezie, omdat Koeweit zo rijk was.

''Toen de luchtoorlog begon, was ik in Bagdad. In mijn hart was ik heel blij met de bombardementen, omdat we misschien van Saddam bevrijd zouden worden. Helaas zijn de Amerikanen net iets te vroeg opgehouden.

Zo dacht vrijwel iedereen erover, op een handjevol hoge officieren na. Ik was ook in Bagdad toen Zakho werd bevrijd. Met medewerking van een paar legerartsen heb ik voor mijzelf ziekteverlof geregeld, en ben naar Zakho vertrokken. Maar ik kwam net te laat: ik arriveerde precies toen het Iraakse leger daar binnenviel.''

Aan de noordkant van de stad kon hij zich kort daarna aansluiten bij de vluchtelingenstroom, terwijl zijn vrouw - met wie hij een half jaar getrouwd is - uit dezelfde stad de weg naar Turkije insloeg. Zij vertelt over de vlucht: ''Toen het bombardement begon, was ik bij het gezin van de broer van mijn man. We hadden niet meer dan een uur om ons gereed te maken. Ik kon zelfs geen extra kleren meenemen, wat ik nu aanheb draag ik al tien dagen. We deden de deur op slot en vertrokken. We konden eerst een stuk met de auto en daarna liepen we vijf dagen en nachten. We waren met een groep van veertig. Er is er onderweg een bijgekomen: op de derde dag kreeg een van de vrouwen een baby. De volgende dag moest ze gewoon verder lopen, met de rest. Van onze groep is niemand doodgegaan, maar ik heb wel veel doden langs de weg zien liggen.'' Een dag eerder dan haar man arriveerde zij bij de Turkse grens.

LIEVER DOOD

Een steenworp verder, in een lappentent, zit zijn zwangere vrouw te huilen. Een paar van zijn kinderen hangen tegen hem aan. Hij zegt liever dood te zijn dan dit nog langer te moeten verduren. ''Maar hier doodgaan is zinloos. Dan is het nog beter om naar Irak terug te gaan en voor onze vrijheid te vechten. Als je dan sterft, heeft het nog nut. Ik wil direct gaan, maar eerst moet mijn gezin in veiligheid zijn.''

Hij is een jaar of 35, draagt een leren jack en een gewatteerde soldatenpet. Nauwelijks is hij met zijn verhaal begonnen of een kleine menigte schaart zich rond ons. ''Ik kom uit Suleymania en ik was als lid van de Patriottische Unie Koerdistan nauw betrokken bij de overname van het gezag in mijn stad. Het verschil tussen de Patriottische Unie Koerdistan en de Democratische Partij Koerdistan speelde nauwelijks een rol bij de revolutie. De wreedheid van onze vijand maakte dat we ons zeer sterk verbonden voelden.

''In de ochtend van 12 maart begonnen wij met aanvallen op de gebouwen van het gezag. Er waren maar zes peshmerga's in de stad; de bevrijding van Suleymania was bijna helemaal het werk van de Jash en van de burgerbevolking. Ook veel vrouwen hebben meegevochten. Na drie dagen was de stad vrij. Aan onze kant zijn ongeveer honderd mensen omgekomen, bij de vijand vijfhonderd. We hebben alle leden van de Ba'ath-partij en de politie vermoord. Er was een zogenoemd vredescentrum van de Ba'ath-partij, ik ben er binnen geweest. Ik zag daar zo veel en zulke verschrikkelijke martelwerktuigen dat ik al op mijn tiende uit Irak gevlucht zou zijn als ik er toen van geweten had.

''Kort na de bevrijding kwam een neef van Masoud Barzani, Nejerewan Barzani naar Suleymania. We waren allemaal vreselijk gelukkig. Veel feesten waren er, vooral op 21 maart, bij het Koerdisch Nieuwjaar. We hadden ook de beste organisatie van alle Koerdische steden. Binnen een dag na de bevrijding was er weer elektriciteit. Daarna hebben we uit Suleymania en Arbil Kirkuk bevrijd.

''Toch was ik niet gerust. Ik had een voorgevoel dat Saddam zich toch nog tegen ons zou keren. Daarom heb ik voor veel geld een auto geregeld en ben met mijn gezin naar Zakho gegaan, richting Syrie. Iran was dichterbij, maar de grens zat daar dicht. Nauwelijks waren we in Zakho, of mijn voorgevoel bleek juist. Het Iraakse leger kwam. Toen zijn we met z'n allen naar de Turkse grens gevlucht.''