Kaapse kroketten

Hollands vlag aan vreemde kust! Op de terugweg van Kaap de Goede Hoop zien we te Glencairn, tussen Simonstad en Vishoek, ineens onze driekleur van een terras wapperen, boven een uithangbord waarop een melkmeisje in oud-Hollandse dracht is afgebeeld bij de aankondiging 'Dutch-Indonesian Restaurant Dixie's'.

Het uitzicht is op de aanstormende branding van de Valsbaai en, ijl, op het gebergte van Hottentots-Holland aan de overzij van de baai.

Binnen hangen wandkleden met poldertaferelen, koffiemolens van Delfts blauw en muurvazen vol plastic tulpen. Wij bestellen een loempia, maar de kroket behoort ook tot de mogelijkheden, evenals de nasi goreng of de erwtensoep. Zo ver weg en zo toch dichtbij.

De eigenaar van de uitspanning komt er bij zitten. Inderdaad, hij is Nederlander en hij is het altijd gebleven ook, want toen hier indertijd onder Verwoerd de kleurling nog minder was dan een stuk vullis kreeg je die internationale boycot en was een Zuidafrikaans paspoort meer last dan gemak. Willen wij misschien een pilsje?

Vergunning heeft hij na al die jaren nog steeds niet, ze zijn hier erg moeilijk wat dat betreft, maar clandestien wordt overal geschonken en zijn persoonlijk motto is: als je alles gaat vragen mag je niks.

Rein Tuzee is de naam. Afstammeling van Hugenoten, ja. Jammer dat zijn voorouders in Haarlem zijn blijven hangen en niet net als de De Klerks, de Malans, de Du Plessis, de Marais, de Malherbes op schepen van de Verenigde Oostindische Compagnie zijn doorgereisd naar Zuid-Afrika: dan was hij als hun nazaat nu vast minister geweest te Pretoria of hij had een mooie wijngaard in de Kaapse bergen gehad in plaats van dit etablissement. Maar: hier heeft hij het ook best naar zijn zin en het is prachtig in Glencairn. In de wintermaanden liggen de zwangere walvissen zo dicht voor de kust dat je ze kunt aaien.

Ik spreek hem op Founders Day, de dag waarop tot voor kort herdacht werd dat de Hollander Jan van Riebeeck hier op 6 april 1652 voet aan land zette en zodoende de stichting van de Kaapkolonie in gang bracht; maar waarop sedert kort ook aandacht besteed heet te worden aan het aandeel van Khoikoi, Bushmen en Hottentotten in deze onderneming. Van enige feestelijkheid is - mischien wel door deze verwaaring van aanleidingen - niet te merken. Toch lijkt het passend om juist vandaag met Tuzee te converseren, want sedert 1652 hebben steeds weer nieuwe grondleggers dit land mede vorm gegeven.

Hij is banketbakker van beroep. Net uit dienst kreeg hij een baan bij Wagon Lits, maar daar hield hij geen cent aan over want het was alleen maar feesten. Dus vertrok hij in 1960, 22 jaar oud, naar Zuid-Afrika, hij had er familie wonen. Een baantje bij een baas beviel hem niet en in de bediendenkamer van zijn woning begon hij taartjes en koekjes te bakken voor de Hollandse kolonie. Dat liep goed en een paar jaar later kon hij te Kommetje een verlopen bakkerij overnemen. Het duurde niet lang of hij had er 150 man aan het werk en een netwerk van winkels, waar hij brood verkocht. In '77 kon hij dit restaurantje aan zee overnemen, leuk maar te klein om van te leven. Dixie's is eigenlijk meer Tuzee's uitvalsbasis. Zo heeft hij met Pasen nog tien ton chocola verwerkt tot hazen en eieren en die via de supermarktketen Pick 'n Pay gesleten. En voorts runt hij voor de hele Kaap een agentschap in typisch Nederlandse produkten. In het halletje staat een uitstalling van Conimex.

En de boycot dan? Hij heeft er nooit iets van gemerkt. Altijd Hollandse drop kunnen krijgen, en Amstelbier en wat hij maar nodig had.

Hoe komt het toch dat het goed doet in verre contreien landgenoten te ontmoeten die zo duidelijk landgenoot gebleven zijn? Tuzee heeft een ouderwets-Hollandse ondernemingsgeest annex arbeidslust (''Ik werk twaalf tot vijftien uur per dag, als ik niet werk word ik vervelend''), maar ook een verfrissend soort pragmatisme. ''In '76 met die grote opstand, het was me een rotzooi, de wijk Ocean View in de heuvels boven Kommetje waar de kleurlingen wonen was omsingeld door tanks, maar ik moest mijn jongens naar de bakkerij krijgen, dus ik wou er in. Op eigen risico dan, zei de politie. Nou, er bleek daar niks aan de hand te zijn natuurlijk, want opstandelingen moeten ook slapen.

Dus toen dacht ik: als ik er in kan om mensen op te halen, kan ik er ook in om brood te leveren. Ik was de enige die het durfde. Man, ik heb het brood in die weken niet aan kunnen slepen!''

Toen hij het restaurant had, vroeg hij - want meer klandizie is beter dan minder - vergunning aan om ook anderen dan blanken te mogen bedienen. Hij was de tweede kastelein in de provincie die daar toestemming voor kreeg, het betreffende paperas is thans een 'museumstuk'. Alleen moet hij zeggen, dat er weinig gebruik van is gemaakt. Kleurlingen voelen zich nu eenmaal 'niet op hun gemak' in een blanke gelegenheid. Nu nog steeds bestellen ze de koffie liefst in plastic bekers om die buiten uit te drinken en als Tuzee erop aandringt dat ze toch maar even aan een tafeltje moeten plaatsnemen zitten ze een beetje schichtig om zich heen te kijken. 'Zwartjes'

mocht hij niet in dienst hebben maar hij nam ze toch aan; de politie arresteerde hen regelmatig, legde hen een boete van 25 Rand (een gangbaar dagloon) op en liet hen weer gaan, zodat ze de volgende dag alweer op zijn stoep stonden.

In '77 heeft hij een kleurlinge leren kennen, die bij hem is ingetrokken. Dat was natuurlijk absoluut tegen de wet want Glencairn is blank territorium en bovendien mocht zij sowieso geen seksuele betrekkingen onderhouden met een blanke. Als iemand uit de buurt had geklaagd, hadden de autoriteiten moeten optreden: dan had zij terug gemoeten naar de kleurlingenwijk en hij was waarschijnlijk het land uitgezet. Het is alleen nooit gebeurd en hij heeft zich trouwens toch nooit veel van de regels aangetrokken. Als je alles gaat vragen mag je niks. Het was een openbaring voor haar toen ze een keer samen op vakantie naar Nederland gingen: ''Niemand kijkt naar ons, zei ze steeds.'' Het werd alleen een probleem toen hun zoontje naar school moest, die kon tot het openbaar onderwijs natuurlijk niet toegelaten worden. Gelukkig was er een katholieke meisjesschool die net besloot ook jongens op te nemen, en privescholen hoefden zich niet aan al die voorschriften te houden.

Ach, ''al met al is het een heel lekker land'', prima klimaat en op de keper beschouwd heel gemakkelijk, niet zo bekrompen als het Nederland dat hij ooit achter zich liet en - tenminste onder blanken - niet met het ''standsverschil'' dat ze daar kennen en dat hij nou ''een soort apartheid'' vindt. Hier nodigt de blanke hoogleraar de blanke restauranthouder uit, net zo gemakkelijk. Alleen, hoe het verder moet in Zuid-Afrika? De zwartjes kunnen het land niet runnen, dat zie je aan al die onafhankelijke Afrikaanse landen: overal is het een zooitje. Kijk eens naar Mozambique, hoe prachtig dat niet was, hoe Europees steden als Lourenco Marques en Beira waren! En nu? De zwarten hebben de oogst van het land gehaald en waren verbaasd dat het gewas het volgend jaar niet vanzelf weer opkwam. Trouwens, in zijn eigen bedrijf moet Tuzee hen nog elke morgen opnieuw voorkauwen wat ze moeten doen - zwartjes hebben nooit geleerd om voor zichzelf te denken. Maar nee, hij denkt er niet over om te repatrieren. Hij heeft zich immers altijd zelf gered?